Reviews

Face It – Debbie Harry

collagedebbieharry

Wanneer eind jaren ’70 een enquête gehouden zou worden met de vraag: ‘wie de mooiste vrouw uit de popmuziek?’, dan zou de kans groot zijn dat Deborah Harry met verve zou winnen. Posters van het sekssymbool hingen namelijk bij vele tieners in de slaapkamer. Menigeen was verliefd op de zangeres van Blondie. Nadat de band met ‘Denis’ in Toppop te zien was, rende ook ondergetekende naar de platenzaak om het singletje (met op de b-kant ‘Contact In Red Sqare’ en ‘Kung Fu Girls’) aan te schaffen. Nu 41 jaar later is er eindelijk de definitieve biografie ‘Face It’, een rijkelijk geïllustreerd boek waarin ook ruim aandacht is voor fanart. Vele tekeningen en schilderijen die fans naar Debbie opstuurden, heeft zij altijd bewaard en staan nu in dit boek. Debbie is namelijk een ware muze voor haar fans.

Rode draad in het boeiende verhaal is de stad New York, dat al sinds de jeugd een onweerstaanbare aantrekkingskracht op Debbie Harry heeft. Zij groeide op in een pleeggezin en identificeerde zich al vroeg met Marilyn Monroe wat ook een pleegkind was. In het jaarboek van de Highschool stond Debbie vermeld als ‘Best Looking Girl’. Na de middelbare school (diploma kunst) kreeg zij een baantje in New York en vond daar op haar twintigste een appartement. Daar ontdekte zij het uitgaansleven, zag Velvet Underground + Nico en Janis Joplin optreden en bezocht het Woodstock-festival. Vele baantjes passeerden de revue.  Zij was serveerster in de vermaarde Max’s Kansas City, waar zij beroemdheden als Miles Davis bediende. Later werd Harry Playboy bunny in de Playboy House! Haar zangcarrière begon als achtergrondzangeres in een folkband. Haar eerste band heette The Stilettos, bestaande uit o.a. drie zangeressen en als bassist haar latere partner Chris Stein. Met hem vormde zij later Angel and the Snake, waarmee zij het voorprogramma van Ramones in CBGB’s verzorgde. Niet veel later werd de bandnaam veranderd in Blondie.

Opvallend detail in dit boek is toen de band naar Los Angeles vertrok voor een aantal optredens in de Whisky-A-Go-Go, werd er aldaar een fanclub opgericht, met als voorzitter Jeffrey Lee Pierce de latere frontman van The Gun Club. Overigens verzorgde een nog onbekende Tom Petty het voorprogramma. Vervolgens mocht Blondie zelf een voorprogramma verzorgen van Iggy Pop die ter promotie van zijn eerste solo-album ‘The Idiot’ twintig shows door de USA en Canada gaf, met David Bowie als pianist. Van deze twee legendes kreeg Debbie veel bruikbare tips, waardoor o.a. haar stage-performance verbeterde.

Het tweede album ‘Plastic Letters’, waarop de megahit ‘Denis’, zorgde voor een wereldwijde doorbraak. De band scoorde hit na hit en maakte een aantal succesvolle albums. Debbie kreeg een rol aangeboden voor de film ‘Bladerunner’, waarin Rutger Hauer en Harrison Ford de hoofdrollen speelden. Helaas werd dit door de platenmaatschappij tegengehouden. De vierde plaat ‘Autoamerican’ (1980) werd zelfs in het Dakota gebouw bij John Lennon en Yoko Ono bezorgd, omdat zij fan waren. Debbie en Chris werden uitgenodigd om op bezoek te komen, maar het noodlot sloeg toe toen Lennon doodgeschoten werd. Twee jaar later maakte Blondie de voorlopig laatste plaat ‘The Hunter’, maar gitarist Chris Stein kreeg een zeldzame huidziekte. Hij werd dagelijks verzorgd door zijn ega. Ondanks dat Blondie 40 miljoen platen had verkocht, was men zo goed als bankroet. Een tragisch, klassiek verhaal dat vele andere artiesten ook trof. Blondie deed alles wat ze zakelijk en qua management fout konden doen ook verkeerd.

Het uitstekend vertaalde boek (vaak zijn boeken vanuit het Engels dat niet) leert de lezer dat Debbie Harry zich als vrouw staande hield in een mannenwereld. In deze biografie is zij bijzonder openhartig over nare dingen die haar zijn overkomen en vertelt zij ook over haar plastische chirurgie. Het ruige leven in het New York van de roerige jaren ’70 (een tijd waarin de stad nagenoeg failliet was) is prachtig beschreven. De veelzijdige Deborah, die behalve zangeres ook actrice en kunstenares is, heeft baanbrekend werk verricht voor vrouwen in de popmuziek. Op haar 74e voelt zij zich nog steeds een punker uit New York.

“Face It” van Debbie Harry. Uitgever: Spectrum, ISBN: 9789000359165, kostprijs 22,50 euro.

Door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

 

– – – – – – –


Lazarus
DeLaMar – Amsterdam – donderdag 24 oktober 2019

collagelazarus

Rockmuziek en musical gaat vaak niet samen, maar als wijlen David Bowie en de Vlaamse topregisseur Ivo van Hove zich ermee bemoeien, dan moet dat wel een succes worden. Nadat Lazarus in New York en Londen lovende recensies kreeg, ging deze maand in Amsterdam de Nederlandse versie in première. Vlak hiervoor was er al een klein voorproefje in DWDD te zien waarin de 18-jarige Haagse Juliana Zijlstra een geweldige uitvoering van ‘Life On Mars‘ deed. Vol verwachting reisde ondergetekende naar de hoofdstad.

Het verhaal is gebaseerd op de sciencefictionfilm ‘The Man Who Fell to Earth’ uit 1976 waarin Bowie de hoofdrol speelde. De musical speelt zich af in een appartement in New York aan de voorkant van het podium, gescheiden door een paar dikke ramen waarachter de band speelt. Het lijkt alsof zij in een studio staan. Dragan Bakema heeft in DeLaMar de hoofdrol, dat hij kon acteren was al bekend, maar hij blijkt ook een uitstekend zanger. Zijn stem lijkt erg op die van David Bowie en heeft nagenoeg hetzelfde accent bij het indrukwekkende openingsnummer ‘Lazarus’ en ‘Where Are We Now’. Een andere hoofdrol is er voor Noortje Herlaar, in 2010 winnares van het tv-programma ‘Op zoek naar Mary Poppins’. Zij zingt ‘Changes’ en ‘Always Crashing In The Same Car’ van Bowie’s album ‘Low’. Qua zang gaat de meeste aandacht uit naar het al eerder genoemde supertalent Juliana Zijlstra die ook ‘This Is Not America’ zingt. Ook is er een rol voor actrice Holly Mae Brood.

Voor bezoekers die normaal gesproken nooit naar musicals gaan (zoals ondergetekende) is de verhaallijn niet zo boeiend. Het zijn vooral de 17 Bowie-songs en de mooie uitvoeringen hiervan die Lazarus enerverend maken. De bekendste rockmusicals zijn Tommy (The Who), The Wiz, Hair, Grease en natuurlijk Jesus Christ Superstar. Sinds kort behoort Lazarus, vooral vanwege het muzikale deel ook in dit rijtje. Kortom: een must-see voor iedere Bowie-fan.

Lazarus is voorlopig nog tot 5 april 2020 te zien.

Door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –


Fatal Flowers Boek

ffboek_collage

Sinds begin dit jaar bekend werd dat The Fatal Flowers weer bij elkaar komen voor een éénmalige tour, staat de Amsterdamse gitaarband weer volop in de belangstelling. Zo waren zij te zien in DWDD en te horen in diverse radioshows. Ook de schrijvende pers dook erop want diverse kranten en muziekbladen besteedden hier ruimschoots aandacht aan. De albums ‘Younger Days’, ‘Johnny D. Is Back’ en ‘Pleasure Ground’ verschenen onlangs opnieuw op gekleurd vinyl. Eindelijk is er dan een rijk geïllustreerd boek, samengesteld door superfan en verzamelaar Martijn Dierkx, die al jarenlang een Fatal Flowers-fansite beheert.

In het voorwoord is te lezen dat Martijn in 1990 de cd ‘Pleasure Ground’ aanschafte en dat het sindsdien zijn (muzikale) wereld veranderde. Lang heeft hij niet kunnen genieten van zijn favoriete band, want in juni van dat jaar gaf men het allerlaatste optreden op Parkpop in het Haagse Zuiderpark. Het boek is eigenlijk een verzameling van interviews (o.a. OOR, Aloha, Music Maker, Nieuwe Revu, Volkskrant), posters, backstage passen en prachtige foto’s, waarvan een aantal unieke uit de persoonlijke collectie van drummer Henk Jonkers. Mooi is de foto van Jonkers met Joey Ramone, die hij destijds in New York ontmoette.

De afgebeelde posters geven een mooi tijdsbeeld vooral door de bands waar The Fatal Flowers mee gespeeld hebben zoals: Jeffrey Lee Pierce Quartet, The Nomads, Batmobile, Ivy Green en Claw Boys Claw. Zo stond men op 12 oktober 1985 op het Pandora’s Music Box festival in de Rotterdamse Doelen. Op het zelfde podium stonden die avond L’Attentat, The Cult, Butthole Surfers en Sonic Youth.

Behalve de complete discografie en alle songteksten bevat het onvolprezen boek ook een overzicht van alle radio-sessies, tv-opnames en alle optredens die de band ooit gaf. Ook de eenmalige reünie ter gelegenheid van de release van de verzamel-cd ‘Younger Days-The Definitive Fatal Flowers’ in Het Blauwe Theehuis in het Vondelpark in 2002 staat beschreven.

Kortom: een prachtig boek dat bij een ieder die de band een warm hart toedraagt in de kast hoort. Verkrijgbaar als paperback of een gebonden versie. Te bestellen via: www.boekenbestellen.nl

“Fatal Flowers Boek” van Martijn Dierkx. Uitgever: eigen beheer, kostprijs 25 euro (paperback) of 31 euro (gebonden).

Door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –

 

Should I Stay or Should I Go?
En 87 andere hilarische antwoorden op vragen uit bekende songs
collageshouldistayboek_1500x850

Should I Stay or Should I Go? is een boek met een zeer originele insteek. Het biedt met een knipoog wetenschappelijk benaderde antwoorden op vragen die in songs worden gesteld. Het is dat er geen Nederlandse liedjes in voorkomen, want dan zou “Is dit alles” van Doe Maar zeker niet mogen ontbreken. De kans dat de schrijver dan in een grafiek het aantal toegenomen scheidingen sinds het begin van de vorige eeuw zou weergeven, al dan niet fluctuaties in recessie- of crisistijd benadrukkend, is dan zeer groot. De schrijver James Ball komt met 88 voorbeelden van songs waarin een vraag gesteld wordt zonder het antwoord te horen of waarin de titel aanleiding geeft tot een vraag.

De ene pagina is steevast tekst en de ander een illustratie in de vorm van een tabel of grafiek. Bij ‘Life On Mars‘ stelt David Bowie de vraag of er leven is op Mars, maar eigenlijk in de context van kan ik ontsnappen aan alles wat hier op aarde gebeurt? James Ball beschrijft de wetenschappelijke bevindingen, of er water is op Mars enz.  Zijn inleiding bij dit nummer is licht ironisch: “Als er één ondergewaardeerde pionier is op gebied van astrobiologie, dan is het zeker D.Bowie.”

Op Joe Jackson’s ‘Is She Really Going Out With Him‘ schetst Ball dat Jackson voor bewijsvoering van het antwoord op deze vraag het beste de schoenzolen kan laten analyseren omdat de huidmonsters op schoenzolen de meeste informatie opleveren. Het is best geinig hoe de schrijver een verhaaltje maakt bij ‘Killing Me Softly With His Song‘ van Roberta Flack, het is weliswaar geen vraag, maar Ball beantwoordt de vraag of het mogelijk is iemand met een lied te vermoorden. En wil iedereen wel over de wereld heersen, zoals de heren van Tears for Fears beweren?

De schrijver lijkt niet geheel consequent te zijn. Zo wordt bij Gene Pitney’s ‘24 Hours From Tulsa‘ niet de enige vraag in dit nummer beantwoord (“What can I do?”), maar handelt dit over de mogelijke bestemming (want in die 24 uur weg van Tulsa kan je ver komen). De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit boek met originele invalshoek gemakkelijk leest (ondanks de zeer kleine letters), maar dat muzikale verdieping in song of artiest op geen enkele wijze het uitgangspunt is. Dat moet de lezer zich wel realiseren en accepteren. Die kan dan altijd nog de website songfacts.com raadplegen. Een tip voor de uitgever: ga adverteren in populair wetenschappelijke tijdschriften als Quest en Kijk.

“Should I Stay or Should I Go? – En 87 andere hilarische antwoorden op vragen uit bekende songs” van James Ball. Uitgever: Spectrum, ISBN: 9789000360734, kostprijs 12,99 euro.

Door Erik Bevaart
– – – – – – –

 

Oude Maasweg kwart voor drie
Het verbazingwekkende verhaal van The Amazing Stroopwafels

boekamazingcollage_2500x888

Boeken met hilarische en interessante muziekverhalen kunnen altijd op mijn belangstelling rekenen. Bert Jansen’s ‘En Nog Steeds Vlekken In De Lakens (nozzing but ze bloes)’ uit 1975, Hans Waterman’s ‘Drumsolo (na 35 jaar nog steeds te laat naar bed’) uit 2001, Ron Bijtelaar’s ‘Ik Heb Ze Nooit Meer Terug Gezien’ uit 2004 en niet te vergeten Wiet Bliemert’s ‘W.B. Blues (40 jaar gek van muziek)’ uit 2007 vallen in die categorie. Deze zijn autobiografisch en geven een erg goed beeld van de pionierstijd van de nederbeat/nederpop. Pas de afgelopen jaren hebben we veel popmuziekboeken mogen verwelkomen: van Bertus Borgers tot biografieën van o.a. Harry Muskee, Kaz Lux en Barry Hay. 

 

Het net verschenen ‘Oude Maasweg Kwart Voor Drie (het verbazingwekkende verhaal van The Amazing Stroopwafels)’ onderscheidt zich van eerder genoemde muziekboeken. Qua vorm alleen al, daar dit geschreven is door Merlijn Kerkhof, zoon van Stroopwafel Wim, geldt dit als een biografie met veel autobiografische elementen. Het onderscheid zit ‘m ook in de missie die de schrijver heeft om het 40-jarig bestaan van The Amazing Stroopwafels -21 maart 1979 was het eerste optreden, op straat bij Ter Meulen in Rotterdam- niet onopgemerkt voorbij te laten gaan. Hij vraagt erkenning voor het feit dat de band in meerdere opzichten uniek is zonder dat dit algemeen bekend is. Hij heeft volkomen gelijk! Geen Nederlandse groep die zo veel opgetreden heeft (7000 x), op zo uiteenlopende plekken, die zoveel singles uitgebracht heeft zonder hitnotering (42 stuks), maar wel een vaste waarde is in de Radio 2 Top 2000.

 

Muziekliefhebbers en muzikanten in het bijzonder zullen in dit boek genieten van de anekdotes, achtergrondinfo en trivia. Veel wordt duidelijk. Hoe komt de band aan zijn naam? Waarom werd Ome Kobus op de radio geboycot, welk bandlid heeft solo-cd’s gemaakt, waarom is Ik Ga Naar Duitsland veranderd in Ik Ga Naar Frankrijk, hoe verliep het contact met Lee Towers en hoe zorgde een prostituee voor een valsmunterijzaak waarin de band een rol speelde? En ook…waarom het grote succes niet verkregen werd.

Het is ook een boek van een zoon over z’n vader. Ook dat biedt mooie parafrases. Soms verpakt, maar treffend in een kleine zin weergegeven. “De prijs viel blijkbaar mee” is het korte en droge commentaar van de schrijver op de overweging van z’n vader om een ooglidcorrectie te doen. Zo ook over het kapsel van zijn vader: “dit is niet het soort lang haar waarover is nagedacht”. Dat Merlijn Kerkhof (journalist en muziekrecensent) een uitstekend taalgevoel heeft is niet verwonderlijk, want met een docent Nederlands als moeder en een liedjesschrijver als vader is dit nagenoeg een garantie.

De band heeft als bekendste nummers o.a. ‘Oude Maasweg’, ‘Ome Kobus’, ‘Ik Ga Naar Frankrijk’ en ‘De Reus Van Rotterdam’, waarvan de ‘YouTube-versie‘ al bijna 113.000 x bekeken is. Uit laatstgenoemde komt de fraaie tekst: ‘Hij kwam uit het Oude Westen / Twee hoog in de Gouvernestraat / Met zijn schoenmaat 62 / Rotterdammer in ’t kwadraat.’ Niet onlogisch dat de band sterk met de stad geassocieerd wordt. De gemeente Rotterdam heeft zelfs een bijdrage gedaan om dit project bij de Amsterdamse (!) uitgeverij Thomas Rap te realiseren.

In het boek staat een Stroopwafel Top 40, samengesteld door – ik citeer – ‘de eenkoppige jury’. Een goede reden om deze uiteenlopende nummers eens op te zoeken!

Voor een recent radio-interview luister hier.

“Oude Maasweg kwart voor drie – Het verbazingwekkende verhaal van The Amazing Stroopwafels” van Merlijn Kerkhof. Uitgever: Thomas Rap, ISBN: 9789400406414, kostprijs 19,99 euro.

Door Erik Bevaart
– – – – – – –

 

Vitesse – From The Stable – The Lost Tapes

vitesselosttapescollage

Tijdens de hoogtijdagen van de Nederpop eind jaren ’70 was, behalve Herman Brood & his Wild Romance en Gruppo Sportivo, ook Vitesse een grote act die zo’n 300x per jaar in binnen- en buitenland optrad. Wie herinnert zich niet de fantastische songs als ‘Rock’n’Roll Band’, ‘Whole Lot Of Travellin’, ‘Rosalyn’, ‘Good Lookin’ en geweldig rockalbums als ‘Out In The Country’, ‘Rock Invader’ en ‘Good News’. Het avontuur dat in 1975 begon met een kortstondige samenwerking tussen drummer Herman van Boeyen en Herman Brood, mondde later uit in een grote on-Nederlands goede rockband. Ondanks dat het een komen en gaan van muzikanten was (van Boeyen was de enige constante factor), bleef het een topband met een geweldige live reputatie totdat van Boeyen de groep in 1994 ophief.

Toen ex-Vitesse manager Ton Odijk (T.O. Artist Agency & Marketing) rondneusde in de kelder van de legendarische Arnhemse Stable Studio (waar behalve Vitesse ook bands als Long Tall Ernie & The Shakers, The Scene, Powerplay, Ivy Green en de Tröckener Kecks opnamen), vond hij daar een schat aan onuitgebracht Vitesse-materiaal dat zo’n 80 nummers bevatte. Het resulteerde in deze 19 nummers tellende cd die de tand des tijds zeker heeft doorstaan. Openingsnummer ‘Heaven Is On The Line’ is eigenlijk een betere versie dan die op de LP ‘Rock Invader’ staat, met een prachtige voice-over van wijlen Alfred Lagarde. Dan volgen er drie onuitgebrachte, ijzersterke rocksongs ‘Do It’, ‘Don’t Worry’ en ‘First Train Home’ waar de latere Powerplay-frontman Jan van der Meij de vocalen verzorgt.

Na een oerstrakke instrumentale versie van ‘Springtime Confusion’ gaat men enkele jaren terug in de tijd en is het de beurt aan mede-oprichter Herman Brood die een aantal nummers zingt. ‘Spide Pain’ stond natuurlijk al op zijn LP ‘Street’ uit 1977, maar deze versie is uniek voor de Brood-verzamelaar. ‘Pretty Pamela’, door de beide Hermannen geschreven met o.a. Pe Hawinkels, heeft duidelijk meer pit dan de versie op het titelloze debuutalbum van Vitesse uit 1975. ‘Back To Love’ is een zeer vroege, groovy versie van ‘Back (In Y’r Love)’ dat later op ‘Shpritsz’ verscheen. ‘Back On The Corner’ (zowel op het eerste Vitesse-album als op Brood’s big band plaat uit 1999) is wel meest rock’n’roll versie ooit van deze Mose Allison-song. ‘Funky But Clean’ is ook een andere en zeker niet mindere uitvoering dan het origineel. In het in 1953 door Clyde McPhatter & The Drifters geschreven en drie jaar later door Elvis vertolkte ‘Money Honey’ komt het kenmerkende pianowerk en zang van Brood uitstekend uit de verf en onbegrijpelijk dat dit destijds de plaat niet gehaald heeft. Zonder meer één van de hoogtepunten van deze fraai vormgegeven cd.

Het gevoelige ‘Preoccupied’ (zang van Boeyen, piano Brood) en ‘Peter Frost’ hebben nooit de plaat gehaald. De alternatieve take van ‘Whole Lot Of Travelin’ is niet minder dan de single uit 1980. ‘Screwed Blewed & Tattooed’ was de b-side van ‘Rosalyn’ en in dit geval ook weer een andere uitvoering. ‘Work It Loose’ is nooit eerder uitgebracht. Het door van der Meij gezongen ‘Comin’ Home’ is veel steviger dan de versie die ‘Rock Invader’ haalde. Ondanks ‘Split’ een demo-versie is, hoor je duidelijk de kracht van dit nummer. De CD waarop ook muzikanten als Ferdi Karmelk, Rudy de Queljoe, Wilco Turu Leerdam, Rob ten Bokum en Gerrit Veen te horen zijn, eindigt waardig met het stevige en swingende instrumentale ‘Surinam Airways’. Kortom: een mooie compilatie met uniek materiaal en een waar collector’s item voor de Nederpop liefhebber.

Tracklist:
01. Heaven Is On The Line (with Alfred Lagarde) – lead vocals Herman van Boeyen
02. Do It – lead vocals Jan van der Meij
03. Don’t Worry – lead vocals Jan van der Meij
04. First Train Home – lead vocals Jan van der Meij
05. Springtime Confusion – Instrumental Version
06. Spide Pain – lead vocals Herman Brood
07. Pretty Pamela – lead vocals Herman Brood
08. Back To Love – lead vocals Herman Brood
09. Back On The Corner – lead vocals Herman Brood
10. Funky But Clean – lead vocals Herman Brood
11. Money Honey – lead vocals Herman Brood
12. Preoccupied – lead vocals Herman van Boeyen, piano Herman Brood
13. Peter Frost – lead vocals Herman van Boeyen
14. Whole Lot Of Travelin’- lead vocals Herman van Boeyen
15. Screwed Blewed & Tattooed – lead vocals Herman van Boeyen
16. Work It Loose – lead vocals Herman van Boeyen
17. Comin’Home – lead vocals Jan van der Meij
18. Split – lead vocals Herman van Boeyen
19. Surinam Airways – Instrumental

Door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –

Tim Akkerman sings The Boss
Paard – Den Haag – zaterdag 15 december 2018

tacollage1

In het weekend dat Bruce Springsteen zijn 236e en laatste Broadway-show in het Walter Kerr Theatre in New York speelde en dit in premiere ging op Netflix, gaf voormalig di-RECT zanger Tim Akkerman een speciaal optreden in zijn hometown. Op de poster prijkte: ‘Tim Akkerman sings The Boss’. Plaats van handeling de Haagse poptempel het Paard, voor deze gelegenheid volledig uitverkocht.

Het publiek kwam al in de stemming toen de huis-dj oude rock’n’roll-helden en inspiratiebronnen van Bruce als Eddie Cochran, Jerry Lee Lewis en Roy Orbison ten gehore bracht. Even later betrad Tim Akkerman het podium en opende met ‘Wrecking Ball’. Toen zijn band na het tweede couplet feilloos inviel, wist iedereen dat het een gewonnen wedstrijd was. Alsof The E-Street Band zelf naar de Hofstad was afgereisd. Hierna speelde hij ‘Rosalita (Come Out Tonight)’ van het album ‘The Wild, the Innocent & the E Street Shuffle’ uit 1973. Zeker met dit nummer, maar ook met songs als ‘Out In The Street’ en ‘Jungleland’ wist de band zo’n mooie sfeer te creëren, alsof het weer de jaren ’70 was, waar Bruce (nog voor de grote doorbraak) in de minder grote zalen weergaloze shows gaf.

tacollage2

De stem van Akkerman leent zich uitstekend voor Springsteen-nummers en lijkt er zelfs opvallend op. ‘Atlantic City’van het album ‘Nebraska’ deed Tim Akkerman solo en voor het prachtige ‘Brillant Disguise’ sprong hij zelfs van het podium om het midden in de zaal geheel onversterkt te vertolken.  Hiermee kreeg hij iedereen stil, een kippenvel momentje. Het werd een avond vol Springsteen-hits en publieksfavorieten als ‘Glory Days’, ‘Streets Of Philidelphia’, ‘Human Touch’, ‘Badlands’, ‘Dancing In The Dark’, ‘Hungry Heart’, ‘I’m On Fire’, ‘Thunder Road’ en een fantastische afsluiter ‘Born To Run’.

De toegift begon met het verzoekje ‘Racing In The Street’ gevolgd door ‘The River’. Ook het mondharmonica-spel ging Tim Akkerman goed af. Na het afsluitende ‘Born In The U.S.A.’ kreeg de sympathieke Haagse zanger en zijn fantastische band een welverdiend applaus van het publiek dat had genoten van een 2,5 uur durende show (27 nummers) waarin men een mooie bloemlezing van het imposante oeuvre van The Boss bracht.

Op vrijdag 11 januari 2019 start de Theatertour Tim Akkerman Sings The Boss in Theater en Filmhuis Dakota in Den Haag. De tour loopt tot eind maart in o.a. Rotterdam, Sittard, Eindhoven, Tilburg, Almelo, Roermond en Hoorn. Ook Erwin Nyhoff & LA-Live Band komt in januari naar de Theaters, in de serie Legendary Albums Live zal hij het Bruce Springsteen-album ‘Born In The USA’ spelen.

Door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –

Legendary Albums Live: Dire Straits’ Brothers In Arms
Theater de Veste – Delft – donderdag 18 januari 2018
collagedirestraitsbrothers1
De meesten kennen Erwin Nyhoff van The Voice waar hij een aantal jaren geleden de finale behaalde door o.a. een prachtige vertolking van Springsteen’s ‘The River’. Hij heeft echter al een heel muzikaal leven achter de rug, dat begin jaren ‘90 begon met The Prodigal Sons, waarmee hij nog Pinkpop haalde. Daarna ging hij solo, speelde met grote artiesten (Scotty Moore, Mick Taylor) en vond met een Bruce Springsteen-show de weg naar de theaters.

Momenteel toert Nyhoff door het land met Dire Straits – Brothers In Arms in het kader van de ‘Legendary Albums live’ theatershow. Op donderdag 18 januari jl. was een van de eerste shows (een try-out) in Theater de Veste in Delft. Het optreden begon met het integraal spelen van de Dire Straits-millionseller uit 1985 (de eerste volledig digitale cd die uitkwam). Songs als ‘So Far Away’, ‘Walk Of Life’, ‘Your Latest Trick’ werden bijna foutloos gespeeld. Al snel werd duidelijk dat Nyhoff zich omringt weet met uitstekende muzikanten zoals drummer Arie den Boer (Metropole Orkest), Marco Dirne (docent conservatorium), saxofoniste Jelske Hoogervorst en toetsenist/muzikaal leider Jan-Peter Bast (ex-The Scene). Maar de absolute topper in dit gezelschap is zonder meer gitarist Marcel de Groot. Wat hij uit zijn instrument tovert komt heel dicht bij het zeker niet eenvoudige gitaarspel van Mark Knopfler. De Groot is duidelijk meer rock’n’roll dan zijn beroemde vader.

Na het spelen van ‘Brothers In Arms’ wat eindigde in een prachtige vertolking van het titelnummer, was de spanning eraf en speelde de band wat losser. Er werd wat materiaal van inspiratiebronnen van Knopfler gespeeld, zoals ‘Apache’ (The Shadows), JJ Cale’s ‘Call Me The Breeze’ en ‘That’s All Right’ (Elvis). Toepasselijke afsluiter voor de pauze was de Dire Straits-hit ‘Calling Elvis’.
collagedirestraitsbrothers2
Na de ‘thee’ opende de zesmansband met het sterke ‘Down To The Waterline’ van het debuutalbum uit 1978. Er volgde nog meer bekend werk van de Britse band zoals ‘Water Of Love’ (prachtig slide-spel van de Groot), ‘Lady Writer’, ‘Private Investigations’ en de tranentrekker ‘Romeo and Juliet’. Nadat een jonge gastzangeres uit de zaal Knopfler’s grootste hit ‘Private Dancer’ (dat de Dire Straits-icoon ooit voor Tina Turner schreef) zong, liep de show ten einde. Toepasselijke afsluiter was natuurlijk ‘Sultans Of Swing’. Frontman Erwin Nyhoff, die zonder meer tot de beste (rock)zangers van Nederland behoort, ligt het Dire Straits-materiaal erg goed. Niet zelden klinken sommige nummers beter dan het origineel. Doordat hij tussendoor het publiek weet te vermaken met boeiende verhalen, komt het theater-aspect ook ruim aan bod. Kortom: deze show is een aanrader voor de popmuziekliefhebber. Zelfs verstokte Dire Straits-fans zullen verbaasd zijn over het hoge niveau van deze muzikale productie, die nog tot eind mei 2018 in het land te zien is.

door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen, foto’s Nina de Bruijn

– – – – – – –

Kaz Lux – Rock-adel verplicht
Kaz Lux | www.myfavoritesong.nl
Muziekliefhebbers opgelet! Sinds 12 november jl. is Nederland weer een geweldig boek over de nederpop rijker: ‘Kaz Lux: Rock-adel verplicht’. Een biografie over een zanger die al bijna 50 jaar bekend is van Brainbox en z’n samenwerking met o.a. Jan Akkerman en Magic Frankie, moet wel interessante verhalen opleveren. Dat doet het dan ook beslist. Het boek leest gemakkelijk weg met veel autobiografische elementen er in, omdat de schrijfster de zanger veelvuldig aan het woord laat en citeert. Het is de verdienste van Kaz Lux zelf dat hij tegenover de schrijfster heel openhartig is geweest en de schrijfster Lutgard Mutsaers verdient een dikke pluim dat zij gedetailleerd en zorgvuldig (op de index dan na!) te werk is gegaan.

Met alleen deze beschrijving doe ik beiden te kort, want de Oosterhoutse zanger beschikt over voldoende zelfreflectie en de auteur probeert ook de tijdgeest weer te geven waarin Kaz Lux een nieuw muzikaal avontuur aanging. Dat heeft een toegevoegde waarde. Het boek is chronologisch opgebouwd en begint zodoende bij een boeiende episode uit het levensverhaal van Lux z´n Poolse vader.

Wat duidelijk wordt, is dat ondanks veel succes van de Nederlandse rockzanger, die in de loop der jaren mede door toedoen van gehoorproblemen meer troubadour geworden is, er regelmatig van de WW gebruik moest worden gemaakt. Voor de rechtgeaarde nederpopliefhebber is er in dit boek genoeg aan nieuwe info te vinden. Voor mij was dat o.a. waarom ‘Down Man’ voor André Hazes een belangrijk nummer was, waarom gitarist Bas Krumperman als beroepsmuzikant gestopt is en wat Kaz Lux als z’n beste song beschouwt. Het zijn slechts drie voorbeelden uit een denkbeeldige lijst van vele op te noemen minder bekende feitjes. Het boek is voorzien van enkele tientallen foto’s en bovendien van een cd met vier niet eerder verschenen tracks. Kortom, in meerdere opzichten is dit boek een verrijking.

“Kaz Lux – Rock-adel verplicht” van Lutgard Mutsaers. Uitgeverij In de Knipscheer,  ISBN: 9789062659586, kostprijs 25,- euro.

Door Erik Bevaart

– – – – – – –

Gejatte verhalen – De beste anekdotes uit de muziekindustrie

gejatteverhalencollage
Meestal zijn boeken over popmuziek informatief, soms interessant en niet zelden bordevol feiten die er al dan niet toe doen. Humor is vaak de ontbrekende factor. ‘Gejatte verhalen’, een uitgave van Rock’n’Roll Highschool uit Rotterdam, vormt hierop een aangename uitzondering. Het is een bonte verzameling van belevenissen uit de muziekindustrie. Over de schrijver laat men de lezer in het ongewisse, maar door de veelal hilarische verhalen maken de lachspieren overuren.

Zoals ook in het dagelijkse leven kent ook de popmuziek verschillende waarheden. Of (sommige) anekdotes waar zijn of juist niet, dat doet er in dit boek niet toe. De verhalen van of over platenbonzen, tourmanagers, bandleden, onhandige stagiaires, promotiemedewerkers en andere personages uit deze boeiende bedrijfstak zijn zorgvuldig verzameld en geven een unieke kijk achter de schermen. Niet overal wordt de artiest in kwestie bij naam genoemd (bij schrijnende gevallen) maar vaak ook wel met grote namen als Slash, van Halen, Cliff Richard, Mariah Carey, Bono, Diana Ross en mindere goden als The Gun Club, Black Uhuru, The Pogues en zelfs wijlen Eddy Wally.

Kortom: Het leukste muziekboek sinds ‘Donderweg’ van voormalig VPRO-dj Jaap Boots, past ook moeiteloos in het rijtje ‘Dulfer’s Dum Dum’ (Hans Dulfer), ‘De Teennagels van Keith Richards’ (Karel Kanits), ‘Muziekliefhebber’ (Erik Bevaart) en ‘Drumsolo’ (Hans Waterman). ‘Gejatte verhalen’ is een ideaal kado voor de komende feestdagen.

“Gejatte Verhalen – De beste anekdotes uit de muziekindustrie”, schrijver(s) onbekend. Uitgeverij www.rocknrollhighschool.nl ISBN: 9789079947003. Kostprijs 16,50 euro. Te bestellen: www.gejatteverhalen.nl

– – – – – – –

Motörhead – Under Cöver
motorheadcollage
Ooit was ondergetekende op het Lowlands-festival alwaar men ’t hele weekend over Drum’n’Bass liep te zeuren, alsof er geen bandjes optraden. Bij de eerste tonen van het toen spelende Motörhead sms-te ik naar iemand in het andere voorvak: ‘dit is pas Drum’n’Bass’. Als cover-verzamelaar keek ik lang naar deze LP van Lemmy & Co. uit.

Kant A:
Breaking The Law
Geweldige opener van deze Judas Priest-klassieker uit 1980, wat in een Motörhead-sausje met het uitstekende gitaarwerk van Phil Campbell toch wel heerlijk klinkt.

God Save The Queen
Deze versie kwam in 2000 al op single uit. Tekstueel doet Lemmy wat aanpassingen en vocaal doet hij er nog een schepje bovenop waardoor het niet zoveel onderdoet voor het origineel van de Sex Pistols.

Heroes
Vooraf zag ik nogal tegen deze versie op, aangezien het tot de mooiste Bowie-songs behoort. Toch blijft het wonderwel overeind en is het misschien wel de beste cover van deze plaat. Een eerbiedige ode!

Starstruck
Zeer verdienstelijk gezongen door Saxon-frontman Biff Byford maar het doet Dio niet vergeten. Prachtig tweestemmig refreintje met Lemmy: ‘The lady starstruck, she’s nothing but bad luck, The lady starstruck, running after me, The lady starstruck, she’s nothing but bad luck, yeah’.

Cat Scratch Fever
Op bijna alle fronten minder dat het origineel van Ted Nugent uit 1977. Een beetje overgeproduceerd waarbij het drumwerk van Mikkey Dee wel goed uit de verf komt.

Jumpin’ Jack Flash
Het laatste nummer van kant A een Stones-cover op een tempo waar Mick, Keith, Charlie en Ronnie het anno 2017 eigenlijk zouden moeten spelen. Oerstrak, maar Lemmy’s zang is wel een beetje wennen.

Kant B:
Sympathy For The Devil
Net als het origineel een prachtige opbouw, bij Motörhead wordt het na een aarzelend begin steeds steviger. Wat een solo van Phil Campbell.

Hellraiser
Het origineel van dit nummer staat op Ozzy Osbourne’s album No More Tears (1991) en een jaar later op Motörhead’s ‘March ör Die’. Lemmy schreef dit nummer samen met Ozzy en Zakk Wylde, dus eigenlijk is dit geen cover. Wel een betere versie dan van Ozzy.

Rockaway Beach
Voor Motörhead begrippen een beetje slappe versie, maar het is een demo-versie van een van de betere songs van de Ramones.

Shoot ‘Em Down
Het venijn zit ‘m in de staart van dit album. Wat een versie en update van het Twisted Sister-nummer dat op hun debuutplaat ‘Under The Blade’ uit 1982 staat.

Whiplash
‘Save the best for last’ moet de samensteller van dit album gedacht hebben. Een prachtige uitvoering van de eerste single van Metallica dat ook op het album ‘Kill ‘em All’ staat. Doet zelfs een beetje aan Peter Pan Speedrock denken.

In de documentaire Lemmy was te zien dat de helaas eind 2015 overleden legende in een LA-platenzaak de mono-box van The Beatles kocht. Een Beatles-cover in Motörhead-stijl (die zij weleens gedaan hebben) zou dus niet misstaan. Al met al een lekkere, oerstrakke en stevige coverplaat van een band die net als Ramones node gemist wordt.

door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –

Paul Weller & Max Meser

Paard – Den Haag – donderdag 8 juni 2017

Het moet ongeveer begin 1980 zijn geweest dat ik in een nog steeds bestaande Delftse Platenzaak aan de Voldersgracht de single ‘Going Underground’ van The Jam kocht. Dit trio liftte destijds mee met de punk- en new wave rage, maar eigenlijk behoorde zanger/gitarist en songwriter Paul Weller tot de Mods, een subcultuur die in de jaren ’60 bekend werd in Engeland. Soul, Jamaicaanse Ska, Britse Beat en Rhythm & Blues (The Who, The Kinks, Small Faces) was populair onder The Mods. Vandaar Paul Weller’s bijnaam The Modfather. In 1982 ging The Jam uit elkaar en richtte Paul Weller het meer op Soul gerichte The Style Council op. In de jaren ’90 startte The Modfather zijn succesvolle solo-carriere.

paulwellerpaard8juni2017

In het volledig uitverkochte Paard in Den Haag werd de avond geopend door Max Meser. De in Spanje geboren muzikant bracht een bevlogen set ‘Britpop’ bestaande uit songs van zijn debuutalbum ‘Change’, begeleid door een band met de oerstrakke drumster Gini Cameron (dochter van Claw Boys Claw-gitarist John Cameron) en bassist Mano Hollestelle (zoon van Wild Romance-gitarist David Hollestelle).

Daarna was het de beurt aan het icoon uit de Britse popscene die met een parmantig loopje het podium betrad om te openen met ‘I’m Where I Should Be’ van zijn vorige album Saturns Pattern uit 2015. Hierna deed hij ‘My Ever Changing Moods’ die hij in 1984 opnam met The Style Council. Niet veel later nam Weller plaats achter de piano voor het prachtige ‘You Do Something to Me’ dat bij menig bezoeker kippenvel bezorgde. Behalve veel songs van zijn nieuwste plaat ‘A Kind Revolution’ gaf hij een bloemlezing uit zijn imposante oeuvre, zoals ‘Have You Ever Had It Blue’ (met The Style Council gemaakt voor de soundtrack van ‘Absolute Beginners’). Ook speelde hij wat minder voor de hand liggende songs als ‘Into Tomorrow’ van The Paul Weller Movement (1991), het alleen op single verschenen ‘Wild Blue Yonder’ en het nog onuitgebrachte ‘What Would He Say?’. Weller is overigens een man van weinig woorden tussen de nummers door, wat hij te melden heeft doet hij in zijn teksten. Af en toe stelt hij een bandlid voor, die dan het volgende nummer aankondigt. De uitstekende begeleidingsband (inclusief drums en percussie en toetsen) bestaat o.a. uit bassist Andy Croft (vroeger op toetsen) en voormalig Ocean Colour Scene- gitarist Steve Cradock. De set eindigde met vier prachtnummers: ‘Friday Street’, ‘Porcelain Gods’, The Jam-hit ‘Start!’ en ‘Porcelain Gods’ van Stanley Road uit 1995.

setlistpaulwellerpaard8juni

De eerste toegift was heel apart, de bandleden zaten op krukjes en deden een korte unplugged set, die begon met ‘Wild Wood’ (bekend van een bier-reclame) en eindigde met ‘Out Of Sinking’. De muzikale koek was nog niet op want Weller kwam nog terug voor toegiften met het stevige ‘Come On/Let’s Go’, ‘The Changingman’ en het afsluitende ‘Broken Stones’. Kortom: dit uit 30 nummers bestaande optreden van de energieke Paul Weller (die al een 40-jarige carriere achter de rug heeft) was van begin tot eind boeiend en zijn nieuwste plaat ‘A Kind Revolution’ is een echte aanrader!
door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen (Bron setlist: setlist.fm)

– – – – – – –

Mala Vita & Mamihlapinatapai
Theater de Veste – Delft – vrijdag 8 april 2017

In samenwerking met Westerpop en Paard van Troje organiseerde het Delftse Theater de Veste afgelopen vrijdag een avond met twee bands die garant staan voor een feestje: Mala Vita en Mamihlapinatapai. Niet voor niets was de zaal ook behoorlijk gevuld.

De avond werd geopend door de band met de onuitsprekelijke naam: Mamihlapinatapai, een bont gezelschap afkomstig uit alle windstreken van Spanje (inclusief de eilanden), met Den Haag als thuisbasis. Vanaf de eerste toon wist deze 8-mans formatie het publiek in beweging te krijgen met hun opzwepende mix van latin, balkan, flamenco, reggae en jazz. Onlangs brachten zij in eigen beheer de debuutplaat ‘Camino del Sol’ uit. Het instrumentarium mag er ook zijn: contrabas, percussie, blazers maar waar het vooral om draait is enthousiasme. Daarom zou Mamihlapinatapai weleens dé festivalsensatie van komende zomer kunnen worden.
mamihlapinatapai

Een festivalsensatie is Mala Vita eigenlijk al jaren. Ondergetekende zag deze band in de begintijd in de Koornbeurs in Delft, de volle zaal ging compleet uit z’n dak. Succes kon niet uitblijven! Ondanks diverse bezettingswisselingen heeft Mala Vita zichzelf de afgelopen decenia behoorlijk op de kaart gezet met heel veel optredens op o.a. grote festivals en clubs in binnen- en buitenland en zichzelf na een radiostilte met het laatste album ‘So Far So Good’misschien wel opnieuw uitgevonden. Veel songs van dit album stonden op de setlist zoals het The Clash-achtige ‘Bugsy Malone’, het geweldige ‘Viva El Commandante’ en het mooie ‘Cape Town’. Ook werden er nummers van het vorige album ‘En Exilio’ (‘Ritmo Di Protesta’ en ‘Give It Up’) en het aanstekelijke ‘Una Canzone Di Dolore’ (van ‘Disorganizzata’ uit 2007) gespeeld. Verrassend was het nog onbekende, stevige bluesrocknummer ‘Walk Of Shame’. Hiermee bewees Mala Vita vele stijlen te beheersen en dat het verkennen van andere genres een uitdaging blijft.
collagemalavita
In de toegift ging de band terug naar de begintijd en speelden zij songs van het live-debuutalbum ‘Mani Fiesta’ (2005): ‘Il Cuore Del Mediterraneo’, ‘La Partenza’ en een geheel vernieuwde versie van de traditional en publieksfavoriet ‘Bella Ciao’. Conclusie: anno 1017 is Mala Vita nog steeds een unieke, enerverende live-band die eigenlijk nooit gaat vervelen.
door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –

Elvis Costello (Solo)
Tivoli Vredenburg, Utrecht, woensdag 15 maart 2017
costello-5
Bijna tien maanden later geeft Elvis Costello in het kader van de Detour het inhaal concert in Utrecht, in mei vorig jaar was hij namelijk ziek. Eenmaal in de mooie grote zaal wordt het publiek opgewarmd met Costello-videoclips van weleer die op een gigantisch ouderwets tv toestel vertoond worden. Om iets voor acht uur komt Elvis Costello getooid met rode hoed het podium op en trapt af met ‘The Angels Wanna Wear My Red Shoes’! Even later zingt hij ‘Everyday I Write A Book’ zelfs deels onversterkt. De toon is gezet, het veelal oudere publiek geeft de muzikale grootheid een warm applaus. Wat volgt is een bijna twee uur durende show die geen moment verveeld.

Na een aantal songs verplaatst Costello zijn aandacht naar een grote vleugel. Ondanks dat hij zeer behoorlijk op het toetseninstrument zijn weg weet en hij mooie liedjes ten gehore brengt, zien de meeste bezoekers, waaronder ondergetekende hem toch liever met gitaar! Tussen de nummers door blijkt Elvis een geanimeerd verteller, met o.a. verhalen over hoe hij ooit zelf begon en over zijn muzikale opa en vader. Muziek is hem dus met de paplepel ingegeven. Hij laat ook een aantal nieuwe songs horen, een enkele heeft hij naar eigen zeggen in de auto op weg naar deze show nog afgemaakt. Wat opvalt is, ondanks dat de in Londen geboren zanger en songwriter al tegen de pensioengerechtigde leeftijd aanzit, dat zijn zo kenmerkende stem aan geen enkele slijtage onderhevig is. Hij klinkt nog altijd als bij zijn doorbraak in 1977.
elviscostellodetour
Tegen het einde van de show doet hij geheel onversterkt het prachtige ‘Alison’ (kippevel moment!!) van het album ‘My Aim Is True’ uit 1977. Even later krijgt ‘Accidents Will Happen’ een enerverende piano-uitvoering. Na een toegift met de Aznavour-cover ‘She’ (Costello’s versie staat op de soundtrack van de film Nothing Hill) en als afsluiter het werkelijk legendarische ‘I Want You’ kan het tevreden publiek terugkijken naar een apart, memorabel avondje met de Costello-songs akoestisch zodanig gestript naar hoe ze ooit onstonden.
door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –

Batmobile – Brand New Blisters
lpbatmobile
De fans hebben er meer dan twintig jaar op moeten wachten, een nieuwe plaat van Neerlands psycho/rockabilly-trots Batmobile. De vijftien nieuwe songs zijn van een zeer hoog niveau, misschien wel de beste plaat uit hun omvangrijke oeuvre. Ook de typische Batmobile-sound staat nog steeds als een huis, kortom een geweldige productie.

Vanaf de heerlijke opener ‘BatmoManiacs’ (komt dichtbij de klassieker ‘Transylvanian Express’) tot de afluiter ‘Big Bop’ kent dit album geen zwakke punten. Nummers als ‘Rock & Roll And Alcohol’, ‘Save My Soul’ en het stevige ‘Demolition’ zullen ongetwijfeld uitgroeien tot publieksfavorieten. Overige hoogtepunten op kant A van dit album zijn o.a. het stevige ‘Never Gonna Stop’ (de ultieme rock’n’roll riff?) en vanwege de titel ‘Motherfuckin’ Hippie’. Na het sterke ‘Killmachine’ (afsluiter op deze kant) heb je de neiging deze kant nog een keer te draaien, maar ook de andere zijde van de goudgeel-gekleurde vinylversie opent sterk met het jungle-achtige ‘Apeface’ (heerlijk drumintro!), gevolgd door alweer een ijzersterke klassieker in spé ‘From The Get Go’. De plaat heeft ook twee ballads: ‘Spider Sylvia’ en het prachtige ‘Rest In Peace’, het lijkt alsof Ritchie Valens uit zijn graf is opgestaan om een nieuw nummer te maken. Met ‘Big Bob’ heeft de plaat een waardige afsluiter. Met ‘Brand New Blisters’ maakt Batmobile niets nieuws onder de zon, maar het is anno 2017 een openbaring in een verziekte muziekwereld vol idols-winnaars, singer-songwriters en Beyoncé-adepten. Hopelijk weet men in Nederland nu eindelijk deze topband op waarde te schatten, zoals men dat ook in Rusland, Duitsland, Japan en de US doet en waar Batmobile een geziene gast is.
door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –
Unknown Brood – Filmpremière

zaterdagavond 19 november IDFA, Koninklijk Theater Carré, Amsterdam.
unknownbroodcollage

‘When I Do My Suicide For You, I Hope You Miss Me Too’ staat rechtsboven op de mooie filmposter van Unknown Brood, een tekstregel uit Herman Brood’s eerste single ‘Rock’n’Roll junkie (1977). De al decennia terug aangekondigde zelfdoding van Neerlands enige echte rock’n’roll-idool gaat als een rode draad door de soms aangrijpende film. Alweer een Brood-film? Zullen de cynici denken. Maar wel een hele goede film met unieke, nooit vertoonde beelden aangeleverd door zowel Herman’s familie als vele fans.

Natuurlijk zijn er fragmenten die al in eerdere films (Cha Cha, Rock’n’Roll Junkie) en op tv te zien waren, maar dat komt het verhaal alleen maar ten goede. De documentaire geeft een zeer realistisch beeld van de opkomst maar ook de fysieke teloorgang van de zanger/kunstenaar. Behalve gitaristen Dany Lademacher en David Hollestelle is er ook een laatste interview met de twee jaar geleden overleden Cees Meerman. De drummer uit Brood’s meest succesvolle bezetting was toen al ernstig ziek.

Volgens Beppie Brood, Herman’s zus, speelde hij voor de buitenwereld meestal zichzelf (een act), maar in huiselijke kring had Herman een hele andere kant als gezellige huisman. Uit de archieven van de erven Brood zijn beelden te zien uit de tijd dat Herman dagelijks een filmcamera bij zich droeg. Hij was als vlogger zijn tijd ver vooruit, soms confronterend maar ook hilarisch.

Langzamerhand gaat de film richting die fatale 11 juli, de dag van de sprong. Henkjan Smits, die een grote rol speelde bij de laatste platen van Herman Brood, is zelfs een keer met Herman naar het dak van het Hilton geweest.

Na de film kreeg de jonge regisseur/filmmaker Dennis Alink, die een prachtig document van Unknown Brood heeft gemaakt, een verdiend ovationeel applaus. Later tijdens de naborrel (na een kort maar krachtig optreden van Dany Lademacher’s Wild Romance) werd aan hem gevraagd waarom hij op zijn leeftijd (27) een film over Herman Brood gemaakt heeft. Hierop antwoordde hij: ‘goede muziek overleeft altijd, luister maar eens naar Robert Johnson uit 1927, dat klinkt nog steeds geweldig’. Deze wijze woorden kan ondergetekende alleen maar beamen.

Vanaf 1 december is de film Unknown Brood in meer dan 30 filmhuizen en bioscopen te zien.

door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen (met dank aan Nathalie v.d. Lely)

– – – – – – –

Helloïse – Anthology (6CD BOX)

helloisecollage

Berichtje in mijn mailbox van Marcel:

Morguh Pedor,
Heb jij geen zin om een recensie te schrijven over die Helloise-box? Jij weet daar veel meer vanaf!

Daar kan Marcel zomaar een punt hebben. Was het niet ondergetekende die te pas en te onpas Helloïse noemde als zijn favoriete (oke, Nederlandse) bandje, in de jaren tachtig stad en land afreisde om dit gezelschap, van boerenschuur tot Ahoy, live te aanschouwen en alles verzamelde wat de band opnam en uitbracht? Zo gek was Marcel’s vraag dus niet.

Verrast was ik toen ik hoorde over een 6CD box, wat zou dit nog kunnen toevoegen aan wat er al eerder van Helloïse op de markt is verschenen?

De jaren tachtig langspelers COSMOGONY en POLARITY waren in de jaren negentig al uitgebracht op CD (COSMOGONY zelfs tweemaal), aangevuld met bonus tracks. Die tracks vind je ook terug op deze ‘Helloïse Anthology’, maar gelukkig is er nog veel meer te genieten. Naast uiteraard de vier albums zoals ze in Nederland op vinyl en CD zijn verschenen, krijgen we op deze 6CD box tevens van een aantal nummers de single-versie, een berg demo’s en remixes, plus 6 nieuwe songs (twee nog niet eerder uitgebracht, van de FATA MORGANA opnames, en vier nummers opgenomen in 2005, zo lezen we in het fraaie boekwerkje). Genoeg te beluisteren dus, een terechte uitgave deze 6CD ‘Helloïse Anthology’. HALEN!

We nemen de ‘Helloïse Anthology’ box even door.

COSMOGONY
De eerste CD bevat natuurlijk het onvolprezen legendarische debuut van Helloïse, een album die zich voor eeuwig in mijn brein heeft genesteld: COSMOGONY. Hier is al zoveel (goeds) over gezegd, ik hoef er verder niet over uit te weiden. Als extra tracks op deze schijf vinden we de b-kant van de ‘Cosmogony’ single (‘Friend Of Fortune’) en een viertal single versies (‘For A Moment’, ‘Ready For The Night’, ‘Cosmogony’ en ‘Run A Mile’). Feitelijk zijn deze hetzelfde als de album versies, maar dan met ingekort intro en/of afgeknipte gitaarsolo, maar goed, leuk voor de volledigheid.

POLARITY
De altijd lastige opvolger na je debuutalbum. Het geluid wat bombastischer, een geluidseffectje meer hier en daar, de harmonie koortjes nog nadrukkelijker aanwezig (wat niet altijd bekoord 😉 trouwens, bijvoorbeeld het koortje aan het eind van het refrein van het nummer ‘Helloïse’, het lijkt mij net niet echt lekker te passen. Maar dit terzijde). Toch een heerlijke plaat met een aantal sterke composities, lekker meeblèren met ‘Destination’ en meejanken met ‘So Close To Love’… Toegevoegd is ‘Mystery Eyes’, de b-kant van de single ‘Destination’.

A TIME & A PLACE FOR EVERYTHING
Pakweg 12 jaar later, aanbeland in 1998 (over het hoe en waarom, haal deze 6CD box, de geschiedenis van de band wordt uitvoerig beschreven in het bijgeleverde boekje), komt Helloïse op de proppen met A TIME & A PLACE FOR EVERYTHING, naast COSMOGONY mijn favoriete Helloïse album. Lekker heavy en clean geproduceerd, met prima rockers zoals ‘Emergency’ en ‘Young Rebels’, en voor de ballad liefhebbers de tranentrekker ‘Madelene’.
Extra op deze CD vinden we een sfeervolle instrumentale versie van ‘Madelene’ (reprise), en verder After The War (demo), ‘Glad To See You Again’, en het weergaloos swingende ‘Complete Surrender’. De laatste drie waren al te horen op de ‘Madelene’ CD-single die uitkwam voorafgaand aan A TIME & A PLACE FOR EVERYTHING. Mooi dat deze nu zijn toegevoegd aan deze box, zeker voor de degene die deze CD-single destijds gemist hebben.

FATA MORGANA
Helloïse verrast ons in 2001 met FATA MORGANA, niet alleen omdat op dat moment de band gereduceerd is tot een trio, ook muzikaal slaat het enigszins een andere weg in. Van de ongecompliceerde melodieuze heavy rock van met name de eerste twee platen, naar een meer PowerMetalProg geluid. Lekkere plaat hoor, met zijn spannende intro (‘Secura’), het snelle instrumentale ‘Mirage’ met z’n heerlijke finale, en de prima cover ‘Eloise’ van Paul Ryan… Als bonus tracks horen we ‘Love On The Rooftop’, en het geweldige uptempo ‘The Water’. Deze laatste was al eerder te vinden op de Japanse versie van FATA MORGANA.

BONUS CD 1 – ETERNITY
Demo’s. Hier wordt het echt interessant, met name voor degene die de CD versies van COSMOGONY en POLARITY in de jaren negentig gemist hebben, waar veel van deze demo’s ook op prijkten. Maar ook de bezitters van deze CD’s kunnen toch nog nieuw demo werk aantreffen op deze 6CD box (’Gates of Heaven’ en ‘Broken Hearts’, die hadden we nog niet, dank dank). Naast demo’s van “bekend werk” horen we ook nog een lading nummers die de officiële platen nooit hebben gehaald, fijne rockers zoals ‘Danger Games’, ‘Rock Unites’ en ‘Wanted By The FBI’… Uit de latere A TIME & A PLACE FOR EVERYTHING periode krijgen we ook nog een drietal demo tracks, leuk om terug horen hoe de uiteindelijke album versies in den beginne klonken…

BONUS CD 2 – ETERNITY
Tijd voor de remixes, hier zijn de POLARITY nummers onderhanden genomen, POLARITY 2.0 dus. Eerlijk gezegd niet besteed aan mij, het oorspronkelijke album klonk mij al lekker genoeg en zit zo ook in mijn geheugen gegrift. Maar ik kan mij heel goed voorstellen dat er geïnteresseerden zijn, misschien minder bekend met het werk van Helloïse, die deze remixes juist meer appreciëren boven de originele versie. En toegegeven, het klinkt allemaal net wat helderder en vetter, maar goed, ieder het zijne…

ZES (6!) nieuwe songs vinden we ook nog op dit schijfje, wat een luxe. Zoals eerder gezegd, twee nummers nog niet eerder uitgebracht, het mooi ingetogen ‘Until’ en het prima midtempo ‘A New Day’, van de FATA MORGANA opnames. De overige vier (‘Virtual Dimension’, ‘The Tower’, ‘Lost In A Crowd’ en het geweldige ‘So Long Alhambra’) zijn opnames die dateren uit 2005 en sluiten naadloos aan op het voorgaande werk van FATA MORGANA (voor wie interesse heeft, demo versies van deze songs (en meer) op https://www.reverbnation.com/benblue/songs, ga dat horen). Het geeft maar weer eens aan hoe jammer het is dat de mannen samen al een tijdje geen muziek meer uitbrengen… Maar er is altijd een lichtpuntje, zie het éénmalig concert een paar jaar terug in Zoetermeer, wie weet krijgt het toch nog eens een vervolg. Hopen mag toch?

Terug naar de ‘Helloïse Anthology’ box. De eerste vier CD’s komen in hoesjes met de originele album afbeelding, en de twee bonus ETERNITY CD’s zijn gebundeld in mooi nieuw artwork. En om de box compleet te maken is er een fraai 32 pagina’s tellend boekwerkje bijgevoegd. Aardschok redacteur en manager van Helloïse in de jaren tachtig, Michel van de Moosdijk, geeft een uitgebreid overzicht hoe het de band in al die jaren is vergaan. Verder vinden we de nationale én internationale discografie, alle informatie over de desbetreffende CD’s in deze box en worden we getrakteerd op afbeeldingen van concerttickets, artwork van singles/LP’s/CD’s, groepsfoto’s, en een handvol schitterende jaren tachtig live shots.

Oude tijden herleven, en drie tientjes is natuurlijk een symbolisch bedrag voor alle relevante wapenfeiten van deze Rotterdamse hardrockband, verzameld in deze mooi verzorgde box. Had ik al gezegd HALEN?!

Peter Freling
PS: Alle relevante wapenfeiten? Nou bijna dan, jammer dat we het bijvoorbeeld moeten doen zonder enkele demo’s die we wel vinden op de (Japanse) CD uitgave van POLARITY uit 1998… Nou ja, geen nood, over een jaar of 20 gewoon weer zo’n box, maar dan wel met de demo versie van het nummer ‘Helloïse’. Zonder koortje.

– – – – – – –

Koos – Het verhaal van de manager van Herman Brood
koosboek

Bij de eerste pagina’s van dit boek over de jeugdjaren van Koos van Dijk is de lezer geneigd te denken: ‘waar blijft Herman’, maar Koos van Dijk blijkt een amusant verteller, uitstekend verwoord door auteur Robbert Tilli die de manager een jaar lang gevolgd heeft. Het had maar weinig gescheeld of oorlogskind Koos had nooit het daglicht gezien, aangezien zijn zwangere moeder ternauwernood een Duitse aanslag overleefde. De latere Brood-manager was een nakomeling en een moederskindje. Na zijn schooltijd (de Mulo wilde niet lukken, de Technische School echter wel) ging hij werken. De in Winschoten opgegroeide van Dijk wist van aanpakken, werkte bij diverse radio- en tv-zaken en had ‘s-avonds een bijbaan in een kegelbaan. Later gaf hij in de avonduren rijles. Het avontuur en het geld lonkte dus vertrok Koos met een maat naar Canada om daar silo’s te bouwen. In de weekenden toog hij met wat collega’s de grens over naar Detroit. Daar kreeg de rock’n’roll hem te pakken. Eenmaal terug in Nederland kocht hij van zijn zuur verdiende centen zijn eerste sportwagen. Geïnspireerd door wat hij in de USA gezien had, werd hij de eerste professionele Nederlandse dj. Niet veel later begon hij samen met een kompaan een kroeg, ’t Pleintje in Winschoten waar op zondag bands optraden.

Na een ‘proloog’ van 70 pagina’s is het eindelijk zover: de eerste ontmoeting met Herman. Koos boekte hem voor zijn kroeg. Opmerkelijk detail: Herman had een agenda. Na een paar optredens bij Koos stond Herman ineens voor de deur. Niet veel later reden zij richting Assen voor een bezoek aan Herman’s ongeneeslijk zieke vader. Op het sterfbed van de man beloofde Koos dat hij op Herman zou passen en ‘The rest is history’.

Koos zag Herman sindsdien ook niet als vriend maar als kwetsbaar broertje. Al snel was hij Herman’s manager die alles voor de artiest regelde en zelfs het beroemde Wild Romance logo, dat later op vele t-shirts prijkte, aan de keukentafel ontwierp. Ook leende hij een aanzienlijk bedrag bij zijn vader voor de opnames van de debuut lp ‘Street’ van Herman Brood & his Wild Romance. Er volgde een hectische periode met o.a. de hit ‘Saturday Night’ en de grote doorbraak met de lp ‘Shpritsz’ en de ‘live’ opvolger ‘Cha Cha’, beide opgenomen in de Relight Studio in Hilvarenbeek, waar voorheen Duitse pornofilms opgenomen werden.

Zoals van iedere beroemde artiest (Elvis, Beatles) moest er ook van Herman een film komen. Er waren investeerders, echter een tegenspeelster ontbrak: Sylvia Kristel was contractueel niet mogelijk en Willeke van Ammelrooy wilde niet. Tijdens een optreden voor het Duitse programma Rockpalast, ontmoette Herman voor het eerst Nina Hagen. Zij werd dus de tegenspeelster in de film Cha Cha. Koos moest haar alleen nog even ophalen. Hij vloog naar Berlijn waar hij de van Oost- naar West-Berlijn gevluchte Nina op moest halen in een peperduur hotel. Daar kwam hij midden in een vergadering tussen Nina, haar band, het management en de platenmaatschappij. Daar verbrak zij al haar contracten,  ontbond de Nina Hagen Band,  maakte gelijk de verkering met de gitarist uit en vertrok geheel vrij met een verbouwereerde Koos richting Amsterdam.

Over de Amerikaanse tour van 1979 komen ook feiten op tafel die fans als ondergetekende nog niet wisten. Dat er veel speed meegesmokkeld was naar de US was bekend, maar dat hoofdacts als The Kinks, The Cars en The Babys (waar Herman bij in het voorprogramma stond) ook van die dope meeprofiteerde, was voorheen nog niet bekend. Herman’s laatste optreden van de Tour, in The Bottom Line in New York en wat daar allemaal fout ging, is ook uitvoerig beschreven. Ook staat er een vernietigende recensie uit de New York Times (aug. 1979) afgedrukt.

De commercieel mindere jaren ’80 en ’90 worden in dit boek vrij kort behandeld. Leuk is het verhaal dat Grace Jones een bezoek bracht aan de Amsterdamse Galerie Dante in de Spuistraat (waar Koos inmiddels zijn kantoor had en waar Herman op de bovenste etage schilderde en woonde) en wat er toen tussen de beide artiesten gebeurde.

Tot aan Herman’s dood op 11 juli 2001 is het boek precies op de helft. Tot dan misschien wel het ultieme Herman Brood-boek, ogenschijnlijk beter dan Jan Eilander’s ‘Rock’n’Roll Junkie’ en de boeken van Bart Chabot. Na het verhaal over de sprong en de begrafenis komt Koos zijn versie van de breuk met het gezin van Xandra Brood. Ook Bart Chabot komt er niet best vanaf, maar de waarheid zal wel ergens in het midden liggen.

Na Herman’s dood werd Koos manager van Ellen ten Damme en Patty Brard, was hij de initiator achter de Luv-reünie en ging Burlesque-avonden organiseren. Het hoofdstuk Herman was echter nog niet afgesloten want er kwamen nog grote exposities in het Cobra Museum in Amstelveen en in het Groninger Museum en de film Wild Romance. Gedurende het ‘Brood jubeljaar’ 2016 wordt een aantal belangrijke gebeurtenissen beschreven: de film ‘Kunst… begin d’r niet an’ en de theatershow Chez Brood. Beide projecten is Koos van Dijk door de erven Brood zorgvuldig buiten gehouden, desalniettemin gaat hij wel naar de film en is hij niet te beroerd om voor het theaterstuk een promofilmpje in te spreken, vanwege de tegenvallende kaartverkoop. De ‘Rambam affaire’ over de vermeende fraude met echtheidscertificaten van de Brood-manager komt ook uitgebreid aan bod. Hierin verdedigt Koos zich en alles liep met een sisser af.

Kortom: In het boek komen voor de Herman Brood-fan veel interessante nieuwe feiten boven water, ook voor de geïnteresseerde lezer en diegene die ‘manager-aspiraties’ heeft, is het een aanrader. Het is echter geen Koos ‘Coach’van Dijk-monoloog geworden, maar er komen ook zgn. ‘Coach-watchers’ aan het woord, zoals voormalig bandleden Ivo Severijns, David Hollestelle, zijn ex-vrouwen, Henkjan Smits,  Willem Venema en wat mensen uit de kunstwereld die over Koos hun mening geven. Een klein foutje in het boek: de Urban Heroes komen uit Den Haag, niet uit Groningen. Al met al een bijzonder boeiend boek over het leven van de fitste senior van de Nederlandse rock’n’roll, controlfreak en bovenal de man zonder wiens moeite Herman Brood nooit zo had kunnen floreren. Eindigend met een mooi citaat uit het boek: ‘niemand hield meer van Herman dan Koos’.

“Koos – Het verhaal van de manager van Herman Brood” van Robbert Tilli. Uitgeverij Nigh & Van Ditmar  ISBN: 9789038801490 kostprijs 22,50 euro.

Door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –

Sublieme Beatles-show The Analogues in Delft
theanaloguesdelft
Op 1 november 2016 kwam de theatershow van één van de grootste muziekproducties ooit naar het Delftse Theater de Veste. The Analogues speelden het legendarische Beatles-album ‘Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band’ integraal, een muzikaal spektakel dat alle verwachtingen overtrof. Compleet met strijkers, blazers, Indiase instrumenten, een harp en uiteraard visueel omlijst met mooie video-animaties. Wereldwijd werden de instrumenten verzameld die The Fab Four tijdens de opnames ook gebruikten.

In maart begonnen de repetities al voor de tour die eind oktober van start ging. Het Delftse publiek had dus de eer om één van de eerste shows te mogen aanschouwen. Om warm te draaien speelde de band eerst wat bekende Beatles-songs zoals de opener ‘Something’ gevolgd door ‘We Can Work It Out’. Toen kwamen twee songs van het album ‘Revolver’ aan bod: ‘And Your Bird Can Sing’ en ‘Eleanor Rigby’ alleen begeleid door drums en strijkers. Bekende en minder bekende songs werden afgewisseld, wat opviel was de perfecte samenzang van leadzangers Jan van der Meij en Diederik Nomden.

Na een aanloop van elf songs was het tijd voor de integrale uitvoering van één van de meest invloedrijkste albums uit de pophistorie, de eerste rockplaat die in 1968 een Grammy Award ontving als beste rockalbum van het jaar. Titelsong ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ werd feilloos gespeeld. Ook ‘With A Little Help From My Friends’ en ‘Lucy In The Sky With Diamonds’ vielen zeer in de smaak bij het enthousiaste publiek. Na ‘Getting Better’ en ‘Fixing A Hole’ verscheen er voor ‘She’s Leaving Home’ een harp op het toneel. Iets later bij ‘Within You Without You’ werd er gebruik gemaakt van Indiase instrumenten als een sitar (gespeeld door gitarist Jac Bico) en een tabla. Ook drummer Fred Gehring bleek een uitstekend zanger; voor het quasi romantische ‘When I’m Sixty Four’ (het meerendeel van het publiek was die leeftijd al gepasseerd) kwam hij achter zijn drumkit vandaan en volbracht zijn taak als een heuse crooner. Na ‘Lovely Rita’ en ‘Good Morning Good Morning’ volgde de reprise van ‘Sgt. Pepper’s’. Voor de afsluiter ‘A Day In A Life’ was de band enige tijd terug naar de Londense Abbey Road studio’s afgereisd om wat orkestpartijen op te nemen. The Beatles hadden destijds veertig orkestleden hun partijen viermaal in laten spelen om tot het bombastische geluid te komen. The Analogues hadden dit in de wereldberoemde studio’s en het bijbehorende zebrapad nog eens dunnetjes over gedaan. De opnames liepen tijdens het nummer mee, wat samen met de strijkers en de blazers zorgden voor een indrukwekkende ‘wall of sound’ als slotstuk.

setlistanaloguesdelft
In de toegift greep men terug naar twee songs uit 1964 met ‘A Hard Day’s Night’ en ‘Eight Days A Week’. Het publiek ging staan en zong de liedjes luidkeels mee. Powerplay-frontman Jan van der Meij sloot de avond af met ‘Hey Jude’. Na dit nummer zei de zanger dat hij het singletje nog om ging draaien, wat volgde was een schitterende, snoeiharde versie van ‘Revolution’. Na een staande ovatie verliet de band het podium en schuiffelde het publiek tevreden richting uitgang. Een werkelijk sublieme show waar zelfs een niet-Beatles fan als ondergetekende van genoot.

Komende maanden zijn er nog meer muziekshows in Theater de Veste: op  vrijdag 30 december komt The Kik met hun show ‘Met de deur in huis’, op woensdag 29 maart 2017 Danny Vera, op zaterdag 15 april 2017 Frank Boeijen en dinsdag 9 mei 2017 Johan Derksen en de pioniers van de Nederpop.

Door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –

Iggy Pop – Post Pop Depression – Live At The Royal Albert Hall
post-pop-depression-web_800

Wie op 10 mei 2016 aanwezig was bij het concert van Iggy Pop in de HMH in Amsterdam kan het beamen, dat was le-gen-da-risch. Ondergetekende zag Iggy vele malen optreden, van Ahoy tot Paradiso (Avenue B-tour), van een Schevenings strandfestival tot de geweldige reűnie optredens met The Stooges (o.a. Parijs, Lowlands, Pinkpop, opening Watt Rotterdam). Maar het optreden in het kader van de Post Pop Depression Tour met o.a. Queens Of The Stone Age-frontman Josh Homme en Arctic Monkeys-drummer Matt Helders en nog wat QOTSA-leden overtrof alle verwachtingen, dit was absoluut de beste keer dat ik Iggy zag! Een ander optreden uit deze tour, opgenomen in de vermaarde Londense Royal Albert Hall waar normaliter evenementen als The Night Of The Proms en klassieke concerten worden gehouden, is nu uit op DVD, Blu-ray en een DVD/2CD uitvoering.

Menig generatiegenoot herinnert zich nog de aflevering van Toppop in september 1977, waar een doldwaze Iggy Pop zijn nieuwe single ‘Lust For Life’playbackt en tegelijkertijd voor duizenden guldens schade aanricht aan het interieur en de aanwezige planten. Gevolg: de  fantastisch in beeld gebrachte clip zorgde voor een gigantische hit in Nederland (nr. 3 in de Top 40). Ik was sindsdien fan en schafte het album ‘Lust For Life’ aan. Nog steeds behoort deze lp tot mijn persoonlijke Top 3 van beste platen. Tijdens de Post Pop Depression Tour in 2016 deed The Godfather Of Punk maarliefst zeven nummers van deze klassieker. Rest van de setlist bestond uit zes songs  van ‘The Idiot’ (ook uit 1977), aangevuld met songs van ‘Post Pop Depression’.  De show is prachtig in beeld gebracht. Van de opener ‘Lust For Life’ tot de afsluiter ‘Succes’ een ijzersterk optreden met weinig zwakke punten. Als het optreden even dreigt in te kakken tijdens een nieuwe song, komt er weer een topper van weleer.

posterpost-pop-depression

Iggy trekt zich niets aan van de locaties waar hij speelt. Zo was hij ooit de eerste zanger die met ontbloot bovenlijf optrad in de Carnegie Hall en daar ook nog eens in het publiek dook, waarbij hij wat kneuzingen opliep want hij werd niet opgevangen door de zittende toeschouwers. Ook de Royal Albert Hall kent louter zitplaatsen. Bij ‘Funtime’ duikt zestiger Pop in het publiek, ook hier komt hij niet ongeschonden uit want even later stroomt het bloed langs zijn gezicht. Tegen het einde van ‘Tonight’ klimt een meisje het podium op, ophelst Iggy, kust hem op z’n mond en laat niet meer los, totdat een sterke arm de vriendelijk lachende zanger bevrijdt. Na de afluiter ‘China Girl’ volgen de toegiften, waarin het vrij onbekende ‘Repo Man’ van de gelijknamige soundtrack uit 1984 gespeeld wordt. Met de toepasselijke afsluiter ‘Succes’ eindigt een memoral avondje punkrockhistorie van een band in unieke samenstelling.

Kortom: Misschien wel de beste band die Iggy ooit begeleidde, wat een topmuzikanten zijn Josh Homme en drummer Matt Helders, die moeiteloos Hunt Sales (drummer op de LP ‘Lust For Life’) evenaart. Geweldig in beeld gebracht optreden, uitstekend geluid op de cd’s maar……PLAY LOUD.

Door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen

– – – – – – –

Gouden jaren…

boekhaagsmacollage

Er komt bepaald niet elk jaar een boek over de oude Nederpop uit, dus is zoiets bij mij, fervent liefhebber, altijd welkom. Zowel de pionierstijd als de periode dat de Nederpop zelfs een exportproduct werd -lang voordat de Nederlandse DJ’s toonaangevend werden in de gehele wereld- kan rekenen op mijn belangstelling. Van de ervaren journalist Robert Haagsma is nu ‘The Golden Years of Dutch Pop Music’ verkrijgbaar. En met een 18-track CD. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Een boek als dit is niet voor de leek, maar voor de meer dan gemiddelde liefhebber. En die hebben vaak ook enige kennis van de materie. Na het schitterende boek ‘Nederpophelden’ uit 2006 van Peter Sijnke werd het  hoog tijd voor een boek waarin de pareltjes van weleer uitvoerig onder de aandacht worden gebracht. Met 256 pagina’s valt er genoeg te genieten.

Enige verwarring dreigt wel te ontstaan over welke periode dit boek precies handelt. De uitgeverij neemt het ruim: Met bands als Cuby + Blizzards, Earth & Fire en The Blue Diamonds waren de jaren ’60 en ’70 de gouden jaren van de Nederlandse popmuziek. De in het boek visueel vermeld staande gelijknamige cd-serie van Universal van Nederpopbands neemt het nog ruimer: vanaf eind jaren 50 met de Tielman Brothers tot en met Kayak in de begin jaren 80. En er komt nog meer uit. Op de door Haagsma samengestelde verzamel-cd is als oudste nummer ‘Wasted words’ van The Motions en als jongste ‘Lyrics’ van Kayak te horen. Die periode 1965-1973 doet meer recht aan de bloeiperiode van de Nederpop, maar met de Engelse titel van het boek zou -met oog op internationale successen in Engelstalige landen- de gouden jaren eerder zijn tussen 1969 (Venus) tot en met 1976 (Una Paloma Blanca). Toen was het immers niet ongebruikelijk Nederlandse popartiesten hoog aan te treffen in de Amerikaanse en Engelse hitlijsten.

Haagsma heeft echter ook gekozen voor interviews met een drietal bands zonder aansprekend hitsucces: Cosmic Dealer, Dragonfly en The Zipps. De laatste twee komen trouwens ook voor in het boek Nederpophelden. Logischer had het geweest om meer aandacht te schenken aan de bands The Cats, Supersister en Focus. Waarom? The Cats hadden als enige Nederlandse band* drie nummer 1-hits in die gouden jaren 60. Supersister is het immers gelukt om bekende buitenlandse musici in de band te krijgen en Focus staat toch bij uitstek model voor internationaal aanzien. De selectie van Haagsma is dus soms een onlogische keuze en in een boek van 256 pagina’s had hier zeker ruimte voor vrijgemaakt moeten worden. De soms merkwaardige slordigheden** in het boek zijn niet storend, maar wekken enige verbazing.

Een gemiste kans is het echter om in een uitgebreid interview met Frank Kraaijeveld over The Bintangs, een van de oudste bands van Nederland, geen opheldering te verschaffen waarom de bassist met z’n broer Arti als oprichters rond 1971 The Bintangs gingen (of zelfs moesten) verlaten en de groep Kraaijeveld*** gingen vormen. Dan had wellicht ook antwoord gegeven kunnen worden op de vraag waarom deze band als producer nota bene Boudewijn de Groot aangereikt kreeg. Na een paar jaar keerde Frank Kraaijeveld terug bij The Bintangs. Hier zit ‘verhaal’ in. Zo ook bij met Ekseption, waarvan de afsplitsing van deze groep, de band Spin, succes oogstte in de VS. In die band speelden de gebroeders Hans en Jan Hollestelle, die een voorname rol vervuld hebben in de geschiedenis van de Nederpop. Misschien bewaart Haagsma materiaal voor deel 2 (die er wat mij betreft mag komen)?

De schrijver besteedt vooral middels -al dan niet eerder afgenomen- interviews met bandleden aandacht aan 25 groepen en tevens aan o.a. Radio Veronica, de opkomst van popfestivals en manager/organisator Jacques Senf. Dat is een goede zet. Senf is -evenals o.a. Freddy Haayen- enorm belangrijk geweest voor de ontwikkeling van met name Haagse popgroepen. Evenals het aandacht schenken aan Group 1850 is dit een meerwaarde van het boek. Van Haagsma was bekend dat hij voor het maandblad Lust for Life bandleider Peter Sjardin heeft opgespoord, twee jaar voor diens dood in 2014.

Het boek kent ook drie lijstjes: 33 essentiële nederpop-lp’s en 45 nederpop-singletjes en -juist afwijkend op de titel van het boek- ook ‘alle 13 cult’. Bij het laatste is er iets arbitrair. Tussen de vele goede en leuke vondsten staat opeens een ‘gewone’ top 10-hit, nl. “Ik heb geen zin om op te staan”. En waarom ‘Malle Babbe’ van Rob de Nijs nu bij de essentiële nederpop-singletjes staat is mij ook niet helder. Het niet in het boek genoemde duo Mouth & MacNeal zou uit oogpunt van (inter)nationale successen dan in die lijst eerder opgenomen mogen worden.

Een tip voor de uitgever. Ga het boek zelf maar eens goed lezen, want dan kom je beslist tot een andere omschrijving dan op de website van de uitgever geboden wordt: ‘Dit boek biedt een overzicht van alle belangrijke bands, onmisbare one-hit-wonders en machtige muzikanten’. Een overzicht van one-hit-wonders is er in ’t geheel niet. Het boek heeft echter gelukkig genoeg interessants te bieden!

Nu is bij mijzelf ‘een glas half vol en niet half leeg’. Dit boek moet niet beoordeeld worden op wat er niet in staat. Ook niet dat er niet een nieuwe invalshoek te vinden is. Haagsma levert een boek af, dat voor een hele generatie, van mid-50 tot en met mid-70****, vele herinneringen oproept. Voor mijzelf geldt dit ook, o.a. als organisator van de eerste optredens van Sjardin’s Terrible Surprise en dat ik wel eens een bezoekje bracht aan Sjardin’s platenzaakje in de Kinkerstraat.

Sommige interviews leveren vermakelijke, humoristische passages op, zoals bij Ekseption. Anekdotes zijn er volop te vinden in dit boek en ook dat is een pluspunt.

“The Golden Years of Dutch Pop Music” van Robert Haagsma. Uitgeverij Unieboek / Het Spectrum ISBN: 9789000350087 kostprijs 25 euro.

*In de beginjaren 60 hadden The Blue Diamonds ook drie nummer 1-hits; dit was echter een duo.

**Vier voorbeelden:
-Veronica-dj Tineke wordt abusievelijk met achternaam ‘de Nooijer’ aangeduid op pag. 92
-Solution-bassist/zanger Guus Willemse wordt steevast Willems genoemd op pag.143/149
-De groep The Tower heeft wel degelijk een hit gekregen, nl. ‘In your life’ op pag.164
-Rudy Bennett wordt abusievelijk als Rudy van Leeuwen aangeduid (gelukkig eenmalig) op pag.213

***Mona Lisa van Kraaijeveld haalde de 25ste plek in de Top 40 in 1971, hoger dan in hetzelfde jaar The Bintangs met “I’m on my own again”.

****Natuurlijk ook voor dertigers als Kik-zanger Dave von Raven, die het voorwoord in het boek geschreven heeft.

Door Erik Bevaart

– – – – – – –

The Rolling Stones in Mono

rollingstonesinmono1
Nadat in 2009 The Beatles in Mono op de markt kwam, kon je er op wachten dat er ook een soortgelijke Stones-box zou komen. The Rolling Stones in Mono is een schitterende box in twee versies: 16 LP box of 15 cd box, waarvan laatstgenoemde ongeveer de helft kost dan de vinyl-versie. Beide met een loepzuiver geluid en een mooi boek. Alle reguliere lp’s uit de periode 1963-1969 met van ‘Out Of Our Heads’ (1965) en ‘After Math’ zowel de US als de UK-versie. Hieronder een beschrijving per plaat in een periode waarin The Rolling Stones van een rhythm & blues groep met een psychedelisch intermezzo uitgroeide tot ‘The Greatest Rock’n’Roll Band In The World’.

stonesmonocollage1

The Rolling Stones (UK)
Het titelloze debuutalbum (UK release 16 april 1964) bestaat hoofdzakelijk uit blues, rhythm & blues en rock’n’roll covers van o.a. Willie Dixon (‘I Just Want To Make Love to You’), Chuck Berry (‘Carol’) en Rufus Thomas (‘Walking The Dog’). Het hoogtepunt op deze plaat is ongetwijfeld ‘Tell Me (You’re Coming Back)’ de eerste zelfgeschreven Jagger/Richards-song  die als A-kant van een single verscheen. Het geluid op deze plaat is zeer zuiver, maar niet echt opvallend beter dan de versies die in het verleden verschenen. Naarmate de opnametechnieken verbeterden, werd ook het geluid beter, dat geldt ook voor deze box.

12×5 (UK)
De tweede Amerikaanse LP van The Rolling Stones (US release oktober 1964). Het album opent met Chuck Berry’s ‘Around And Around’, verder kent het album ‘Confessin’ The Blues’, het prachtige ‘Time Is On My Side’, ‘It’s All Over Now’ en de tranentrekker ‘If You Need Me’ als hoogtepunten. Geluidskwaliteit hetzelfde als het bovenstaande debuutalbum.

The Rolling Stones No. 2 (UK)
Op dit tweede album (UK release 15 January 1965) wordt de geluidskwaliteit al wat beter dan het voorgaande van deze box. Een deel van deze plaat werd opgenomen in de fameuze Chess studio in Chicago. Hierop o.a. een andere versie van ‘Time Is On My Side’, de Solomon Burke-hit ‘Everybody Needs Somebody To Love’, ‘You Can’t Catch Me’(Chuck Berry), ‘I Can’t Be Satisfied’ (Muddy Waters) en drie Jagger/Richards-songs.

stonesmonocollage2

The Rolling Stones, Now! (US)
De derde Amerikaanse Stones LP (US release 13 February 1965) waarop een aantal songs die ook op de UK-release The Rolling Stones No. 2 staan. Hoogtepunten: ‘Little Red Rooster’ en ‘Heart Of Stone’.

Out of Our Heads (US)
Persoonlijk is dit album (US release 30 juli 1965) mijn favoriete jaren ’60 album. Hierop de all-time Stones-hit ‘(I Can’t Get No) Satisfaction) en het zeker niet mindere ‘The Last Time’. Deze lp bevat ook een aantal prachtige ballads zoals ‘Mercy Mercy’, ‘Play With Fire’, ‘That’s How Strong My Love Is’ en ‘Good Times’.

Out of Our Heads (UK)
De trackslist van deze Engelse uitgave (UK release 24 September 1965) verschilt met zes songs van de US-versie. O.a. ‘Satisfaction’, ‘The Last Time’en ‘Play With Fire’ ontbreken, maar hierop wel ‘Talkin’ ‘Bout You’, ‘I’m Free’ en ‘Heart Of Stone’. Het keiharde openingsnummer ‘She Said Yeah’dat  werkelijk uit de boxen knalt, is eigenlijk een prehistorisch punknummer.

December’s Children (And Everybody’s) (US)
Het vijfde Amerikaanse album (US release 4 December 1965) is eigenlijk een verzameling van nummers van de UK-versies van eerdere platen aangevuld met de singles ‘Get Off Of My Cloud’, ‘As Tears Go By’ en het prachtige ‘Blue Turns To Grey’.

stonesmonocollage3

Aftermath (UK)
Aftermath (UK release 15 April 1966) is het eerste Stones-album dat uit zelfgeschreven songs bestaat. Tijdloze songs als ‘Mother’s Little Helper’, ‘Lady Jane’, het folk-achtige ‘I Am Waiting’ en het dik elf minuten durende ‘Goin’Home’ springen er uit. Opgenomen in de RCA-studio’s in Hollywood. Geweldige sound.

Aftermath (US)
Op deze Amerikaanse Aftermath (US release 20 June 1966) staan drie nummers minder dan op de Engelse uitgave, terwijl ‘Mother’s Little Helper’ is hier vervangen door ‘Paint It Black’.

Between the Buttons (UK)
Het vijfde officiele Engelse Album (UK release 20 January 1967) vind ik een mindere uit de sixties. Spaarzame hoogtepunten (‘Backstreet Girl’, ‘Connection’). De sound is echter subliem, vooral het soms zompige basgeluid van Bill Wyman.

Flowers (US)
Flowers (US release 26 June 1967) is eigenlijk een verzamelalbum. Bestaande uit nummers die uitsluitend op de UK-albums stonden, wat singles en drie nieuwe tracks: ‘My Girl’, ‘Ride On, Baby’ en het geweldige ‘Sittin’ on a Fence’.

stonesmonocollage4

Their Satanic Majesties Request
Their Satanic Majesties Request (release 8 December 1967) is het psychedelische antwoord van The Rolling Stones op ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ van The Beatles. Op deze plaat komt het sublime geluid uitstekend tot zijn recht, omdat vooral Brian Jones instrumenten bespeelde die normaal niet gebruikt werden. Op deze zesde UK en achtste US lp staat o.a. het door Bill Wyman geschreven en gezongen, maar niet geweldige ‘In Another Land’, met als hoogtepunten ‘2000 Man’(in 1979 ook door Kiss opgenomen), ‘2000 Light Years From Home’ (in de tour van 1989-1990 op de setlist) en natuurlijk het prachtige ‘She’s A Rainbow’.

Beggar’s Banquet
Beggar’s Banquet (release 6 december 1968) heeft de destijds ‘verboden’ hoes. De plaat waarin de Stones de rhythm & blues en psychedelica achter zich lieten en klonken als een rockband met songs als ‘Street Fighting Man’, ‘Parachute Woman’ en ‘Sympathy For The Devil’. Ook zijn hier de eerste Country-invloeden te horen met ‘Dear Doctor’ en ‘Factory Girl’ (in 2013 op het Glastonbury Festival gespeeld als ‘Glastonbury Girl’.

Let It Bleed
Met dit album (release 5 december 1969) sloten The Rolling Stones de roerige jaren ’60 af. Misschien wel de beste sixties plaat van Jagger & co. De laatste waaraan Brian Jones zijn(bescheiden)  bijdrage leverde en de eerste met gitarist Mick Taylor. Deze plaat kent geen zwakke punten: van het schitterende ‘Gimme Shelter’ (zangeres Merry Clayton) tot de ultieme Blues-opera ‘Midnight Rambler’, de country-songs ‘Country Honk’(= ‘Honky Tonk Women’ in country stijl) en ‘Let It Bleed’, en nummers als ‘Love In Vain’, ‘Live With Me’ (Mick Taylor, slide-gitaar), en de legendarische afsluiter ‘You Can’t Always Get What You Want’ (dat begint met The London Bach Choir die het intro zingt en op 25 november 2012 in de O2 Arena in Londen voor het eerst live met koor gespeeld).

Stray Cats
Wat is een box-set zonder extra-plaat die nooit eerder uitgebracht is, zodat de fans die alles al hebben deze box wel ‘moeten’kopen. Stray Cats (cover in de stijl van de originele witte hoes van ‘Beggar’s Banquet’) bevat o.a. A- en B-kantjes van singles en ep’s en wat speciale uitvoeringen zoals twee versies van ‘Poison Ivy’, ‘As Tears Go By’ door Jagger in het Italiaans gezongen als ‘Con Le Mie Lacrime’ (in 1965 in Italië uitgebracht), de Otis Redding-cover ‘I’ve Been Loving You Too Long’ (zonder het fake applaus van de nep liveplaat ‘Got Live If You Want It!’) en de single-versies van ‘We Love You’, ‘Dandelion’, ‘The Under Assistant West Coast Promotion Man’, ‘Street Fighting Man’ en ‘You Can’t Always Get What You Want’ (zonder koor). Deze dubbel lp (of 1 cd in de cd-box) bevat dus 24 nummers.

Kortom
Zonder meer een prachtige box, zeer prijzig (CD Box rond de EUR 160,-/LP Box rond de EUR 350,-), mooie sound, leuk boek met unieke foto’s, 186 nummers waarvan 56 nog nooit in mono uitgebracht. Ook limited verkrijbaar met 9 vinyl-singles, maar dan veel duurder. Misstaat niet in de platenkast maar voor de verzamelaar weinig nieuws onder de zon. Nadeel: de onhandige, hersluitbare plastic buitenhoezen (in beide boxen).

Door Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen