Gastcolumns

Over Bruce Springsteen
collagebrucespringsteen_1200x430
Sommige artiesten zijn zoiets als pindakaas. Ze lijken er altijd al te zijn geweest. Bruce Springsteen is een van die artiesten. Hij keert steeds weer terug, ook al luister ik niet dagelijks naar zijn muziek. Maar dan is het alsof hij bij me aanbelt en zegt: “Ik ben er nog steeds. Je bent me toch niet vergeten?”

Mijn vroegste herinnering aan The Boss? Ik moet een jaar of negen zijn geweest. Met tien gulden in mijn broekzak liep ik in Pijnacker de winkel Dubbel D binnen. Naast fotoapparatuur verkochten ze ook platen. Iedere week stonden er veertig vinyl singles keurig gerangschikt achter de toonbank, zodat je precies kon zien wie de nummer één was van die week. Het is 1985 en Bruce Springsteen domineert de top 40 met zijn plaat ‘I’m on Fire‘. Die single is tevens de reden waarom de winkel ben binnengestapt. Als fervent luisteraar van de radio was dit nummer me al snel opgevallen. Ik heb de leeftijd bereikt waarop ik uitgebreide muziekwereld steeds meer begin te ontdekken. Het is het jaar van Live Aid, de terugkeer van Queen, het jaar van ‘Out Of Touch’ van Hall & Oates, ‘We Are The World’ en ‘Sussudio’ van Phil Collins. Maar ik ben nog niet zo oud dat de tekst mij doet verbazen: ‘Hey little girl is your daddy home, did he go away and leave you all alone, I got a bad desire’.

Met zachte hand word ik echter weer naar de uitgang van de winkel gedirigeerd. Het is de tijd waarin winkeliers in de middag nog een uurtje dichtgaan om een boterham te eten. Daar had ik even niet bij stil gestaan maar ik had het kunnen weten. Ik kwam namelijk wekelijks bij Dubbel D. Gewoon even door het aanbod van vinyl te neuzen en natuurlijk om het nieuwste exemplaar van de top 40 op te halen.

Later die dag kom ik (vastberaden als ik ben) alsnog terug om de plaat te claimen. Ik leg het geld op de toonbank en zodoende is de single dan toch van mij. Bruce is hot. Samen met andere grootheden als Madonna en Michael Jackson domineert hij de jaren ’80. Zijn platen draai ik in die tijd letterlijk grijs. Alle singles van de LP ‘Born in the USA’ ken ik als mijn broekzak en de videoclips van dat album op MTV zijn voor mij vertrouwd.

Een aantal jaren later zit ik met mijn vader voor de televisie. We kijken naar het concert ‘Roy Orbison and Friends – A Black and White Night Live’. Er staat een reeks van sterren op het podium met Orbison. Jackson Browne, Elvis Costello, Bonnie Raitt, Tom Waits en Bruce Springsteen. Bruce is een fan van The Big O en heeft dat in een speech tijdens de Rock and Hall of Fame in 1987 niet onder stoelen of banken geschoven: “In 1975, when I went into the studio to record, Born To Run, I wanted to make a record with words like Bob Dylan, that sounded like Phil Spector’s productions, but most of all I wanted to sing like Roy Orbison. Now, everybody knows that nobody sings like Roy Orbison.”

Tijdens het concert zingen ze gezamenlijk ‘Dream Baby (how long must I dream)‘ en ‘Oh, Pretty Woman‘. Een onvergetelijk concert, twee onvergetelijke zangers met allebei een uniek stemgeluid.

Vele jaren later. Het is inmiddels 2016 en ben in die tijd druk bezig met het schrijven van een nieuw boek. Op de radio hoor ik de rauwe stem van Bruce maar het lied is mij onbekend. Google weet alles en al snel ontdek ik dat het hier gaat om ‘Working on a dream‘. Het zou de soundtrack worden van het project waar ik toen mee bezig was: “I’m working on a dream, though it can feel so far away”. Ik lieg niet als ik zeg dat dit nummer van grote invloed is geweest op mijn boek. Wanneer de inspiratie ver te zoeken was, ook wanneer de woorden uit mijn vingers stroomden, draaide ik dat nummer tijdens mijn schrijfsessies. Het was een van die periodes dat Bruce weer bij mij om de hoek kwam kijken.
In 2019 kwam ik Bruce Springsteen weer tegen. Ditmaal waren de omstandigheden minder gunstig. Mijn relatie liep stuk en rond die tijd bracht Bruce het lied ‘Hello Sunshine’ uit. Een titel die in schril contrast stond met mijn gevoelens in die tijd. Wanneer het ‘Hello Darkness’ had geheten, was het meer op toepassing geweest. Maar desondanks stond “Hello Sunshine” steeds op repeat. Voor de mensen die het niet kennen, het is het beluisteren meer dan waard. Stel je eens voor dat je in de auto zit, onderweg bent naar nergens en je wilt vluchten voor je gevoelens: “Miles to go is miles away”. ‘Hello Sunshine’ is het verhaal van een man die verlangt naar normaliteit en geluk. En weer wist Bruce Springsteen de juiste snaar te raken, zoals hij dat al zo vaak heeft gedaan bij mij.

Ik kijk uit naar het moment dat The Boss weer op mijn pad verschijnt en doet waar hij een meester in is: mij doet binden aan zijn muziek, zoals hij dat bij miljoenen mensen al decennia lang heeft gedaan.
Misschien is de kroning op al die jaren Bruce eens het bijwonen van een concert. Gewoon als een soort van ‘dank je wel’. Vooruitlopend op dat eventuele concert heb ik de LP ‘Western Stars’ via het internet in bestelling staan. Geheel zonder het risico dat ik de winkel weer wordt uitgestuurd.

Christian Roos

– – – – – – –

 

Gouden export uit Utrecht

thejetscollage

Dat Den Haag en in iets mindere mate Amsterdam toonaangevend in de popgeschiedenis zijn, is evident. De andere grote steden, Rotterdam, Utrecht en Eindhoven, hebben een beduidend minder grote rol vervuld. Utrecht heeft door toedoen van o.a. Het Goede Doel, Klein Orkest en Kadanz en geboren Utrechter Herman van Veen wel Nederlandstalig een grote stempel gedrukt, Nou ja, bij het Klein Orkest was dan wel Hagenees Harrie Jekkers de zanger. Typerend voor de stad Utrecht is dat met Claudia de Breij deze nog steeds een bekende hedendaagse vertolker heeft van het Nederlandstalig lied.

Dit zijn begrijpelijk geen artiesten die in Engelstalige landen hoog scoorden. Urban Dance Squad, Daryll-Ann en Orphanage hebben Utrechts imago in de loop der jaren een beetje een draai kunnen geven. In de jaren 60 was Gloria, later geheten Unit Gloria, één van de weinig doorgebroken Utrechtse bands. Voor Radio Veronica maakten zij allerlei jingles. Zanger Bob Leverman (later opgevolgd door Bonnie St.Claire) zou onder de naam Robert Long  uitgerekend met Nederlandstalig repertoire solo succes boeken. Unit Gloria heeft in 1970 een paar optredens in Californië gedaan. ongetwijfeld vooral voor Nederlandse immigranten, daar de Friese cabaretier Rients Gratema ook op het programma stond.

Om een of andere reden is de oude Utrechtse nederbeatband The Jets niet bij het grote publiek bekend. Het door Peter Koelewijn geschreven Engelstalige nummer ‘The Worker in The Night‘ (als single slechts een b-kantje) staat op de verzamelelpee ‘Best Beat’. Tussen de Ro-d-ys en Groep 1850 in met o.a. Cuby & the Blizzards verkeert de groep in goed gezelschap. Persoonlijk spreekt mij dit meer aan dan de twee covers die grote hits in Nederland werden: in 1965 (‘Goldfinger’) en 1966 (‘The Pied Piper’).

‘Pied Piper’ is trouwens origineel van het duo Changin’ Times, dat bestond uit ene Steve Duboff en Artie Kornfeld, later één van de organisatoren van het legendarische Woodstock-festival, dat deze week exact 50-jaar geleden plaatsvond.

Het schijnt dat tijdens een weekendje Londen The Jets een ontmoeting hadden met The Beatles, Stones, Cliff, The Shadows, The Searchers, Dusty Springfield en blijkbaar Crispian St. Peters, aldus Nederbeat.info  Crispian St. Peters was onder de indruk van de versie van de Utrechters (die het eerder opgenomen hebben!) en besloot het te gaan zingen. De beide versies kwamen gelijktijdig in de hitparade en dat was ook al van toepassing op ‘Goldfinger‘, dat gelijktijdig met Shirley Bassey een hit was.

Juist die hit, de James Bond-theme,  is relevant voor deze column. Phonogram wilde een instrumentale versie van Goldfinger op de Japanse markt uitbrengen en contracteerde daarvoor The Jets. Omdat er al een Japanse band bestond die The Jets heette, veranderden ze hun naam in The Goldfingers. The Jets richtten zich met een aantal albums helemaal op de Japanse markt. De kerstplaat Santa Claus à Go Go werd een enorm succes en ging meer dan 300.000 keer over de toonbank, aldus Yesterdays Gold.

Bands als Shocking Blue en George Baker Selection hebben zoals bekend succes geboekt in Japan en The Motions kregen in 2001 door toedoen van de Tokyo No.1 Soul Set nog enige bekendheid, omdat die groep een sample gebruikte van ‘Freedom’, een door gitarist Leo Bennink en drummer Sieb Warner geschreven hitje uit mei 1969. Leo Bennink verklaart in ‘Nederpophelden’ dat hij (en niet Robbie van Leeuwen dus) hiermee eigenlijk de grootste hit voor The Motions geschreven heeft. Dat The Jets dus ook succesvol in Japan waren, is overwegend onderbelicht gebleven in de Nederlandse pophistorie evenals het feit dat de band nog steeds af en toe schijnt op te treden. Ongetwijfeld  niet meer zo wild als vroeger. In Utrecht is men de band beslist niet vergeten.

Erik Bevaart

– – – – – – –


Dutch Invasion

collageteesetvenusbaker

Op 12 juli is het precies 50 jaar geleden dat ‘Ma Belle Amie’ van de Delftse band Tee Set en ‘Venus’ van Shocking Blue uit Den Haag in de Top 40 binnenkwamen. Waar Tee Set zich nog tevreden moest stellen met een bescheiden notering op plaats 40 kwam Shocking Blue al direct op de 17de plek binnen. Uniek, omdat beide nummers grote internationale hits zouden worden. Begin 1970 zouden respectievelijk ‘Venus’ op de eerste plek en ‘Ma Belle Amie’ op de vijfde belanden in de Amerikaanse Billboard. Met daarna ‘Little Green Bag’ van de George Baker Selection, die op plaats 21 bleef steken, was er even sprake van een heuse Dutch Invasion. Opvallend is dat zowel Tee Set als Shocking Blue, zelfs na een nr.1 hit, geen groot succes meer in Amerika wist te boeken (opvolger ‘Mighty Joe’ kwam nog tot de 43e plaats) alwaar de George Baker Selection met ‘Paloma Blanca’ in 1976 nog op de 26ste plaats terecht kwam.

 

Als we naar het hitsucces kijken van de drie bands in Nederland valt het volgende op:
Shocking Blue: 14 hits, waaronder twee nr.1-hits
Tee Set:  21 hits, waaronder één nr.1-hit. Ook had Peter Tetteroo in 1968 nog een hit met ‘Red, Red Wine’.
Geoge Baker Selection: 27 hits, waaronder drie nr.1-hits

Van de drie nummers heeft zowel ‘Venus’ als ‘Little Green Bag’ nog meerdere levens gekend waarna het nummer nog bekender is geworden, waar dit bij ‘Ma Belle Amie’ niet echt opgaat. Overigens waren binnen Nederland dit niet de grootste hits van de bands.

Het was de Amerikaanse songwriter, talentscout en producer Jerry Ross die het potentieel van deze nummers in Amerika inzag. Ross had z’n sporen verdiend als producer met de megahit ‘Sunny’ van Bobby Hebb en als songwriter -samen met Gamble & Huff- met ‘I’m Gonna Make You Love Me’. Dit was in 1968 een hit van de combinatie Diana Ross & the Supremes met The Temptations. Als talentscout zag hij in Zurich de Tee Set en daarna Shocking Blue in Hamburg. Hij had door dat deze bij kleine op de binnenlandse markt gerichte platenmaatschappijen zaten.

Het succesverhaal rondom ‘Venus’ is bekend, niet alleen in de megahit van Bananarama uit 1986 en de intro in Stars on 45 (1981), maar ook dat dit door o.a. Tom Jones is opgenomen. Minder bekend is dat de Zuid-Koreaan PSY, die met ‘Gangnam Style’ het wereldrecord YouTube views heeft, op z’n debuutalbum ook ‘Venus’ opnam. Min of meer, want in het nummer ‘Bird’ gebruikt hij een sample en een stukje van de melodielijn. Mariska Veres heeft met haar Shocking Jazz Quintet een jazz-uitvoering van ‘Venus’ opgenomen. Dat componist Robbie van Leeuwen de melodie ‘geleend’ heeft van Big Three (met o.a. Mama Cass), is inmiddels ook algemeen bekend. Echter is dit ook gebaseerd op de traditional ‘Oh! Susanna’, in 1848 geschreven door Stephen Foster, zodat er geen claims neergelegd kunnen worden. Dat Van Leeuwen een uitstekend componist is, blijkt wel uit het overzicht op ‘A Tribute To Robbie van Leeuwen‘, waaruit bljjkt dat o.a de Walker Brothers en Nirvana zijn songs coverden.

Vietnam-veteranen hebben in reacties kenbaar gemaakt goede herinneringen aan ‘Venus’ en ‘Ma Belle Amie’ te hebben, daar dit op de radio gedraaid werd. Ook het succesverhaal van ‘Little Green Bag’, de eerste single van de groep van Hans Bouwens, mag bekend verondersteld worden. De eerste heropleving ontstond in 1992 toen Quentin Tarantino besloot het nummer te gebruiken voor z’n film ‘Reservoir Dogs’. Door het gebruik in een whiskey-reclame werd dit nummer zelfs een nr.1-hit in Japan. De tweede revelatie ontstond in 1999 toen Tom Jones ‘Venus’ met Barenaked Ladies zingt op z’n succesvolste album: ‘Reload’. Ongetwijfeld zullen de bijdragen van o.a. Robbie Williams en The Cardigans aan deze kaskraker mede geleid hebben tot dit enorme verkoopsucces.

Afgelopen jaar was George Baker in twee reclamespots te zien van supermarktketen Lidl, waarin ‘Little Green Bag’ verbasterd is tot ‘Lidl Green Bag’.  ‘Venus’ is ook gebruikt voor reclame namelijk voor Gillette (waarin Jennifer Lopez te zien is). Wellicht minder bekend is dat Venus ook te horen is in Martin Scorsese’s vorige maand uitgebrachte film ‘Rolling Thunder Revue: A Bob Dylan Story’ (te zien op Netflix). ‘Ma Belle Amie’ heeft die bijvangst minder gekend. Toch onderscheidt Tee Set als band zich in meerdere opzichten. Zo was gelijktijdig de afsplitsing After Tea ook populair, had Tee Set als eerste groep een eigen platenlabel en had de band de discotheek ‘Ma Belle Amie’ in Scheveningen.

De bezetting waarmee Tee Set in 1970 optredens in de VS deed, loog er kwalitatief niet om: Peter Tetteroo (zang), Hans van Eijck (orgel), Ferry Lever (gitaar), Franklin Madjid (basgitaar) en Herman van Boeijen (drums). De verdere loopbaan van enkele Tee Set-leden was zeer uiteenlopend: Ferry Lever (na afgestudeerd te zijn op het conservatorium gitarist bij Rob de Nijs), van de Spencer Davis Group afkomstige Ray Fenwick (gitarist bij allerlei Deep Purple-leden, waaronder op Roger Glover’s grote hit ‘Love is All‘), Polle Eduard (buiten z’n hit ‘Ik Wil Jou’ ook o.a. als liedjesschrijver voor Nico Haak) en Hans van Eijck (componist van vele TV-tunes, waaronder Goede Tijden, Slechte Tijden en Eén tegen 100). Persoonlijk vind ik het nummer ‘What Can I Do‘ van de band uit 1967 een bewijs van de geweldige combi van soul en popmuziek, waar bovendien het intro van de hobo al onderscheidend is. In de jaren 60 zijn er niet heel veel grote hits geweest waarin de hobo een voorname rol speelt, zoals ook in ‘As Tears Go By’ van Marianne Faithfull en ‘I Got You Babe’ van Sonny & Cher.

Dutch Invasion? Het permanente succes aan de andere kant van de oceaan bleef uit. Twee jaar geleden verscheen van schrijver Godfried Nevels het 366 pagina tellende boek ‘Dutch in the USA – Nederlandse muzikanten in Amerika’ (Uitgeverij Aspekt), waarin hij uit de doeken doet waarom deze tours vaak niet succesvol werden. Ach, niet getreurd…er zouden nog vele internationale successen komen en kon Focus de wereld pas écht verbazen.

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

Let’s face it, the future as a Rolling Stone is very uncertain

collagebrianjones

 Aldus Brian Jones profetisch in een interview in 1965. Brian Jones, briljante rat, borderliner met een IQ van 135 en uiteindelijk de grondlegger van de fameuze ‘Club van 27’. Maar ook grondlegger van de Stones; want hij koos ooit de bandnaam, het repertoire, selecteerde de bandleden en organiseerde de optredens. De onbetwiste leider van de band, die zichzelf daarvoor beloonde door zichzelf stiekem meer gage toe te bedelen dan de overige groepsleden.

Maar voordat de Rolling Stones aan hun opmars begonnen, hadden Jones, Jagger en Richards ruim een jaar in bittere armoe doorgebracht in hun tochtige onderkomen aan Edith Grove in Londen, waar Brian en Keith – al was het maar om warm te blijven – eindeloos de bluesmotieven van hun grote helden zaten te oefenen, terwijl mejuffrouw Jagger – ten minste nog voorzien van enige educatie – als kostwinner van het gezelschap dienst deed. Die omstandigheden en de samenstelling van dit driemanschap zijn bepalend geweest voor de ‘groepsdynamiek’ van de Stones als band in de jaren die hierna volgden.

Een dynamiek die Brian uiteindelijk fataal zou worden. Van de zelfovertuigde, egocentrische potentaat die zich in de beginjaren van de band zo nadrukkelijk liet gelden was begin 1968 een kwetsbaar, bijna paranoïde en in zichzelf gekeerd mannetje overgebleven, die zichzelf geheel leek te verliezen in alcohol en drugs. Bepalend hierin is geweest dat hij zijn leiderschap van de band min of meer inleverde toen Andrew Loog Oldham manager werd en het duo Jagger/Richards aanwees als songschrijvers. Brian verdween meer en meer naar de achtergrond; ook bij de optredens. De aandacht die hij eerst nog wel bereid was te delen, ging nu vrijwel volledig uit naar Mick Jagger als leadzanger.

Niettemin heeft Jones ontegenzeggelijk veel bijgedragen aan de sound van de Stones en is zijn muzikale invloed van wezenlijk belang geweest bij de doorbraak van de band. Nummers als ‘Paint It Black‘ en ‘Let’s Spend The Night Together‘ hadden zonder de inbreng van Jones niet tot zulke megahits kunnen uitgroeien. Jones was een weergaloze multi-instrumentalist, die samen met Keith Richards het voor de Stones nog altijd zo kenmerkende ‘guitarweaving’ ontwikkelde, waarbij beide gitaristen zowel ritme als solopartijen speelden en elkaar daarin vlekkeloos wisten af te wisselen.

Dat de Stones het uitstekend zonder Brian Jones af kunnen, bewijzen ze al decennia. Toch is Jones te beschouwen als de startmotor van de band. Zonder hem waren de Stones er niet geweest. Maar zijn creatie is tevens zijn ondergang geworden. Brian is de klap van zijn ontslag, drie weken voor zijn dood, niet te boven gekomen. Vermoord, zelfmoord gepleegd of slachtoffer van een astma-aanval op een wel zeer ongelukkig moment; het maakt niet uit en is hooguit voor de legendevorming interessante mystiek. Brian was voor zijn fysieke verscheiden al door zijn eigen band ‘geconsumeerd’, verteerd en uitgescheiden.

Ik heb me nooit zo met Brian Jones kunnen identificeren als met Jagger of Richards. Kan zijn, omdat de psychiatrie niet zo mijn favoriete werkterrein is en ik Jones vaak maar een irritante galbak of een fatterige aansteller vond, maar als je wat ouder wordt slaat de mildheid toe.

Eind jaren negentig moet het omslagpunt zijn geweest. Een Stones-fanclubdag in Stairway tot Heaven in Utrecht, het muziekcafé van Henk Westbroek, enigszins gemodelleerd naar de Hardrock-cafés die je over de hele wereld ziet. Henk Westbroek? Een beetje vadsige plaatselijke ex-politicus van Leefbaar Utrecht, die al lispelend politiek diepzinnige vragen kon stellen als: “Is er leven op Pluto?” en “Kun je dansen op de maan?” Gewoonlijk kreeg hij dan als antwoord dat ie maar beter de drank kon laten staan, maar dat is vooralsnog tegen dovemansoren gezegd.

Niettemin was ik trouw bezoeker van de fanclubdagen, temidden van wat al te uitbundig uitgedoste en veelal kalende veertigers en vijftigers, die met hun dikke pens het Stoneslogo op hun T-shirt, de beroemde tong, tot angstwekkende proporties deden zwellen. Verder was het voor mij graaien in de bakken met de nieuwste bootlegs, die daar tegen woekerprijzen van de hand gingen. Maandsalarissen verdampten in een kwartier in ruil voor concerten die op drie kilometer van het podium met behulp van een babyfoon waren opgenomen.

Verder waren de Stones-coverbands wel interessant. Zo’n band is het Haagse Flight 505, met in hun midden onder meer Peter Vermeij die in 1982 de partijen van Mick Jagger inzong voor het Stars on 45-project van een andere Hagenees, te weten Jaap Eggermont. Zeker weten doe ik het niet, maar ik dacht dat deze band weer eens mocht opdraven op zo’n zonnige fanclubzondag. Toen we binnenvielen stopte de band vrij abrupt met spelen. Een zelfbenoemde bobo van de fanclub begon aan een onverstaanbaar mooie toespraak en scheen zijn in het steenkolenengels gevatte woordenstront te richten op een bejaarde maar nog steeds allercharmantste dame die haar best deed om hem vanaf het midden van de dansvloer aan te horen.

Halverwege zijn betoog ging de in een verschoten T-shirt gestoken fanclubvertegenwoordiger over in het Nederlands. Iets, dat overigens de verstaanbaarheid niet ten goede kwam. Veel werd duidelijk toen hij plots van achter zijn rug een boek tevoorschijn haalde. We hadden hier te maken met een heuse primeur. Het eerste exemplaar van een biografie over Brian Jones werd hier gepresenteerd. Ongeautoriseerd, maar ja dat mochten we de biograaf niet kwalijk nemen, aldus de ineens vlot grappende spreker. Een besmuikt maar veel meer beschaamd gelach klonk op, want anders dan de spreker zelf had het publiek kennelijk wél in de gaten aan wie zijn woorden waren gericht: aan de weduwe, althans één van de achtergebleven vrouwen van Brian Jones!

Daar op het midden van de dansvloer stond een elegante Engelse lady, die ooit het creatieve brein van de vroege Stones haar schoot ter beschikking had gesteld. Die hele veel te lange toespraak lang stond ik uit respect voor mevrouw Jones m’n zeik op te houden. De blaas had inmiddels de vorm aangenomen van een bescheiden skippybal, toen eindelijk het ritueel van overhandiging van het boek aan Brian’s weduwe was voltooid.  Flight 505 zette een sprankelende versie van ‘I’m Free‘ in en in no time stond een hele meute motorisch haperende fans op hun favoriete muziek te fladderen. Met in hun midden Mrs. Jones, die niets van haar charme verloor toen ook zij mee ging dansen.

Nu nam ik het kloeke besluit om me door de huppende menigte naar de plee te vechten. Waarbij ik niet ontkwam aan het maken van soepele bewegingen vanuit de beide heupen, al was het maar om me zonder contact met bezwete corpulente fanclubleden een weg door het gepeupel te banen. Iets, waarbij me letterlijk een helpende hand werd toegestoken. Deze bleek toe te behoren aan niemand minder dan Brian’s weduwe. Niet eens uit beleefdheid, maar veel meer omdat ik ermee vereerd was, volgde ik vanaf dat moment haar bewegingen. Al dansend leidde ze me door een haag van licht jaloerse dansvloergenoten. Aan de rand van de vloer liet ze me weer los.

“You remind me of Brian”, playbackte ze, haar lippen tuitend. Ik bleek tot niet meer in staat dan een nerveuze knipoog en had daarna één van de meest bevredigende urinelozingen uit mijn turbulente leven.

Karel Kanits, auteur van het boek ‘De Teennagels van Keith Richards’     

– – – – – – –


50 Years Willin’ To Feat

lowelgeorgecollage_1500x563

Nee, het zal niet Trump’s favoriete song zijn: ‘Willin’ van Little Feat. Alleen al de zin “I smuggled some smokes and folks from Mexico” zal niet op de goedkeuring van de president hoeven te rekenen. Mogelijk behoorde het echter wel tot de favoriete songs van de schrijver zelf: gitarist/zanger Lowell George, die op 29 juni 40 jaar geleden als gevolg van een zeer ongezonde levensstijl kwam te overlijden. In de 10 jaar dat George deel uit kon maken van de in 1969 opgerichte band Little Feat nam hij dit nummer drie maal op. Twee duidelijk verschillende studioversies en een keer live. Het is echter geen single geworden.  Dat het een goede song genoemd mag (en zelfs moet) worden, is op te maken uit de vele malen dat dit door topartiesten gecoverd is, denk maar aan The Byrds, Linda Ronstadt, Steve Earle en The Black Crowes.

 

De enige single-uitvoering van dit nummer is afkomstig van de Nederlandse zangeres Lana Wolf, die het in Nashville opgenomen heeft. Op een live-opname wordt duidelijk dat zij in zekere zin nog ondergewaardeerd wordt. Al is de eerste opgenomen versie ooit -reeds voor Little Feat- afkomstig van de onbekend gebleven Johnny Darrell, acht ik de laatst (naar mijn weten) opgenomen vertolking van Greg Allman relevanter, enkele maanden voor diens dood in 2017 (album Southern Blood).

Little Feat bestaat nog steeds, met als enige oorspronkelijke groepslid Bill Payne. Er is ook nog een band Funky Feat met o.a. Paul Barrere en Kenny Gradney, waarvan de concerten ook vermeld worden op de website van Little Feat. Dit weekend in juni spelen ze hun 50 jarig-jublileumconcerten, al moet gezegd worden dat de groep tussen 1979 – 1987 opgeheven was. Bassist Roy Estrada leeft ook nog, maar speelt in geen van beide bands. Oorzaak? Hij zit een gevangenisstraf van 25 jaar uit wegens kindermisbruik.

Muzikaal kan je Little Feat, die in 1976 Pinkpop aandeed (de beelden zijn bewaard gebleven!), omschrijven als een mix van southern-rock en swamp-rock. Toch komt de band niet uit Texas of Louisiana, maar uit Californië. Alle eromheen hangende genres als country, blues en funk zijn echter hoorbaar geabsorbeerd. “There is only one rule, and that is there are no rules. We’ll play any style of music, as long as we do it well,” aldus Lowell George.

Dat twee van de oorspronkelijke bandleden, Lowell George en Roy Estrada, begonnen zijn bij Frank Zappa, die meer met klassiek en avant garde had, verbaast daarom des te meer. George speelt op het album ‘Hot Rats‘ van Zappa. De overige twee oorspronkelijke leden, pianist Bill Payne en de in 2010 overleden drummer Richie Hayward, spelen op honderden platen mee, veelal van bevriende artiesten, waartoe o.a. Ry Cooder, Bonnie Raitt, Linda Ronstadt, Jackson Browne en Michael McDonald behoren. Misschien wat minder voor de hand liggend is de bijdrage van Bill Payne als Hammond-organist op ‘A Momentary Lapse of Reason’ van Pink Floyd en van Richie Hayward op Stoney End van Barbra Streisand (een album waar zij drie nummers van Laura Nyro vertolkt). Gitarist Paul Barrere en percussionist Sam Clayton vervoegden zich later bij de band.

Hoewel Little Feat geen Top 40-hit genoteerd heeft, lukte dit Lowell George wel solo met ‘Cheek to Cheek‘, dat opvallend of toevallig (?) een dag na zijn dood werd uitgebracht. Het is een postume hit geworden, die zelfs net aan in de top 10 kwam. Volgens de omschrijving van een ‘eendagsvlieg’ zou Lowell George in Nederland hiertoe gerekend worden. Onzin natuurlijk. Persoonlijk heb ik niet veel met dit nummer, maar juist wel met de uit 1973 stammende titelsong ‘Dixie Chicken‘ en de uit 1990 afkomstige single ‘Texas Twister‘. Little Feat in optima forma!

Graag wijs ik de lezer op twee instrumentale nummers waarin Lowell George z’n unieke rustgevende slidegitaarsound juist wel tot uiting komt: ‘Lafayette Railroad‘ en ‘Genghis‘. Voor de meeste Little Feat-liefhebbers is dit laatste nummer niet bekend, daar dit op de instrumentale elpee The Master van Chico Hamilton uit 1973 staat. Ja, curiosa: Little Feat met een jazzdrummer (Chico Hamilton) en een fusionpianist (Stu Gardner) op een soullabel (Stax)! Lowell George in optima forma doorstaat alle tanden des tijds.

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

65 jaar jong
collageebapril2019

Volgende week is het 15 jaar geleden dat mijn boek ’50 jaar Pophistorie, blunders, jatwerk & frustratie’ verscheen. Het boek geeft een beschrijving weer van de geschiedenis van de popmuziek van 1954 tot 2004. Als startdatum had ik gekozen de opnamedatum van de eerste wereldwijde rock’n’roll-hit: op 12 april 1954 nam Bill Haley met z’n Comets ‘Rock Around The Clock’ op. Van ongeveer 1100 artiesten werd het aandeel van zowel de meest populaire als de meest invloedrijke, maar ook de meest onderscheidende muzikanten vermeld. Populair? Die kan je zelf wel invullen. Invloedrijk? Denk aan contrabassist/componist Willie Dixon, van wie in de jaren 60 al o.a. The Rolling Stones, John Mayall, Cream, The Doors, Jimi Hendrix en Led Zeppelin nummers opnamen of een pionier als Jackie Brenston wiens Rocket 88 een directe voorloper van de rock’n ‘roll was. Onderscheidend? Denk aan de uiterst productieve toetsenman Rick Wakeman, die buiten enorm veel (gast)studiowerk bijna 200 soloalbums op zijn naam heeft staan. Zo ook aan Leon Russell, wiens ongebruikelijk veelzijdige rol van zowel studiomuzikant, bandleider, componist, producer als platenbaas in meerdere muziekstijlen benoemd wordt.

De wijze waarop (=de vorm van geschiedschrijving) was niet eerder gedaan. Hoe dan…Chronologisch? Nee. Alfabetisch? Nee. Per genre? Nee. Op basis van grootste hits? Nee…dat was al zo vaak gedaan. Tja, ik geef het je te doen: bedenk maar eens iets anders! Ik koos voor tien originele invalshoeken, zoals 50 uiteenlopende records, 50 postume hits en 50 beroemde artiesten met een link met Nederland.

Er kwam ook een opsomming van de 50 succesvolste artiesten die in de VS en/of Engeland hits gescoord hadden die echter onopgemerkt bleven in Nederland, zoals Johnny Rivers en Adam Faith. Bovendien werd het boek ruim voorzien van prachtige foto’s door Paul Bergen, die terecht al jaren tot de top van de Nederlandse popfotografen gerekend wordt. Lay out was in vakkundige handen van Marcel ‘Bizarro’ Mulhuyzen. De tweede (herziene) druk raakte helaas niet uitverkocht. Het restant heb ik cadeau gedaan aan de Rockacademie in Tilburg. Ik kijk er goed op terug en heb veel goede recensies ontvangen o.a. uit AD, Platenblad, PlatoMania en Aloha. Als uitdaging wilde ik ook af en toe wat anekdotes er in verwerken, daar zorgen ego’s immers in de popmuziek wel voor.

Wat 15 jaar geleden 50 jaar geleden was, is nu dus 65 jaar geleden. De popmuziek is dus 65 jaar oud, tot kort voor kort stond 65 jaar voor gepensioneerd. De meeste groten van het eerste uur zijn niet meer onder ons. Dat gaat ook op voor Bill Haley, die trouwens wat mij betreft ook herinnerd mag worden aan zijn verdienstelijke (in Nashville opgenomen) versie van ‘Who’ll Stop The Rain‘ uit 1971.

Pianisten Little Richard en Jerry Lee Lewis en een bluesgitarist als Buddy Guy behoren tot de weinige nog levenden van de oude garde.

Ondanks 1100 in het boek genoemde namen, waarvan er zeker 1000 echt niet mogen ontbreken, ben ik tot mijn spijt ene naam vergeten. Een band die niet zo zeer populair, maar wel invloedrijk en onderscheidend is geweest. Van invloed op artiesten als Radiohead, Portishead en Broadcast. Onderscheidend door in 1968 gebruik te maken van een ringmodulator. Ik heb het over de band The United States of America. De band heeft slechts een elpee gemaakt en enige bekendheid heeft de groep wellicht gekregen door een nummer op de verzamelelpee The Rock Machine Turns You On. Nota bene twee elpees die in mijn jeugd al niet onopgemerkt aan mij voorbij waren gegaan…toch ben ik vergeten de band te selecteren, foei!

Of de band (zonder gitarist, maar wel met een fretloos bassist) volstrekt uniek klonk in 1968, oordeel zelf in het dromerige nummer ‘Cloud Song‘ en het frivole ‘I Won’t Leave My Wooden Wife For You, Sugar‘. Volgens mij nog steeds bijzonder in de pas 65-jarige jonge geschiedenis van de popmuziek.

Erik Bevaart

– – – – – – –


Snacks en sex en andere waantoestanden

collagenaarden_web

Tot de meest legendarische concerten uit de beginjaren van de popmuziek op Nederlandse bodem  behoren ongetwijfeld de twee concerten van The Beatles in de veilinghal in Blokker (waarvan eentje niet uitverkocht) in 1964, The Rolling Stones in het Kurhaus in Scheveningen in 1964, Janis Joplin in het Concertgebouw in Amsterdam in 1969 en Jimi Hendrix op de Hippy Happy Beurs in Ahoy in Rotterdam in 1970. Ik vraag mij af of er iemand is die bij alle vier aanwezig is geweest. Vermoedelijk niet.

Met popfestivals zijn natuurlijk Lochem (1968) en Pink Pop (1970) bekende ijkpunten en het meerdaagse in Kralingen (Rotterdam) gehouden Holland Popfestival in 1970, 10 maanden na Woodstock, met o.a. The Byrds, Jefferson Airplaine, Santana, Canned Heat en Pink Floyd spant natuurlijk de kroon. Om een of andere reden zijn de festivals ’14 Uur Puur’ in Naarden onderbelicht (en dat is nog zwak uitgedrukt). Tijd om hier eens verandering in aan te brengen.

In 1970 op 5 mei traden er de Spencer Davis Group, Chicken Shack en Humble Pie op. Hoewel de Spencer Davis Group qua hitsuccessen al op hun retour waren, gold dit niet voor Chicken Shack -denk aan I’d rather go blind’- en zeker niet voor Humble Pie, de groep van zanger Steve Marriott en gitarist Peter Frampton, De band had in 1969 met ‘Natural Born Bugie‘ een grote hit in Engeland, Duitsland en Nederland. De rockformatie zou ook doorbreken in de VS resulterend in het album “Performance Rockin’ the Fillmore”. Buiten deze acts speelden gedurende die veertien uren ook vele Nederlandse bands waaronder Golden Earring, Livin’ Blues en Big Wheel.

Wat schetst echter mijn verbazing?

In 1967 was er al een ’14 Uur Puur’ met zo’n 30 bandjes in 28 zalen in een kazerne! Ruim 5000 bezoekers, aldus het Gooisch Poparchief dat aangeeft dat dit waarschijnlijk het eerste in Nederland gehouden popfestival is. De vandaag de dag nog bekendste namen zijn Groep 1850, The Incrowd en de Jay Jay’s. Een van de andere bands was James Mean. Dit Amsterdams viertal met in de gelederen de nog 16-jarige gitarist Ferdi Karmelk heeft niet lang bestaan en geen hit gehad. Toch is voor de ware Nederpopliefhebber dit wel interessant. Dat is niet alleen vanwege de latere carrière van Karmelk, die na Vitesse, Herman Brood &  his Wild Romance en Nina Hagen (zijn partner) op 33-jarige leeftijd eindigt. Nee, van de band is weinig bekend, maar Jimmy Tigges heeft in zijn prachtige boeken ‘Delftse Toeren’ wel een en ander vastgelegd!

Hierin wordt duidelijk dat James Mean na een voorprogramma van Tee Set de mogelijkheid kreeg in 1967 een singletje op te nemen op het eigen label van de Delftse band. Peter Tetteroo reikte het nummer ‘What Can I Do‘ aan en werd producer. Door het vertrek van meerdere leden uit Tee Set naar After Tea ging de groep James Mean plots over naar/in Tee Set. Met de nieuwe groepsleden werd ‘What Can I Do’ opnieuw opgenomen en zingt uiteraard Peter Tetteroo i.p.v. Ferdi Karmelk. Het is een ‘soulful’ nummer geworden (met een hobo-intro) en werd een bescheiden hitje.

’14 Uur Puur’ leent zich voor meer erkenning dan het tot nu toe heeft gekregen. Uniek in meerdere opzichten. Ooit gehoord van The Watts uit Amsterdam? Deze leverden er een bijzondere prestatie door negen uur achter elkaar te spelen. De festivals boden meer dan alleen beatmuziek, ook soul, jazz en een steelband. Zoals een bijbehorende sticker uit 1968 de tijdgeest van het festival treffend verwoordt: mode, action painting, sad movies, snacks en sex en andere waantoestanden.

Erik Bevaart

– – – – – – –

Expansiezucht
collageexpansie_900x179

Het vieren van het nieuwe jaar is niet alleen een moment van goede voornemens, maar ook van vooruitblikken. Als ik kijk naar wat er dit jaar gegarandeerd aandacht in de popmedia gaat krijgen, dan zal men zeker gaan terugblikken op drie gebeurtenissen uit het jaar 1969. 

1-John & Yoko in het Hilton (25-31 maart 1969)
2-Brian Jones overlijdt (3 juli 1969)
3-Woodstock Festival (15-18 augustus 1969)

Niets mis met het belichten van deze historische gebeurtenissen, je zal er nog genoeg over te zien krijgen.

De Top 40 van het jaar 1969 werd hier maar ten dele door beïnvloed en werd vooral beheerst door de musical Hair (die overigens pas een jaar later in Nederland werd opgevoerd). De eerste twee nummer 1-hits waren zelfs twee songs afkomstig uit deze musical: ‘Hair’ van Zen en ‘Ain’t got no, I got life’ van Nina Simone. Meerdere nummers dat jaar zouden Hair-gerelateerd zijn. Een bijzondere was afkomstig van de Arubaanse zangeres Marva Hodge. Samen met de band Moody Sec neemt zij het nummer ‘Let The Sun Shine In’ op, dat op de zesde plek belandt. Op de B-kant staat overigens het instrumentale funky ‘00-43-GM‘, genoemd naar het kenteken van Fred Haayens auto. Dit funky-geluid was toen on-Nederlands. Het was het eerste jaar dat er niet ene Nederlandstalige nr.1-hit was!

Ik hoop dat er buiten deze juist twee andere gebeurtenissen in 1969 onder de aandacht worden gebracht, nl twee die de Nederpop internationaal op de kaart zouden gaan zetten. Ik bedoel niet het Eurovisie Songfestival, waar met ‘De Troubadour’ Lenny Kuhr (mede)winnares was, nee, want Nederland had wel vaker gewonnen. Uniek was het volgende: de Golden Earrings gingen in mei naar Amerika en Shocking Blue bracht in juli ‘Venus’ uit. Eind van het jaar werd dit nummer in Amerika uitgebracht en Shocking Blue zou op 7 februari 1970 als eerste Nederlandse groep de eerste plaats in de Billboard Hot 100 halen. De band effende zo het pad voor Tee Set met ‘Ma Belle Amie’ en George Baker Selection met ‘Little Green Bag’. ‘Venus’ zou in 1985 ook in de uitvoering van Bananarama in de hoogste positie halen. In de VS wel te verstaan, want met beide uitvoeringen van ‘Venus’ lukte dit niet in Nederland.

In het jaar 1969 zouden als eerste Nederlandse band de Golden Earrings (met Jaap Eggermont als drummer) en later in het jaar als Golden Earring (met Sieb Warner als drummer) de VS aan doen. Op affiches kwam de naam van de band in 1970 toch nog regelmatig als meervoud voor. Hoewel de band er geen hit had, wilde men,  op aandringen van Freddy Haayen, het geluk beproeven. Haayen was de ontdekker van de Earring(s), degene die er ook voor zorgde dat in 1965 The Who naar Den Haag kwam en zou zelf uiteindelijk directeur van Polydor Engeland en Polydor USA worden. De Haagse groep baarde, merkwaardig genoeg, juist opzien met een lange uitvoering van ‘Eight Miles High’, de drie jaar oude Byrds-hit. Het geloof in succes in Amerika werd in 1969 verstevigd.

Het echte, grote succes van The Golden Earring kwam weliswaar pas in 1973/1974 met ‘Radar Love’, maar dan ook zo dat dit nu nog bekend is. Uiteindelijk kan de band terugblikken op 10 tours in de VS waarin 40 staten zijn aangedaan. Dit avontuur begon trouwens met een valse start. In april 1969 kwamen de Earrings niet verder dan Schiphol, omdat de werkvergunning nog niet was geregeld.

Het gerucht gaat dat Jimi Hendrix graag Rinus Gerritsen had willen inlijven voor z’n nieuwe band, maar waarschijnlijk is dit alleen informeel op management-niveau besproken. Later is Cesar Zuiderwijk benaderd voor The Who om de plek in te nemen van de in 1978 overleden drummer Keith Moon. ‘Radar Love’ is inmiddels Holland’s Trots, de song is immers honderden malen gecoverd, ook door ongelooflijk veel internationaal bekende artiesten. van R.E.M. tot Metallica en Bryan Adams.

Erik Bevaart

– – – – – – –


Nederpop, geschikt of ondergeschikt?
collagenederpoptop2000

Eigenlijk weet je het al, maar toch valt het wederom tegen…er staat in de Radio 2 Top 2000 zo weinig nederpop uit de eindjaren 60 en beginjaren 70. Het waren de gouden jaren van de Nederlandse popgeschiedenis met Amerikaanse hits van o.a. Shocking Blue en Golden Earring. Niets mis mee en gelukkig staan ook Cuby & the Blizzards en Brainbox in de lijst, maar bijv. The Outsiders en Tee Set ontbreken. Veel pareltjes ontbreken helaas. Waar ik dan aan denk? Laat ik er tien noemen, dat zou slechts 0,5% van die Top 2000 zijn. Het gaat niet om obscure plaatjes, want het zijn hits in mijn jeugd geweest.

Alle 10 draag ik een warm hart toe. De hoogste top 40-notering staat erachter.

Rob Hoeke –  Drinking On My Bed (1968-nr. 11) 

Big Wheel  –  If I Stay Too Long (1969-nr. 22)

George Cash – Nightingale (1969-nr. 10)

The Tower – In Your Life (1969-nr. 20)

Amsterdam – Lucy Lucy (1970-nr. 13)

Blue Planet – I’m Going Man, I’m Going (1970-nr. 16)

The Machine – Lonesome Tree (1970-nr. 11)

The Bintangs – He Didn’t Wanna Go Home (1970-nr. 35)

Livin’ Blues – Wang Dang Doodle (1971-nr. 10)

Monica en Oscar Benton – Everybody’s Telling Me (1972-nr. 17)

Zoals het goed zo zijn als Den Haag het Rock Art Museum eindelijk eens zou omarmen (of anders Delft of Amsterdam, immers ook historische popsteden), zou het wenselijk zijn als er een lobby komt voor de nederpop uit de gloriejaren. Geen overbodige luxe als we dit ook zien als cultureel erfgoed. Myfavoritesong.nl koestert de nederpop bij uitstek!

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

Les en Jimmy
stonethecrowscollage_800x256

Niet alle jonge vroeg overleden popartiesten sterven op hun 27ste. Van de beroemdste Britse bands uit de jaren ’60 is eigenlijk alleen Brian Jones op z’n 27ste overleden, want van o.a.The Beatles, Led Zeppelin, The Small Faces en The Who werden de bekendste overleden leden toch beduidend ouder. Er is ook een bekende uitzondering, die toevallig raakvlakken heeft met de laatste vier groepen, die minder oud geworden is. Wie? Een moeilijke quizvraag, neem ik aan.

Onlangs werd even mijn geheugen opgerakeld bij het horen van de hit ‘Something In The Air‘ van Thunderclap Newman. Een eigenzinnig nummer van een door Pete Townshend bijeengeraapte band. In m’n eerste boek ’50 jaar Pophistorie, blunders, jatwerk & frustratie’ besteed ik aandacht aan artiesten met internationale nr.1-hits. Hits aan beide kanten van de zee en beide kanten van de oceaan. Als een song zowel de eerste plek in Nederland en Engeland als in de VS haalt, moet dit wel een goede song zijn (al hoef je het niet goed te vinden). Het lukte natuurlijk o.a. Elvis, Michael Jackson, Stevie Wonder en Madonna een keertje, The Rolling Stones 2x en The Beatles zelfs 11 x. Een schril contrast met The Who, die het nergens lukte om een nr.1-hit te scoren, terwijl nummers als ‘My Generation’, ‘Pinball Wizard’ en het van de tv-serie CSI bekende ‘Who are you’ in ieders geheugen zullen staan. Ik citeer: ‘Het lukte Pete Townshend wel om als producer van Thunderclap Newman met ‘Something In The Air’ in 1969 de hoogste positie in Engeland te bereiken’. Het nummer was geschreven en gezongen door de chauffeur van The Who, John ‘Speedy’ Keen, terwijl Townshend zelf bas speelde onder het pseudoniem Bijou Drains. Opvallend was dat de Schotse gitarist Jimmy McCulloch tijdens de opname pas 15 jaar oud was en toen al ervaring had opgedaan in de band One in a Million, waarmee hij reeds in 1967 twee singletjes opgenomen had. Niet geweldig, maar wel curiosa!

Waar Thunderclap Newman als een echte eendagsvlieg gezien kan worden, geldt dit niet voor Jimmy McCulloch die internationaal met Paul McCartney in Wings in 1974 echt zou doorbreken. Echter in die tussentijd zou hij eventjes spelen bij John Mayall (in navolging van een lange rij legendarische gitaristen) en vooral bekendheid krijgen in de band Stone the Crows. Misschien in Nederland niet echt bekend geworden, maar op vrijdag 26 juni 1970 speelde deze band wel op het popfestival in Kralingen, tussen Jefferson Airplane en Santana in. Toen was de gitarist van de band echter Les Harvey, jongere broer van Alex Harvey (die met de Sensational Alex Harvey Band furore zou gaan maken).

Les Harvey overkwam op 27-jarige leeftijd een fataal ongeluk in Swansea in 1972: elektrocutie op het podium. Er was nog geen publiek, het was een soundcheck. In McCulloch had de band een waardige vervanger. Stone the Crows  timmerde behoorlijk aan de weg, zat bij hetzelfde management als Led Zeppelin en had in Maggie Bell een goede zangeres met een rauwe stem. Zij zou later op Swan Song records, het label van Led Zeppelin, diverse platen maken.

Na vier elpees hield Stone the Crows op te bestaan en vertrok Jimmy McCulloch voor een paar jaar naar Paul McCartney & Wings. Nog even speelde hij in de heroprichting van de Small Faces, waarmee hij twee songs op de elpee ’78 in the Shade’ opnam. Het meest verdienstelijke nummer (ook van het gehele album) is naar mijn mening ‘Thinkin’ about love‘. Zijn heroïneverslaving zorgde voor z’n vroege dood in 1979… op 26-jarige leeftijd en toch al een enorme carrière achter de rug.

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

Innuendo
queelinnuendocollage
Het mooie aan muziek is dat er altijd nog wel iets te ontdekken is. Regelmatig word ik verrast door iets wat ik hoor. Daarmee gaat er een wereld voor mij open aan nieuwe geluiden van vele jaren geleden. Je raakt gewoon nooit uitgeluisterd. Met het verstrijken van de jaren verandert ook de muzieksmaak. We worden rijker aan levenservaring en tevens rijker aan melodieën uit de muziekgeschiedenis. Eigenlijk is het leven te kort om de vele juweeltjes te ontdekken die er zijn gemaakt. Ik heb een flinke lijst met platen die ik aandachtig wil gaan beluisteren. Voorbeelden zijn het album ‘Silver’ van Johnny Cash, ‘Tin Machine’ van de groep Tin Machine met David Bowie, ‘Super Trouper’ van Abba, ‘Tunnel of Love’ van Bruce Springsteen en het laatste Queen album in het leven van Freddie Mercury, ‘Innuendo’.Mijn favoriete Queen herinneringen dateren uit het jaar 1989. Het jaar van het album ‘The Miracle’. Ik was verknocht aan de singles die van dat album verschenen. Ik kon ze allemaal meezingen. ‘I Want It All’, ‘Breakthru’ en ‘The Invisible Man’ waren voor mij de platen van het jaar. Bovendien was ik gefascineerd door die prachtige mysterieuze albumcover. Voor de echte fans is ‘The Miracle’ niet het beste Queen album ooit. Voor mij was het was het niets minder dan een juweeltje.Twee jaar na ‘The Miracle’ overleed Freddie Mercury. ‘Innuendo’ was dat zelfde jaar volledig aan mij voorbij gegaan.  Vorig jaar, tijdens het beluisteren van de top 2000 werd ik gewezen op het nummer ‘Innuendo’. Ook al was deze compositie al jaren oud, toch klonk het als nieuw voor mij. Ik had nog noot zoiets gehoord. De tempowisselingen, het briljante gitaarduet tussen Steve Howe (gitarist van Yes) en Brian May. En natuurlijk de sublieme vocalen van Mercury zelf. Dit is de muziek die over vijftig jaar nog steeds staat als een huis. De passie en emotie die hij bezit en overbrengt. De kracht van zijn stem. De veelzijdigheid. Wat kan muziek toch bijzonder zijn. Liza Minnelli zei het als volgt: “in his last recordings, Freddie sounded as if he was singing to God.” En zo is het!Pas geleden heb ik de vertolking van ‘Innuendo’ door Robert Plant bekeken, tijdens het tribute concert uit 1992. De enige live uitvoering tot dan toe. Het nummer schijnt beïnvloed te zijn door het lied “Kashmir” van Led Zeppelin. Over de kwaliteit van die uitvoering van ‘Innuendo’ zal ik verder maar niet uitweiden. Kijk en oordeel zelf, het staat op YouTube. Het feit dat Freddie wist dat hij zou sterven toen ‘Innuendo’ werd opgenomen geeft het album, hoe wrang ook, een extra dimensie. Aanschaffen dus maar die plaat. En dan ook alle bijbehorende singles met het prachtige artwork wat terugkomt in de albumcover. De hele familie compleet en wel in mijn platenkast. Het leven van een vinyl liefhebber is mooi. Hoe triest het verhaal van de uitvoerende artiest dan ook mag zijn. Het ontdekken van de muziek gaat door. ‘Innuendo’ is een van de vele stops.
Christian Roos

– – – – – – –
Can’t Find?
collagecantfindmywayhome
Een paar songs behoren tot mijn favorieten aller tijden. Welke? In o.a. ‘Angel from Montgomery’, ‘A Song for You’, Little Wing, ‘Fire and Rain’ en ook ‘Can’t Find my Way Home’ ben ik enthousiast over het origineel, maar ook over zekere interpretaties van deze klassiekers. Goede songs worden bij uitstek gecoverd soms zelfs door erg goede artiesten. ‘Can’t find my way home’ is geschreven door Steve Winwood en ongetwijfeld kennen velen het nummer in de uitvoering van Blind Faith, de min of meer mislukte geforceerd geformeerde topband uit 1969. Die ene elpee met die bijzondere hoes heeft wat mij betreft in elk geval een topnummer opgeleverd. Het bijzondere eraan was dat Clapton akoestisch speelde, in de jaren 60 na zijn periodes bij The Yardbirds, John Mayall’s Bluesbreakers en Cream ongebruikelijk.

De tekst zou gaan over de (innerlijke) strijd tegen drugsverslaving met een zin als ‘leave your body alone’, dus zonder naalden in armen e.d. Sommigen horen iets religieus in: ‘Someone hold the key’. Het kan verkeren, het nummer is meerdere malen in een bluegrass-versie uitgebracht, o.a. door Allison Krauss, maar ook is er een triphopversie en een metal-uitvoering. Jammer, laat het nummer in haar waarde. Geen uptempo, maar langzaam. Geen opsmuk, maar sober. Prima zoals Steve Winwood het zelf akoestisch brengt. (YouTube link)

O.a. Bonnie Raitt, Styx, Joe Cocker, Paul Carrack, Elkie Brooks en The Allman Brothers Band hebben het opgenomen, John Mayer speelt het tijdens concerten en zorgt voor een puike gitaarsolo erin. (YouTube link). Mijn voorkeur gaat uit naar twee andere uitvoeringen, van Swans (YouTube link) en van zangeres Ellen McIlwaine (YouTube link). Hun interpretatie is eigen, geeft het weer iets bijzonders. Dat geldt trouwens ook wel voor House of Lords.  (YouTube link).

Met meer dan gemiddelde interesse vroeg ik mij af welke Nederlandse artiesten ‘Can’t Find My Way Home’ opgenomen hebben. Ik kwam er slechts twee tegen, eentje uit 1971 en de ander uit 2015. Beide keren was Bertus Borgers de zanger! Zowel met Mr. Albert Show als met de Young Retro’s is het vastgelegd. Een compliment voor zijn repertoirekeuze! (YouTube link).

In m’n speurtocht naar goede coverversies van het nummer, waar ik er tientallen van beluisterd heb, liep ik tegen een heuse contest uit 2010 aan. Er was een prijsvraag uitgeschreven, waarbij de winnaar een door Steve Winwood gesigneerde Fender Stratocaster kon verkrijgen. Ene Brenna Fitzgerald viel deze eer te beurt. Niet onverdienstelijk dus. (YouTube link).

Wellicht een idee om iets vergelijkbaars in Nederland te doen. Met een nummer van vaderlandse bodem. Ik denk niet zo zeer aan de bekende hits als Radar Love, Hocus Pocus en Saturday Night, maar iets minder bekend. Deze zijn ook al zelfs door Amerikanen gecoverd. Ik denk aan wat anders. Vier voorbeelden van oude nederpophits met een Top 20 notering als ‘The Smile’ van Brainbox, ‘Nightingale’ van George Cash, ‘I’m Going Man, I’m Going’ van Blue Planet  of ‘Lonesome Tree’ van The Machine? Volgens mij niet eerder als cover op lp/cd gezet. Die zorgen voor een herwaardering van de song. Misschien is een hitje van een Nederlandse gelegenheidsband uit 1969 -enigszins vergelijkbaar met Blind Faith, dus met een bekende zanger en bekende gitarist- een goed idee: ‘In Your Life’ van The Tower. De Engelstalige hit van Boudewijn de Groot met gitarist Eelco Gelling in een sound van 50 jaar later, daar ben ik echt wel benieuwd naar…  (YouTube link).

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

The Poor Side?
johnnyriverscollage

In mijn vorige column (over de band Jackson Heights) lichtte ik al een tipje van de sluier op wat mij op muziekgebied fascineert. Zo vind ik het boeiend om te proberen een mening te vormen over waarom een goede artiest/band niet is doorgebroken. Jackson Heights is zo’n voorbeeld van een goede band, die relatief onbekend gebleven is. Misschien ondergewaardeerd? Ik heb een poging ondernomen een verklaring te vinden. Het brengt mij bij iets van 15 jaar geleden, toen ik bezig was met de voorbereidingen van mijn eerste boek ’50 jaar Pophistorie, blunders, jatwerk en frustratie’. 

In dit boek heb ik de geschiedenis van de popmuziek beschreven op een niet-conventionele wijze, dus niet chronologisch, per genre of alfabetisch. Ik koos voor 10 onderwerpen, waarvan sommige niet of nauwelijks in de media beschreven waren. Even een voorbeeldje? De link tussen beroemde artiesten en Nederland, variërend van Elvis, Chubby Checker, The Beach Boys, The Rolling Stones, Nina Simone, David Bowie, Van Halen, Red Hot Chili Peppers en Prince tot Solomon Burke. Natuurlijk zijn er nog veel meer, maar deze hebben alle 10 een verschillende connectie met Nederland, check it out popquizliefhebbers!

Even terug naar het onderwerp.

Wanneer is een artiest ondergewaardeerd of onderschat? Is dat niet een kwestie van smaak of is er een objectieve maatstaf aan te leggen? Om te voorkomen dat willekeur deze bepaalt, heb ik een lijst samengesteld van 50 artiesten die grote hits hadden in de VS en/of Engeland, maar niet ene in Nederland. Als er overduidelijk succes in de toonaangevende popmuzieklanden is en dat blijft uit in Nederland, mag hij/zij niet toch ondergewaardeerd voelen in Nederland. Zeker als deze meerdere echt grote hits heeft/hebben afgeleverd. De top 5 van deze lijst heeft inderdaad een imposante staat van dienst:

1-Adam Faith met 11 Engelse top 10-hits

2-Johnny Rivers met 9 Amerikaanse top 10-hits

3-The Bachelors met 8 Engelse en ene Amerikaanse top 10-hit

4-The Shirelles met 6 Amerikaanse en ene Engelse top 10-hit

5-Gary Lewis & the Playboys met 7 Amerikaanse top 10-hits.

Het zijn allen artiesten die bovendien een (of zelfs twee) nummer 1-hit hadden. Ik beperk mij nu even tot zanger/gitarist Johnny Rivers, in dit rijtje de enige artiest die zowel in de jaren ’60 als ’70 succes had. Hij speelde in 1967 op het Monterey Popfestival, is producer op zijn platenlabel Soul City geweest van Fifth Dimension en schreef in 1961 als 18-jarige al I’ll make believe voor Ricky Nelson. Hoewel veel hits covers waren (van o.a. Chuck Berry) was z’n enige nr.1-hit juist wel van eigen hand: Poor Side of Town uit 1966. Het is een droevig nummer, een echte ballad, dat later opmerkelijk weinig gecoverd is, met als uitzonderingen The Monitors, Al Wilson, The Walkabouts, Nick Lowe en Eels. In Nederland is het in 1975 echter een hitje geweest in een bijna onherkenbare uitvoering van de disco-act Love Machine.

Bijna 76 jaar jong, Johnny Rivers treedt nog steeds op en laat uiteraard zijn grootste hit dan horen. (YouTube link)

Ook van Eels, 40 jaar na het origineel!, is de live-opname van het succesvolle album met strings de moeite waard: (YouTube link)

Veel fans zijn van mening dat het onbegrijpelijk is dat Johnny Rivers nog niet opgenomen is in de Rock & Roll Hall of Fame. Daar valt wat voor te zeggen, hij is bepaald geen eendagsvlieg, verkocht zo’n 30 miljoen platen en heeft zijn sporen in twee decennia verdiend.  Zijn carrière is echter grotendeels gestoeld op het vertolken van andermans werk. Zou dat de reden zijn van het niet worden opgenomen in de lijst van ‘legends’? In de wereld van blues en folk is dat geen schande.

Misschien is Johnny Rivers eigenlijk niet alleen in Nederland maar ook in eigen land ondergewaardeerd.

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

Jackson Heights: onderschat of een muzikale desillusie?

jackson-heightscollage

Eind jaren 60 toen ik negen jaar was, kreeg ik allerlei singletjes van m’n oudste broer en zus. Zij kochten immers elpees en dan waren de singletjes overbodig. Mijn collectie varieerde van Donovan en Melanie tot Cream en John Mayall. Een jaar later was het heel af en toe mogelijk om zelf een singletje te kopen. Dat kon maar op twee plekken in mijn dorp. Soms kocht ik in de uitverkoop bij Termeulen op de Lijnbaan in Rotterdam. Singletjes ruilen kon met net iets oudere jongens. Mijn favoriete band werd The Nice, die een ongebruikelijke combi van rock, klassiek en jazz maakte. En dat net zo gemakkelijk met teksten van wat toen folkzangers genoemd werden: Bob Dylan en Tim Hardin. Het was natuurlijk begin 1970 een grote schok dat de band uit elkaar ging, iets waar je op mijn leeftijd, tien jaar nog, totaal geen rekening mee had gehouden.

Eenmaal de klap te boven ging de interesse natuurlijk uit naar wat de leden zouden gaan doen met hun nieuwe muzikale avonturen. Emerson, Lake & Palmer moest wel een topband worden, dat kon toch niet anders in mijn optiek. En hun single ‘Lucky Man’ met die mysterieuze Moog-synthesizersolo had wel iets unieks. Zeker zo interessant was voor mij de band die zanger/bassist Lee Jackson ging beginnen: Jackson Heights. Waarschijnlijk ging hij te snel van start en had beter even kunnen wachten op het vinden van betere muzikanten, want dat was bij de eerste elpee ‘King Progress’ helaas nog middelmaat. Ondanks de mooie hoes, ontworpen door ontwerpgroep Hipgnosis, een valse start. Hipgnosis maakte ook hoezen voor The Nice en o.a. Led Zeppelin en Pink Floyd.

Pas bij de vorming van een geheel nieuwe bezetting kreeg de band iets eigens. Muzikaal werd rond 1972 het grootste verschil gemaakt door toetsenman Brian Chatton, wiens carrière eigenlijk ongelooflijk groot is geworden, maar toch een relatief onbekende gebleven is. Bekijk maar eens diens CV, waar uit blijkt dat hij samengewerkt heeft met o.a. Eric Burdon, Meatloaf, Andy Mackay en Jon Anderson.

Chatton had niets van de in die tijd gebruikelijk bombastische keyboardpartijen waar o.a. Rick Wakeman, Jon Lord, Ken Hensley en de eerder genoemde Keith Emerson patent op leken te hebben. Er werd in Jackson Heights ingezet op tweestemmig zangwerk. Er kwam een switch van platenlabel en bij Vertigo zou de band nog drie albums maken. Met af en toe werkelijk goede nummers, maar toch geen echt succes. Na ‘The Fifth Avenue Bus’ kwam het derde album ‘Ragamuffin’s Fool’ dat meer verdiend had dan de marginale rol die het in die tijd vervulde. Hierop staat het schitterende openingsnummer ‘Maureen’. (YouTube link)

Met een frisse blik van nu probeer ik voor het gebrek aan succes een verklaring te vinden. Ik waag een poging. De popmuziek eind jaren 60 en begin jaren 70, nog geen tien jaar na de doorbraak van The Beatles en The Stones, werd gekenmerkt door groepen die niet per definitie op hitsucces uit waren, maar zich richten op de elpeeverkoop. Sommige nummers duurden een gehele elpeekant. Zowel de progressieve pop eind jaren 60 met soms wat jazz-invloeden als de symfonische rock met vooral klassieke invloeden begin jaren 70 werd steeds dominanter. Instrumentaal en bombastisch. Jackson Heights voldeed hier niet aan. Ingetogen i.p.v bombastisch, tweestemmige vocalen i.p.v een rockende charismatische leadzanger. Een mix tussen melodieuze zanglijnen en instrumentale hoogstandjes. Tussen wal en schip, te groot voor het servet en wellicht te klein voor het tafellaken? Net op het verkeerde moment die mix geprobeerd? Een beetje waar bands als Renaissance ook mee te kampen hadden: voldoende muzikale bagage met onvoldoende commerciële erkenning.

Het vierde, tevens laatste album ‘Bump ‘n’ Grind’ uit 1973, is voorzien van een aantrekkelijke hoes en werd bovendien opgevijzeld met enkele gastmuzikanten. Het grote succes bleef echter uit, waar het Keith Emerson met ELP juist voor de wind ging.

Ach, 45 jaar later klinkt Jackson Heights nog steeds niet verkeerd, bepaald geen desillusie! (YouTube link)

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

Onbekend maakt onbemind?
collageharrymanx

Als ware kattenliefhebber heb ik altijd verbaasd gestaan over de katten zonder staart, die van het eiland Man. Het zijn niet m’n favoriete katten. Het eiland vind ik wel iets bijzonders hebben. Gelegen in de zee op ongeveer even grote afstand van Engeland en Wales als Schotland en Ierland. Ik ben er nooit geweest en naar mijn weten ken ik niemand uit m’n vrienden -en kennissenkring die er geweest is. Wellicht hoor ik het nog. Muzikaal gezien kent het eiland een paar beroemde voormalige inwoners in The Bee Gees, maar mijn aandacht gaat uit naar Harry Manx. Een mooie naam voor een aldaar geboren muzikant, daar inwoners van het eiland Man ‘Manx’ genoemd worden. 

Voor het eerst hoorde ik over Harry Manx in 2006 toen radio-dj Hubert van Hoof in een interview voor m’n toenmalige website 50jaarpophistorie.nl (zie link) hem bij de onderschatte, ondergewaardeerde artiesten plaatste. Dat is hij nog steeds. Evenals The Bee Gees is Harry Manx het eiland niet trouw gebleven en is op jonge leeftijd geëmigreerd naar Canada. Je kan hem als een folkyblues- of bluesyfolk singer/songwriter afschilderen, maar beslist geen doorsnee. Niet alleen vanwege zijn roots, maar zeker niet in de laatste plaats door een instrument dat Manx bespeelt: Mohan Veena. Voor mij tot kort voor kort een onbekend instrument. Met maar liefst 20 snaren. De omschrijving van Harry Manx als ‘a slide guitarist with a love of Indian music’ (zie link) dekt behoorlijk de lading, een soort ‘east meets west’. Bepaald geen doorsnee muzikant dus en dat is goed te horen in zijn vertolking van Van Morrison’s klassieker ‘Crazy Love’. Een goed overzicht van covers wordt trouwens geleverd op secondhandsong.nl en wat ‘Crazy Love’ betreft, zie link.

Ik heb dit nummer overigens thuis in een schitterende -mijn favoriete- uitvoering van zangeres Esther Phillips, maar laat ik niet afdwalen en nu de aandacht vestigen op Harry Manx (YouTube link).

Voor verdere info qua uitleg van het instrument zie YouTube en Wikipedia.

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

Wichita Lineman
glencampbellcollageweb
Ik denk dat het begin jaren ‘80 moet zijn geweest. Ik zit voor de platenkast van mijn vader. Ook al was ik toen een jaar of vier, staat het me nog steeds helder voor de geest.  In mijn handen heb ik de hoes van de langspeelplaat ‘Bloodline’ van Glen Campbell.  Op de draaitafel is de naald van de pick-up aanbeland bij het nummer ‘Christiaan No’.  Een lied wat mijn vader vaak draaide, omdat het een verwijzing is naar mijn naam. Het was mijn vroegste herinnering aan Glen Campbell. Nieuwe herinneringen dienden zich vanaf dat moment  aan. Tot aan zijn dood toe.

Jaren later heb ik als volwassen man de LP opnieuw in mijn handen.  Mijn vader heeft ‘Bloodline’ aan me meegegeven, nadat hij deze jarenlang op zolder heeft gelegen. Het vinyl heeft zijn herintreden gedaan en verdringt de CD uit de huiskamers. Ook Glen Campell heb ik herontdekt. Daar is wel wat aan voorafgegaan. Tijdens de Grammy Awards van 2012 vindt er een speciale tribute plaats. Country zanger Blake Shelton zingt ‘Southern Nights’ en geeft dan het podium aan ‘the man himself’ voor een vertolking van het bekende ‘Rhinestone Cowboy’.  Ik ben verbluft  vanwege de liefde voor de zanger. Artiesten als Paul McCartney en Joe Walsh staan vooraan het podium. De camera legt vast hoe ze vol bewondering dit mooie moment beleven.

Vanaf dat moment besluit ik te gaan graven in de muziekarchieven de man. ‘Wichita Lineman’ behoort zonder moeite tot een van mijn favorieten aller tijden, ‘Gentle On My Mind’ gaat nooit vervelen en ‘Rhinestone Cowbow’ blijft een klassieker.
De documentaire ‘I’ll be Me’ toont het gevecht van een artiest met Alzheimer. Terwijl doktoren hem net verteld hebben dat hij aan Alzheimer lijdt, besluit hij met zijn gezin zijn ziekte wereldkundig te maken en een aantal concerten te geven. Een gewaagde onderneming, want niemand weet hoe het publiek gaat reageren en of hij het aan zal kunnen.  De tour groeit uit tot een reeks uitverkochte shows door heel Amerika. Het geheugen van Glen Campbell documenteert van zeer nabij deze Goodbye Tour. Een tragisch maar tegelijkertijd een prachtig ode aan de unieke zanger, wat een grote indruk maakt op mij. Weer is er een Glen Campbell moment toegevoegd aan mijn leven.

Een week voor zijn overlijden draai ik opnieuw Campbell vinyl.  De LP ‘Glen Travis Campbell‘ uit 1972 bevat een Roy Orbison cover, ‘Running Scared’ (link). De ene grootheid  eert de andere. Zo mooi kan muziek dus zijn. En dan is daar dat bericht op 8 augustus. Ik krijg kippenvel wanneer ik lees dat hij is overleden. Onvermijdelijk maar toch onverwachts.  Wat ook onvermijdelijk is, is dat door al die geweldige muziek hij een plek heeft bemachtigd in mijn persoonlijke ‘Hall of Fame’. Michael Jackson, Roy Orbison, Johnny Cash, The Eagles, Glen Campbell. ‘The Wichita Lineman is forever on my line’.

Christian Roos

– – – – – – –

 

Nu of nooit?
collagecsyn

Van de in de jaren 60 en 70 populair geworden artiesten zijn er al vele niet meer onder ons. Ook in 2017 hebben wij weer van een aantal afscheid moeten nemen. Als twee oude rotten weer samen gaan spelen is dat nieuws. Dat is de aankondiging dan ook van het in april geplande concert van Steve Stills en Neil Young. Dit benefiet vindt plaats door toedoen van Stills en z’n vrouw, die aandacht willen vestigen op autisme. Dit alles vanwege hun zoon die hieraan lijdt.

Automatisch doemt dan de gedachte op dat de tijd gaat dringen voor een reünieconcert voor Crosby, Stills, Nash & Young. De heren zijn allen 70+, waarbij David Crosby zelfs al 76 jaar oud is. Van alle legendarische topbands uit de jaren 60 zijn de oorspronkelijke leden namelijk nog in leven. Waarschijnlijk de enige. Ga maar na: o.a. The Beatles, The Who, Led Zeppelin, The Byrds, The Band, Small Faces, Cream, Creedence Clearwater Revival, Moody Blues en Deep Purple zijn niet in de bekendste en/of originele bezetting meer mogelijk al zou voor The Stones en The Kinks nog een uitzondering gemaakt kunnen worden daar de toonaangevende leden nog in leven zijn.

Crosby, Stills, Nash en Young was niet alleen de eerste ‘allstarband’ met leden afkomstig uit The Byrds, Buffalo Springfield en The Hollies, maar had ook nog eens drie nationaliteiten in zich. De leden van de band hadden ook allen solohits. Het is echter Neil Young die het langst, meest actief en meest succesvol in de muziekentertainment is. Daar leek het niet naar uit te zien. Gitarist Stills had (al voor z’n band Manassas) in 1970 een succesvol soloalbum afgeleverd. Stephen Stills had op het gelijknamige album een toenmalige topbezetting met o.a. Eric Clapton, Ringo Starr, Mama Cass Elliot, Booker T.Jones en… Jimi Hendrix. Het album kwam twee maanden na de dood van de legendarische gitarist en dat maakt diens bijdrage op ‘Old Times Good Times’ (link) per definitie interessant, ook al klinkt het gitaarspel heden ten dage gedateerd.

De catchy hit die afkomstig was van het album mag er nog steeds zijn: ‘Love the One You’re With’ (link), een van de drie hits die Stills in 1971 in Nederland zou behalen. Daar zou het echter wel bij blijven. Op beide nummers speelt Stills niet onverdienstelijk ook orgel!

Love the One You’re With’ is een door vele topmuzikanten gecoverde song: van Aretha Franklin, Joe Cocker, King Curtis en Bob Seger tot The Three Degrees en Rufus. Eentje uit 2012 wil ik je niet onthouden. Deze is afkomstig van Jen Stills, inderdaad dochter van (link).

Of Crosby, Stills, Nash & Young ooit nog bij elkaar gaan komen, wie weet. Een ding is hoopgevend en dat is Trump, hun gemeenschappelijke vijand. Zou die toch nog ergens goed voor zijn. Bekijk gerust een artikel hierover (link).

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

De Wederopstanding
collagesympathyforthedevil
Vooropgesteld dit: ik ben a. theïst en b. ik geloof niet in God. Voor mij een ezelsbruggetje om te onthouden wat een atheïst ook weer is. Ik wil nog wel eens denken dat een atheïst iemand is die tegen het drinken van thee is. Nee, ik geloof niet in God. Alleen in datgene wat je concreet kunt waarnemen en wat logisch beredeneerbaar is en zich feitelijk voordoet. Het enige dat zweverig aan mij is, behalve m’n ribben is de opvatting dat feiten mogelijkheden zijn en geen voldongen gegevenheden.

Het is mij dan ook een raadsel dat er miljoenen mensen zijn die daadwerkelijk geloven, dat er iemand is geweest die op water heeft gelopen, heel sympathiek water in wijn kon veranderen en zelfs uit de dood herrezen is. Hoeveel paddestoelen moet je hebben gegeten om dit te bedenken?

Voor mij is alle geloof bijgeloof. En het officiële bijgeloof, daar lach ik om. Ik loop naar hartelust onder ladders door en –hoewel ik niet direct op donkerhuidige types val- ik ga een zwart poesje niet uit de weg als dat toevallig mijn pad kruist. Tja en vrijdag de dertiende is dan toevallig zo’n datum, waarop ergens in de veertiende eeuw orthodox-fundamentalistische christenen hun bloeddorstigheid hebben laten zien. Door nagenoeg alle kruistochtridders, de tempeliers die een ander evangelie aanhingen, in één nacht over de kling te jagen.

Nee, kom bij mij niet aan met God of een onsterfelijke Jezus Christus. Daarentegen heb ik veel meer sympathie voor de duivel. Die er de hele geschiedenis alleen maar op uit is geweest om zieltjes te winnen en waar hij dat kan God en Jezus te jennen. De duivel is een soort anarchist, iemand die ontregelt en garen spint bij chaos. Wie beweert dat Adolf Hitler de duivel in eigen persoon was, doet onrecht aan Lucifer. Immers; Hitler adoreerde de orde –Ordnung muss sein- en dat kun je Beëlzebub niet in de schoenen schuiven.

Toen ik mij in 1969 bekeerde tot de Stones, was dat omdat ‘Jumpin’ Jack Flash’ zo’n verpletterende indruk op mij maakte. ‘I was born in a crossfire hurricane’, aldus de rauwe kreet van Jagger. Wat een mietjes zijn die baby’s van tegenwoordig dan toch met hun onderwatergeboortes, begeleid door new age-muzak en zo’n zelfgebreide meehijgende droplul als verwekker. Voor mij vertegenwoordigde dat nummer de ultieme power, meer energie viel er niet uit muziek te halen.

Totdat ik ‘Sympathy for the Devil’ hoorde. Een song die van alles in mij losmaakt: energie, woede, agressie zelfs, maar ook lust en geilheid.  Je zult mij zelden vrijwillig de dansvloer zien betreden. Met het ritmegevoel van een halfzijdig verlamde schildpad en de motoriek van een neergeschoten eend wek ik de indruk van een onvoldoende gedrogeerde psychopaat. Niettemin; als ik dit nummer hoor gaat van alles in en aan mij onwillekeurig bewegen. Mijn lichaam en geest reageren bijna reflexmatig bij de eerste tonen van deze ooit zo controversiële song.

Controversieel, omdat de Stones destijds werden beschuldigd van het bedrijven van satanisme. Een nadere beschouwing van de tekst, die geïnspireerd heet te zijn door Mikhail Bulgakov’s roman ‘The Master and the Margarita’, leert dat het eigenlijk gaat om stevige kritiek op het immorele karakter van de mensheid. De verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog, de Russische Revolutie en de moord op de Kennedy’s vormen in die zin een aanklacht.

Een uiterst dansbare aanklacht trouwens, want nodigt de studioversie van de LP ‘Beggar’s Banquet’ al uit tot heupwiegen; de meer op Zuidamerikaanse ritmes gebaseerde live-versie van de CD ‘Flashpoint’ mag als de meest ultieme uitvoering worden beschouwd. Werkelijk onmogelijk om hier stil bij te blijven zitten. En nodigt uit om het geluid op orkaankracht te zetten. Een nóg mooiere versie uit de tijd van ‘Flashpoint’ staat op de bootleg dubbelCD ‘Live in Wembley’, van 7 juli 1990. Het voorafgaande nummer ‘2000 Light Years’ is nog maar net weggestorven of de ritmes van ‘Sympathy’ dienen zich al aan: kippenvel van onder tot boven! En dan moet het nummer nog beginnen! Toen, in 1990, heb ik exact dezelfde uitvoering tweemaal meebeleefd in het Feyenoord Stadion. Zwaar onder de indruk.

Nog steeds raak ik in vervoering als ik deze uitvoering hoor. Sterker nog, ik zou geen nummer weten dat ook maar in de buurt komt van wat voor mij inmiddels is uitgegroeid tot de ultieme rocksong. Voor eens en voor altijd moet het daarom aan mijn aanstaande nabestaanden duidelijk zijn dat ik bij mijn begrafenis ‘Sympathy For The Devil’ ten gehore gebracht wil hebben. En laat de deksel nog maar effe van de kist. De kans op een wederopstanding is namelijk levensgroot aanwezig.

Karel Kanits, auteur van het boek ‘De Teennagels van Keith Richards’
karel.schrijft.nl

– – – – – – –

 

Muzikaal etnisch profileren?
collageblueeyedsoul
Het is al zeker 25 jaar geleden, ik werkte voor een groothandel in lp´s & cd´s, dat een Amsterdamse winkelier, gespecialiseerd in soul en R&B, bij mij wat cd’s van Kenny Rogers bestelde. Hoogst verbaasd vroeg ik aan hem of het wel de bekende Kenny Rogers was of een naamgenoot. Het was wel degelijk de zanger van hits als ‘Ruby’ en ‘Coward of the county’. “Zo af en toe bestel ik Blue Eyed Soul“,  aldus de uitleg van de vriendelijke klant. Niet eerder had ik deze term gehoord. Het is dus soul gemaakt door blanke zangers en zangeressen. Toch was mijn associatie met Blue Eyed Soul niet richting deze countryzanger, maar eerder richting Joe Cocker of Tony Joe White. 

Hoewel het een grappige term is, dekt Blue Eyed Soul niet echt de lading, want dit impliceert dat soul in de basis een afwijkende kleur ogen kent en dan wordt heus niet zo zeer bedoeld ´green´, maar ´black´. Mensen met donkere ogen kunnen echter ook blank zijn. Soul is natuurlijk geen synoniem voor ´black´ en soul kent geen monopolie voor een kleur. Bekende soulnummers zoals ‘(Sittin’ On) The Dock Of The Bay’, ‘In The Midnight Hour’ en ‘Knock On Wood’ zijn mede geschreven door de blanke gitarist Steve Cropper. Met de eveneens blanke bassist Donald ‘Duck’ Dunn speelde hij op vele opnames van het Stax-label. Ook de studiomuzikanten van Motown, de Funk Brothers, kenden in Bob Babbitt een blanke bassist en wat te denken van de blanke studiogitarist Dennis Coffey? Het leven en ook de ziel is niet zwart-wit.

Is Blue Eyed Soul nu daadwerkelijk een andere sound of is het slechts een benaming voor soul gezongen door een blanke artiest? Ogenschijnlijk het laatste; een genre wil ik het niet noemen. ‘Treat Her Right‘ van Roy Head op het label Back Beat geldt als een exponent van de Blue Eyed Soul uit 1965. Niet verwonderlijk dat dit nummer veel gecoverd is, o.a.door Tom Jones. Het is een pakkend, ‘catchy’ nummer. Zelf heb ik meer met de band Treat Her Right, vernoemd naar de hit en meer met de Amsterdams platenzaak, vernoemd naar het label.

Vorig jaar april is op Radio 2 in samenwerking met NPO Soul en Jazz de Zwarte Lijst uitgezonden met maar liefst 1471 soul- en jazznummers. De criteria voor het opgenomen worden in die lijst zijn mij niet bekend en met de beste wil van de wereld zie ik de logica niet. Wat is er zwart aan het instrumentale jazznummer ‘Take Five’ van het Dave Brubeck Quartet  of aan ‘Turks Fruit van Rogier van Otterloo/Toots Thielemans? In de lijst komen we diverse malen o.a. Frank Sinatra, Adele, Simply Red en Steely Dan tegen. Ook George Michael schijnt te behoren tot de categorie Blue Eyed Soul.

Ter afsluiting dan aandacht voor de band Treat Her Right. Voor wie van een bluesy smoelschuiver, slidegitaar en mellow zang houdt, is het album ‘Tied To The Tracks‘ een aanrader!
Erik Bevaart

– – – – – – –

 

I Can’t Tell You Why
collageeagleshistory
‘Searching for Sugar Man’ ging over de carrière van Sixto Rodriquez. 
‘Some Kind of Monster’ over de groep Metallica en het tot stand komen van het album ‘St. Anger’. Dan is er nog Golden Earring: ‘Making Tits ’n Ass’ en The Rolling Stones – ‘Crossfire Hurricane’. Enkele voorbeelden van muziekdocumentaires, die ik de afgelopen jaren heb gezien. Het is niet zozeer altijd de muziek die mij aanspreekt. Het creatieve proces van het maken van een plaat of de historie van een band is het bekijken meer dan waard. Met alle hoogte -en dieptepunten van dien, die een artiest of band ervaart.

Hoe goed geïnformeerd ik soms denk te zijn over de artiesten die ik denk te kennen, er zijn gelukkig altijd weer momenten dat ik aangenaam word verrast. Over platen die in een ver verleden zijn gemaakt, toen ik bijvoorbeeld nog in de luiers liep. Over hoe goed een band eigenlijk is geweest en hoe generaties mensen zijn beïnvloed door de muziek die toen is gemaakt.

Recentelijk heb ik op Netflix ‘History of The Eagles – The Story Of An American Band’ bekeken. Bij de Eagles denk ik aan de grote hits. ‘Hotel California’, ‘New Kid in Town’ en ‘One of these Nights’. Laatstgenoemde is overigens een van mijn favoriete Eagles nummers. Maar ik leerde dat de Eagles zoveel meer zijn. Het is voor mij niet mogelijk om in een paar zinnen de Eagles te omschrijven. Iedereen zal een eigen gevoel hebben bij de band. Wat je ook van hen vindt, ‘History of Eagles’ is het zien absoluut waard.

In 1979 scheen de band creatief op een dood spoor te zitten en was de magie verdwenen. De opnames voor hun LP ‘The Long Run’ verliepen stroef. Het verhaal gaat dat Don Henley de hulp van Bob Seger en J.D. Souther had ingeroepen om Glenn Frey aan een nummer te helpen, te weten ‘Heartache Tonight’. Na ‘The Long Run’ was het voorlopig gedaan met de band. Pas in 2007 kwamen ze terug met het verassende ‘Long Road Out of Eden’.
De absolute kraker op de LP ‘The Long Run’ is voor mij ‘I Can’t Tell You Why’. Timothy B (als laatste bij de band gekomen) schreef het samen met Glenn Frey en Don Henley. Naar mijn weten kwam het niet vaak voor dat Timothy B solo zingt in Eagles nummer. Bij het zien van de docu hoorde ik het lied voor de eerste keer. Ik was meteen verkocht. Een prachtige ballade die indruk op mij maakte. De gitaarsolo in het lied: heerlijk gewoon. Dat zijn de beste nummers. De nummers die je snel voor een tweede en derde keer wilt beluisteren. Daarna komen ze je in lijst van all-time favorites. ‘I Can’t Tell You Why’ was een hit in Amerika en Canada en tevens een de laatste hits van de groep.

Ik ben er van overtuigd dat de muziekwereld nog mooie verassingen in petto heeft. Uit de tijd dat de Rock and Roll in opkomst was. Uit de tijd dat Bob Dylan zijn elektrische gitaar ging bespelen. De tijd dat Eagles hun beste werk achter hadden zich gelaten. Zo af en toe kom ik een diamantje tegen van weleer. ‘I Can’t Tell You Why’ is de meeste recente. Wanneer iemand nog een mooie muziekdocumentaire weet, ik hou mij van harte aanbevolen. Het levert soms mooie verassingen op.
Christian Roos

– – – – – – –

 

OKTOBER 75 –  DE BILJARTERS
 ( je kan ook te fanatiek zijn )

In de periode na het Duitse nachtclub-avontuur met het orkest de Dynamic Five viel het niet mee om een band te vinden die echt iets te bieden had. Laat staan dat er van te leven viel. Maar ach, ik kreeg weer geld via een uitkering en ik zou wel zien. Inmiddels woonde ik op mezelf in de Afrikaanderbuurt in Rotterdam Zuid in een pand dat ontzettend scheef stond en daardoor het stempel ‘onder de huurwaarde’ had gekregen. Ik betaalde het luttele bedrag van 60 gulden per maand en daar had ik een hele verdieping voor.

wbblueswietbliemert
Maar ja, het autootje was ook op afbetaling en iedere maand wilde de fa. De Lage Landen ook zijn geld terug. En dan had je nog de autoverzekering en de wegenbelasting. Natuurlijk was die belasting de eerste post die je schrapte. Tot je een keer gefotografeerd werd en een flinke boete op je dak kreeg. Met de verzekering ging ’t eenvoudiger. Je belde gewoon de maatschappij op en zei dat je geen auto meer had. Je nam gewoon ’t risico. Die ellendige kar waar ik mee geflest was deed het trouwens om de haverklap niet. Het ding stond de meeste tijd werkloos voor de deur. En maar afbetalen. En een van die keren, dat-ie wel startte kreeg ik ook nog eens een aanrijding, een volgende financiële ramp. Dankzij mijn toenmalige partner ben ik die  periode niet bankroet geraakt. Haar spaarrekening is heel wat keren geplunderd. Een tijd van zwart zaad dus, maar toch heb ik toen de stoute schoenen aangetrokken en ben klarinetles gaan nemen.

Nadat ik zo ongeveer alle bandjes in Zuid-Holland en omstreken had moeten aanhoren kreeg ik aansluiting bij een formatie waar wel wat in leek te zitten. Een band, nieuw opgezet met nummers in de stijl van The Eagles. Eerst een avondje langs in Capelle a/d IJssel waar een van de leden woonde. Er was een bijeenkomst geregeld met alle muziekmakers van het betreffende gezelschap. De verhalen klonken goed: er werd zelfs over optredens gesproken en ik gaf blijk van belangstelling. Goed, dat werd dus volgende week zondag oefenen.

Ai, dat was weer pech hebben. Mijn Fiat had weer eens kuren en natuurlijk had ik geen geld voor reparatie. Even bellen naar drummer Harry en het probleem was voor even de wereld uit. Dan komen we je toch gewoon halen, sprak hij. En inderdaad, die zondag stond-ie om een uur of twee bij me op de stoep. Het viel me meteen op, dat hij amper kon lopen. De aap kwam al gauw uit de mouw : hij was gewoon nog stomlazarus van de avond ervoor. Of ik maar even wilde rijden.

Na een rit van een goed half uur (er werd in Steenbergen geoefend) kwamen we bij de oefenruimte aan. Deze bleek voor de afwisseling weer eens in een huiskamer gevestigd te zijn. De basinstallatie van de vorige 4-snaren-tovenaar stond er nog. Ik kon er zonder bezwaar gebruik van maken. Binnengekomen begon ik onmiddellijk mijn gitaar uit te pakken en maakte aanstalten om in te pluggen. Ho, ho, rustig aan. Dat was niet de bedoeling. Eerst even een biertje nemen. Nou ja, 1 biertje: het werden er wel een stuk of vijf. Ach ja, muzikanten onder elkaar. Maar ik was die gezelligheidssfeer een beetje ontgroeid. Bij de Dynamic Five was ik aan een kordatere aanpak gewend geraakt.

Tot mijn stomme verbazing werd de dekhoes van het aanwezige biljart getrokken en trokken alle bandleden een keu uit een rek. Voor de vorm heb ik ook nog even mee gestoten. Na een uur of  twee kreeg ik het eindelijk voor elkaar dat we maar eens wat geluid uit onze versterkers gingen toveren. Ze zeiden het niet, maar ik las het van hun koppen af : wat een fanatieke eikel, die nieuwe bassist. Na afloop kreeg ik enkele elpees van The Eagles en dat soort bands mee om thuis te beluisteren. Goed dat ze niet wisten hoe mijn pick-up er uitzag, een spijker als naald….

Een week later herhaalde het tafereel zich en toen er na zo’n drie uur nog geen gitaar gestemd was, haalde ik het in mijn hoofd om er wat van te zeggen. Goed dan, even dit potje biljart afmaken. Toen het krijt op was pakte iedereen met tegenzin z’n instrument. Aan het eind van deze meeting kreeg ik tot mijn afgrijzen te horen dat we toch wat vaker moesten oefenen, want zo schoot het niet op. Ik denk dat ik iets gezegd zal hebben in de trant van: misschien wat minder aan het biljart?

OK, woensdag al de volgende repetitie. Harry zou me wel weer ophalen. Op het afgesproken tijdstip ging de bel en ik trok boven via het touw de deur open om te zeggen dat ik er aan kwam. Maar de hele band bleek voor de deur te staan. Wat gezellig jongens, kom even verder. Toen de heren allemaal de trap bestegen hadden vroeg ik of ze een biertje wilden. Ik dacht toch te weten, dat ze daar niet vies van waren. Ik kon alleen geen biljarttafel aanbieden. Maar neen, ze hadden nogal haast en er kwam een vaag verhaal over verplichtingen die ze hadden ten opzichte van mijn voorganger. Iets met de zanginstallatie of weet ik veel. Ze zagen zich dus genoodzaakt om afscheid van mij te nemen en, o ja, ze kwamen ook de elpees ophalen. Ik besefte pas, wat er was gebeurd, toen ze de deur weer uit waren. Ik heb het er maar op gehouden, dat ik niet scoorde als artiest op het groene laken en dat ik te veel over muziekmaken zeurde. Alweer een carriere misgelopen.

Nota bene:  Ik hoorde pasgeleden, dat James Brown ook op het biljart is begonnen.

Dit is een van de vele verhalen uit het boek : W.B. BLUES – 40 jaar gek van muziek geschreven door Wiet Bliemert.
www.wietbliemert.nl

– – – – – – –

 

Dee Dee Ramone in Paradiso
maart 2001
collagedeedeeramone
Een gedenkwaardige dag, alweer ruim vijftien jaar geleden. Schiet me opeens te binnen na de wanstaltige vertoning van Feyenoord tegen Sparta. Dee Dee Ramone speelde vroeg in de zondagavond in de bovenzaal van Paradiso, dus ik besloot maar eens vroeg met een rondje voordrinken in de stad te beginnen. In de Soundgarden hadden ze een goeie flipperkast, dat leek een mooi begin. Ik bestelde een flinke pot bier en mocht meeflipperen met een paar gozers die al bezig waren. Ging goed, en veel lol en bier erbij. Alles werd nog veel beter toen het bericht voorbijkwam dat Ajax met 9-0 van Sparta had gewonnen. Ja, vroeger was echt alles beter.

Uitgeflipperd en ingedronken zette ik na een paar uur koers naar Paradiso, alwaar ik had afgesproken met Chucky Assberry, mijn bandmaatje uit mijn Ramonescoverband The Assberries. We zouden naar Dee Dee gaan kijken, zuipen en ons vervolgens de kleedkamer inlullen om meneer Ramone het vuur aan de schenen te leggen. Uiteraard kwam de raseikel niet opdagen. Er waren wel meer mensen niet die avond. In de goed gevulde bovenzaal kwam ik de hele avond precies uno bekende tegen. Het zal niemand verbazen dat dat Jack Jansen was, want die kom je echt overal tegen. Tot vervelens toe, zou je bijna zeggen, ware het niet dat het zo’n sympathieke kerel is. Maar dat terzijde. Dee Dee en consorten (twee akelig verslaafd ogende Amerikaanse speedpunkies) kwamen op en zetten de meest energieke set neer die ik van Dee Dee gezien had sinds hij de Ramones had verlaten. Hij speelde voor het eerst weer bas en had zoveel haast dat hij flinke stukken van nummers oversloeg, eerst tot verbazing en afgrijzen van de twee anderen, later tot hun grote plezier. Hoogtepunt was zonder meer de hartverscheurende versie van ‘Please Mr. Postman’. ‘Wooowowowowowoooooo mister postman, oowoowoowwwwwwoo yeaheahea’. Zoiets. Meer bier!

Halverwege de set kondigt hij Pet Sematary aan en draagt het op aan Joey. ‘Hope he will be better soon’, voegt hij eraan toe. Daar moet ik het fijne van weten. Er gingen al langer verhalen dat het niet goed zou gaan met Joey, maar een liedje over een begraafplaats aan hem opdragen… Afijn, nog meer bier en stevig meebrullen met alle ouwe Ramonesnummers die er opgedist werden, prima avondje.

Na de laatste toegift begeef ik me naar het kantoor bij de entree, vastbesloten om een interview met Dee Dee af te dwingen. Programmeur Ben Kamsma vangt me op. Die ken ik goed, kat in het bakkie!

‘Wat kom je doen, Roland?’
‘Ik moet Dee Dee even spreken, hij zei een paar dingen en het is morgen deadline voor de maandbladen, dus…’, lul ik vol overtuiging.
‘Welk blad dan?’

Ik weet niet meer wat ik gezegd heb, misschien wel Arts en Auto – als de drank is in de man… -, in ieder geval gaat Ben met een tevreden grijns richting kleedkamer om mijn interview te regelen. Binnen een minuut is hij terug en mag ik mee naar de grote kleedkamer, waar oom Ramone met al net zo’n tevreden grijns op de bank zit, met in zijn handen het kleinste pijpje dat ik ooit gezien heb. Hij geeft me vriendelijk een hand en vraagt me naast hem te komen zitten, maar wel midden op het kussen, want hij is druk bezig met tussen de kussens kruimeltjes wiet en hasj te verzamelen die andere artiesten hebben gemorst. Kruimeltje na kruimeltje verdwijnt in het minuscule pijpje, dat nochtans niet echt vol raakt. Ik voel een slappe lach opkomen, dus begin ik snel te praten terwijl Dee Dee de vlam in de pijp steekt.

‘Prima optreden, hoe kom je aan zoveel energie op je oude dag?’
‘Ach, niet te veel drinken en vooral niet te veel drugs, he.’

Hij wijst op zijn pijp, die hij in één haal leeg heeft gerookt. Meteen begint hij weer tussen de kussens te graaien.

‘Waarom droeg je Pet Sematary aan Joey op?’
‘O, hij heeft het laatst ook aan mij opgedragen.’

Typisch Ramones-antwoord, de slappe lach dringt zich weer langzaam op en ik ben bang dat hij het merkt en kwaad wordt. Te laat, mister Paranoia heeft al iets in de gatenen houdt er niet van om niet serieus te worden genomen. Met een brede grijns leg ik uit wat voor mooie dag het is: Ajax 9-0, lekker gezopen op een mooie lentedag en een prima gig gezien. Dat werkt en mijn plezier vergeeft hij me. Zelf is hij ook tevreden de laatste tijd, het gaat goed. Voor veel geld een nieuw gebit laten aanmeten (grijnst naar me terug om het te laten zien) en een hoop prima psychiaters bezocht. En hij begint de namen van die kerels op te noemen. Allemaal Duitse namen die nergens op slaan. Ik houd het niet meer. Een van de ‘platenbonzen’ die twee meter naast ons het gesprek volgen, ziet me worstelen en schiet me te hulp.

‘En Dee Dee heeft net een mooie stapel aan royalty’s binnengehaald, want de laatste sampler van de Ramones is al over de halve wereld goud.’

Dee Dee glundert, steekt weer een pijp op en geeft te kennen dat het zo mooi is geweest. Ik sta op en bedank hem voor al het moois dat hij aan mijn leven heeft toegevoegd, en dat waardeert hij.

Een paar weken later sterft Joey Ramone. En als Dee Dee het jaar erna het ruime sop kiest, besef ik dat ik hem op de bank in Paradiso voor de allerlaatste keer gezien heb. Vroeger was alles beter, maar ook aan het verleden komt een einde… Een volgende keer meer over Dee Dee!

Roland Wetzels
alias Ola Carbona, gitarist The Stiff

– – – – – – –

 

De man in het zwart
collagejohnnycash
Ik had Johnny Cash nog graag zien optreden. Tegen de tijd dat ik hem en zijn muziek ben gaan leren kennen, was hij al overleden. Natuurlijk wist ik voor die tijd wie hij was, maar ik had me nooit in hem verdiept. Ik kende wat liedjes uit zijn beginperiode bij Sun Records. Het label waar ook andere grootheden als Jerry Lee Lewis, Elvis Presley, Carl Perkins en Roy Orbison furore hebben gemaakt. Een jaar na zijn dood zag ik op de BBC een documentaire over hem. Het was een indrukwekkend geheel, wat mij heeft geprikkeld om meer over hem te weten te komen. Ik kocht wat platen en ging op zoek naar het leven achter de artiest.

Ik zag de film ‘Walk the line’ in de bioscoop. Een prachtig biografie over Johnny Cash en zijn vrouw June Carter. Vanaf dat moment was ik om. Ik had genoeg gezien en gehoord om overtuigd te zijn van het nieuwe feit, dat ik een fan geworden was van Cash. Wat spreekt mij zo aan in hem? Een optreden uit 1971 vat het eigenlijk goed samen. Voor het eerst brengt hij die avond het lied ‘Man in Black’ ten gehore. Slechts een paar uur daarvoor heeft hij het nummer voltooid. Hij staat in Nashville voor een zaal met studenten. Johnny Cash is de onderwijzer. Terwijl hij het lied zingt, kijkt hij de mensen in de zaal in de ogen. Het is alsof hij, al zingend, hen iets bij wil brengen. ‘Man in Black’ is een protest song. Veel mensen in het land zijn tegen de oorlog in Vietnam. Een jaar eerder werden er vier studenten doodgeschoten in Ohio, wat bekend staat als het ‘Kent State-bloedbad’. Johnny kijkt de zaal rond zingt en onderwijst. Over de oorlog. Over de ongelijkheid in de samenleving.

We’re doin’ mighty fine, I do suppose,
In our streak of lightnin’ cars and fancy clothes,
But just so we’re reminded of the ones who are held back,
Up front there ought ‘a be a Man In Black

“Het gaat goed met ons. Maar denken we ook aan degene die achtergesteld zijn?”

Hij heeft een enorm charisma, terwijl hij daar zo staat. Het is alsof hij de vader is van het land. De jonge mensen in de zaal luisteren aandachtig naar zijn woorden. Hun ogen stralen bewondering uit.

I’d love to wear a rainbow every day,
And tell the world that everything’s OK,
But I’ll try to carry off a little darkness on my back,
‘Till things are brighter, I’m the Man In Black

Wat volgt is een staande ovatie. De leraar heeft gesproken. Een bijzonder college, wat men nog lang bij zal blijven. Natuurlijk is er meer dan dit optreden en het lied “Man in Black”. De man lijkt alles te hebben ervaren, wat een mens kan overkomen. Leven in armoede, een broer verliezen, de steile weg naar populariteit bewandelen, gebroken relaties, drugsgebruik, verguist worden door velen…. zijn leven was letterlijk rock and roll. Als ik zijn live-albums beluister, die hij heeft opgenomen in de gevangenissen San Quentin en Folsom, dan besef ik dat hij eens van de weinigen is geweest, die daar heeft mogen zingen. Hij heeft namelijk beleefd wat die mensen hebben beleefd. Johnny Cash heeft recht van spreken. Juist omdat hij geen heilige is geweest en de harde lessen van het leven heeft geleerd.
Een van de laatste nummers die hij uitbracht is het nummer “Hurt”. Het is een cover van de Amerikaanse rockband Nine Inch Nails. Producer Rick Ruben trekt Cash een paar jaar eerder uit de vergetelheid en maakt opnieuw een icoon van hem. De videoclip is legendarisch en Johnny kijkt daarin terug op zijn leven. Hij kijkt zijn sterfelijkheid recht in de ogen.

Kort na de opnames overlijdt zijn vrouw June aan complicaties na een hartoperatie. Johnny Cash, in diepe rouw, overlijdt zelf 3 maanden later in september van 2003.
Pas een jaar later begin ik pas met het het ontdekken van zijn leven en zijn muziek.
Helaas heb ik hem dus niet meer zien spelen. Een college ‘Levenslessen’ van meneer J.R. Cash, was me heel wat waard geweest.

Christian Roos

Redactie: Op 30 juni 1994 gaf Johnny Cash een optreden in Rotterdam, Nighttown. Een kaartje koste destijds 50 gulden. Een verslag hiervan is te lezen op deze link.

– – – – – – –

 

Eendagsvlieg, wat?

Wie van muzieklijstjes houdt, kent vast wel de site hitsallertijden.nl. Met zo´n 3000 (!!!) uiterst diverse opsommingen afkomstig van o.a. Studio Brussel, Top 2000, Veronica en Q Music viel mijn oog op de Top 500 Eendagsvliegen. Gaf ik onlangs al mijn commentaar op de term Singer/Songwriter en bij deze op de term ‘eendagsvlieg’, ofwel ´one hit wonder*  Dat laatste lijkt toch een prachtige benaming voor  de artiest die slechts ene hit wist te scoren. Een mooiere term dan in mijn optiek wat minder gelukkig gekozen ‘eendagsvlieg’, daar sommige van deze hits juist wekenlang de hitlijsten sierden en ook nog eens grote hits werden.

 

Toch kleeft er aan beide termen iets ongelukkigs. John Fogerty met ene solohit, is dat een eendagsvlieg? Nee toch, klinkt niet logisch. Traveling Wilburys gelden echter in die Top 500 als eendagsvlieg, ondanks de tientallen hits die de bandleden individueel en/of in groepsverband maakten. Ook de Engelse band Free geldt met ‘All Right Now’ dan als eendagsvlieg, terwijl de Rotterdamse soulband Free met als bekendste nummer ‘Keep in touch’ dan juist niet als eendagsvlieg geldt. Verwarrend.

Wat hier in Nederland een eendagsvlieg genoemd zou kunnen worden, kan in werkelijkheid een act zijn met vele hits aan de andere kant van de oceaan. Sly & the Family Stone geldt hier onterecht als een eendagsvlieg terwijl deze band drie nummer 1-hits in de VS had en bovendien van grote invloed is geweest op het genre funk en beroemde artiesten als Prince. Alleen ‘Family Affair’ werd een hit, terwijl het pakkende ‘Dance to the music’ hier niet verder kwam dan de tipparade.

youtubelogo

Ook voor Curtis Mayfield zou dan gelden dat hij als eendagsvlieg beschouwd wordt. Nee, dat klopt ook niet. Voor mij geldt dat een eendagsvlieg een artiest is die slechts ene hit gemaakt heeft en verder in de muziekgeschiedenis geen rol van betekenis heeft gespeeld. Een aardige bijkomstigheid is bij die Top 500 dat er een vermelding is van vermeende eendagsvliegen. Zo blijken de volgende acts toch twee noteringen te hebben, maar worden zij vooral geassocieerd met die ene hit:

Natalia Imbruglia – Torn uit 1997
K’s Choice – Not An Addict uit 1996
4 Non Blondes – What’s Up uit 1993
Men at Work – Down Under – uit 1982
Sniff ‘n’ the Tears – Driver’s Seat uit 1980
Santa Esmeralda – Don’t Let Me Be Misunderstood uit 1977
Lynn Anderson – Rosegarden uit 1971

Een moeilijke, maar ook irrelevante popquizvraag: wat was hun/ haar andere hit?

We blijken allemaal tientallen en wellicht zelfs een paar honderd eendagsvliegen te kennen. Neem een kijkje en je ziet in zo´n lijst er hits bij staan waarvan je verbaasd bent dat dit van die muzikant(en) de enige hit is en soms denk je wellicht: ‘hoe is het mogelijk dat dit een hit geworden is?’ Dat kan zijn, omdat dit in jouw optiek een heel slecht nummer is, maar het kan ook omdat het een a-typische hit is. Ik denk dan aan bijv. Laurie Anderson’s ‘O Superman’. Soms is de artiest in kwestie afkomstig uit een niet-Europees niet-Engelstalig land, zoals Mory Kante en Freddie Aguilar. Soms is een eendagsvlieg zelfs twee keer een hit geworden. Mighty Sparrow had met ‘Only A Fool’ zelfs twee x een eenmalige hit! Zowel in 1969 als 1977 stond het nummer in de Top 40. Ook ‘Funkin’ for Jamaica’ van trompettist Tom Browne werd twee maal een hit, al was de tweede keer wel heel karig. Het begrip eendagsvlieg blijkt wederom onhandig te zijn. Beide nummers zullen ongetwijfeld door elke lezer herkend worden.
Ik hou het dus op het volgende: Een eendagsvlieg is dus een artiest die slechts ene hit gemaakt heeft en verder in de muziekgeschiedenis geen rol van betekenis heeft gespeeld.

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

Singer/songwriter is geen genre

singersongwritercollage
Al geruime tijd ben ik verbaasd over de hernieuwde populariteit van de singer/songwriter en het is opmerkelijk dat een zanger als Ed Sheeran in z’n eentje grote zalen kan vullen. In m’n vrienden- en kennissenkring heb ik fervente fans van het eerste uur van o.a. Chuck Prophet, Lee Clayton en John Martyn. Prima! Sinds de jaren 90 gebruikt de muziekentertainment steeds vaker de term ´singer/songwriter´ niet alleen als omschrijving, maar ook als genre. Dat is het natuurlijk niet, want als liedjesschrijver kan men alle kanten op en merkt men wel wie de song oppakt en in welk jasje het gestoken wordt. Als zanger is men door de begeleiding al sneller in een genre te plaatsen. Singer-songwriter is wat mij betreft niets anders dan een zanger(es) die grotendeels zijn of haar liedjes zelf schrijft en akoestisch solo of in een kleine muzikale setting ten gehore brengt. Blijkbaar wordt er in de media anders over gedacht. 

Zoals de term ontstaan is, is er waarschijnlijk een herleiding naar de troubadour van vroeger, die in de jaren 50 en 60 folkzanger(es) genoemd werd. Woody Guthrie, Pete Seeger, Bob Dylan, Joan Baez, Donovan etc. werden immers geassocieerd met het genre folk. Als er enige vorm van politiek engagement in hun lied zat, was het al snel een protestzanger. Eind jaren 60 en begin jaren 70 waren deze zangers populair. Hoe verschillend dan ook, maar Randy Newman, Melanie, Leonard Cohen, Cat Stevens, Tim Hardin, Tony Joe White, Carly Simon e.v.a. golden als ook in de hitlijsten als succesvolle vertegenwoordigers van wat aangeduid wordt als singer/songwriter. Als je duidelijk een genre als jazz, blues, soul, rock of country beoefent, maar wel je eigen repertoire ten gehore brengt, word je niet gerekend tot de groep singer/songwriter. Blijkbaar moet er dus een overduidelijk pop-element in zitten.

Deze week nam ik eens een kijkje in het op dit onderwerp toonaangevende Amerikaans boek met de schitterende titel Singer-Songwriters, Pop music’s performer-composers, from A to Zevon. Dit in 1994 verschenen boek is geschreven door de vermaarde journalist Dave DiMartino, die z’n sporen bij o.a. Billboard en Rolling Stone verdiend heeft. Hij beschrijft hierin 206 zangers en zangeressen. De bekendste namen (tot 1994) ontbreken niet en van enkele minder bekende heb ik materiaal in huis, waaronder Phoebe Snow, Dwight Twilley en Danny O’Keefe. Dat stemt mij tot tevredenheid. Uiteindelijk waren drie namen (ook) bij mij niet bekend: Peter Allen, Willie Nile en Essra Mohawk.

Wat mij het meest verbaasde in dit boek is dat onder die singer/songwriters o.a. Keith Richards, Pete Townshend en Joe Walsh gerekend worden, muzikanten die toch vooral gelieerd worden aan een beroemde band. Vanwege hun soloplaten tellen ze mee, tja. Ook artiesten als Chuck Berry, Roy Orbison, Buddy Holly en Iggy Pop tref je in deze selectie aan. In die logica zou je dan weer Stevie Wonder mogen verwachten, maar die onbreekt dan weer. Waar ligt de grens? Dit afgezet tegen 100% singer/songwriters die niet vermeld staan in de selectie van die 206, zoals Rod McKuen, Townes van Zandt en Phillip Goodhand-Tait (allen immers met een enorme carrière tijdens het verschijnen van het boek) maakt mijn blik nog kritischer.

Meest verrassend vond ik dan nog om Jimi Hendrix aan te treffen, omdat meerdere bekende hits van hem niet van zijn hand waren, zoals Hey Joe (Billy Roberts), All Along the Watchtower (Bob Dylan) en een van z’n bekendste performances de Troggs-hit Wild Thing was. Aangezien Janis Joplin ontbreekt, lijkt mij het veelal gebruiken van andermans werk toch het breekpunt. Maar waar ligt de grens?

Op deze wijze is de term singer/songwriter wel erg vaag en van een journalist van dat kaliber zou je iets beters mogen verwachten. Er is sinds 1994 wel het een en ander bijgekomen en op Lastfm tref je er digitaal 1000 aan, helaas niet alfabetisch. Kijkend naar deze website, waar die 1000 singer/songwriters beschreven worden, wordt het begrip blijkbaar ook ruim genomen, waar -al dan niet logisch- Phil Collins en David Gilmour ook deel van uitmaken.

Wel, voor mij geldt nog steeds de door mij reeds gegeven definitie als meest verhelderend: een zanger(es) die grotendeels zijn/haar liedjes zelf schrijft en akoestisch solo of in een kleine muzikale setting ten gehore brengt. Ter afsluiting een mooi voorbeeld: wijlen zangeres Phoebe Snow live.
youtubelogo
Erik Bevaart

– – – – – – –

 

Roy Orbison – Walk On
roy-orbison-walk-600x196
Roy Orbison is een man die in zijn leven veel leed heeft meegemaakt. In 1966 verloor hij zijn vrouw bij een motorongeluk. Twee jaar later verloor hij twee van zijn drie kinderen bij een brand in zijn woning. Zoveel hartzeer bracht in het geval van Roy Orbison de beste muziek in hem naar boven. Op mijn elfde jaar beleefde ik mijn eerste concertervaring. Met mijn vader reisde ik af naar Ahoy, Rotterdam om daar Roy Orbison te zien en te horen zingen. Een avond die ik nooit meer zal vergeten.

Ik kende Roy Orbison maar al te goed. Vanaf het moment dat ik mijn wieg lag, moet ik zijn muziek al hebben horen klinken. Liedjes als ‘It’s Over’, ‘Crying’, ‘Only the Lonely’ en ‘Oh, Pretty Woman’ waren voor mijn inmiddels even vertrouwd als pindakaas. Dat kan ook niet anders, aangezien mijn vader een van de grootste fans op aarde is. Hij heeft al zijn LP’s en heeft hem verschillende keren mogen ontmoeten. En daar zat ik dan, in afwachting van wat er zou komen. Rechts zat mijn vader, links van mij zat een man die een praatje met maakte met hem. Natuurlijk ging het over de ster van de avond, over het fan zijn en over de ruim 250 LP’s die hij thuis heeft staan. Toen Orbison het podium betrad sprong mijn vader op en riep: ’Daar is hij!’ Uit volle borst werden alle liedjes die avond meegezongen. Zo had ik hem nog nooit meegemaakt. Klappend, zingend en dolenthousiast als een jonge hond. Dit alles tot groot genoegen van mijn buurman.

De volgende dag lazen we in het NRC een review van het concert. Het stukje tekst beschreef een grote fan die met zijn zoon het concert bezocht. Dat waren dus mijn vader en ik. Het was tevens de laatste keer dat ik Roy Orbsion live aan het werk heb gezien. Ruim een jaar later overleed de beste man aan een hartaanval. Een grote schok, want het was alsof een familielid was heengegaan. De zanger maakte een groot deel uit van het leven van mijn vader en daar heb ik dan ook veel van meegekregen.

artikelorbison_600x1548

In de jaren na zijn dood ben ik me gaan verdiepen in het leven en de muziek van Orbison. Over de successen, de persoonlijke tragedies, zijn vergeten jaren en zijn comeback met de Traveling Wilburys. Er was veel muziek wat ik nog niet eerder had beluisterd, veel verhalen over hem die ik nog niet had gehoord. Wanneer een artiest komt te overlijden, is plotseling  de belangstelling groot voor zijn of haar werk. De cd’s en boeken die verschijnen zijn niet aan te slepen. Zo ook in het geval van Orbison. Voor mensen die niet bekend zijn met relatief onbekende werk, was dit een uitgelezen kans.

De grootste hits van een artiest zijn niet per definitie ook de beste platen. In het geval van Orbsion is dat zeker waar. Eind jaren ’60 was zijn populariteit tanende. Bands als Cream en Pink Floyd waren in opkomst. Zij lieten een ander geluid horen, terwijl Orbison altijd trouw bleef aan zijn eigen stijl. Dat is te prijzen maar dat maakte ook dat het nog decennia zou duren, voordat de muziekwereld hem weer in de armen zou sluiten. In 1968 bracht Orbison het nummer ‘Walk On’ uit. Het verscheen tevens op de langspeelplaat ‘Roy Orbision’s Many Moods’ uit 1969. ‘Flowers’ stond op de B-kant van de single. Beide nummers zijn geschreven door Orbison en Bill Dees en zijn oprechte Orbison classics. Bill Dees heb ik in 2006 overigens nog ontmoet in Nashville. Een bijzonder aardige man. Hij heeft veel hits met Orbison geschreven. Waar deze man was, was ook zijn gitaar. Zelfs de receptioniste van het hotel werd vereerd met een lied, terwijl ze met een rood hoofd achter de balie zat, niet wetende waar ze kijken moest.

Walk On’ wordt gezien door fans als een van Orbisons beste tracks. Vocaal is Orbison hier superieur. De lange uithalen en het begeleidend orkest maken de ballade een waar genot om naar te luisteren. Het is een typisch Orbison nummer, wat past tussen zijn grote hits van enkele jaren eerder. Hij kon het grote publiek met ‘Walk On’  echter niet bereiken en met hem dreigde het in de vergetelheid te raken. Na zijn dood, toen er een stroom van Roy Orbison albums op de markt kwam, leerde ik het liedje kennen. Er zijn overigens meer vergeten diamantjes die hij heeft gemaakt. Maar de afwezigheid van gerichte distributie, promotie en de opkomst van een ander geluid van andere artiesten, maakte dat deze nummers vrijwel zonder spoor verdwenen.

royorbisonabroos
Superfan Ab Roos (links), vader van ondergetekende, naast zijn grote held.

Walk On’ was die avond niet te horen, tijdens het concert, in Ahoy, Rotterdam. Het duurde nog even voordat ik het lied zou leren kennen. Eerst moest er namelijk iets ergs gebeuren. Orbison overleed op 6 december, 1988. Hij was slechts 52 jaar geworden. Zoals de tragedies het beste in Orbison naar boven haalde, zo maakte het dat de tragedie van zijn overlijden, ik zijn beste werk heb mogen ontdekken. ‘Walk On’ maakt daar zonder twijfel onderdeel van uit.

Christian Roos, auteur  van de boeken ‘Perspectief’ en ‘Een hemel vol woorden’.

– – – – – – –

 

Oklahoma en een te goed bewaard geheim…
tonymathewscollage
Plaatsen als New Orleans, Memphis, Detroit en Nashville zijn voor de eeuwigheid verbonden met de muziekgeschiedenis; deze plaatsen spelen immers onmiskenbaar een hoofdrol binnen de genres jazz, blues, soul, rock & roll en country. Dichter bij huis zijn Den Haag en Volendam op geheel eigenwijze bepalend voor de Nederlandse popgeschiedenis. Den Haag heeft zeker ook in de jazzwereld z’n sporen verdiend. Muziekgeografisch is mij onlangs iets anders opgevallen: Oklahoma. De veelbezongen Route 66 kruist deze staat diagonaal.

Oklahoma heeft slechts ongeveer 1/5 van het inwoneraantal van Nederland, zo’n 3.8 miljoen inwoners. Desondanks is deze staat op muzikaal terrein flink vertegenwoordigd in de muziekgeschiedenis. Mijn interesse was jaren geleden gewekt door het nummer Home Sweet Oklahoma in de uitvoering van Jimmy LaFave, maar geschreven door Leon Russell. Laat dit nu net een song van Russell zijn die zelden gecoverd werd! LaFave maakt op z’n website zelfs reclame voor deze staat, waarin hij overigens niet geboren is.

Even wat voorbeelden van invloedrijke muzikanten uit Oklahoma? Ga er maar even voor zitten… Folkzanger Woody Guthrie, die een grote invloed op Bob Dylan had, jazzcoryfeeën als Ella Fitzgerald, Earl Bostic, Chet Baker en Charlie Christian (de eerste gitarist die elektrisch ging spelen), bluesgiganten als Jay McShann, Ruth Brown en Lowell Fulson en countrysterren als Garth Brooks en Vince Gill. In de popmuziek hebben buiten de reeds genoemde J.LaFave en L.Russell ook JJ Cale en Elvin Bishop Oklahoma flink op de kaart gezet.

In deze column wil ik graag een minder bekende artiest uit deze staat in de schijnwerpers zetten, namelijk de gitarist/zanger Tony Mathews. Jarenlang was hij de gitarist in de band van Ray Charles en hij heeft helaas slechts twee soloalbums in zijn carrière gemaakt, ‘Condition: Blue’ uit 1981 op het bekende Alligator-label en ‘Alien in my own home’ uit 1989 op Ichiban Records. Beide vond ik terug in m’n platenkast.

Zijn funky blues doet denken aan Johnny ‘Guitar’ Watson en Tony Mathews is zeker geen mindere zanger of mindere gitarist en heeft ook humor in zijn composities, getuige ‘Too many people in my bed‘.

Ook op internet kom je zijn naam betrekkelijk weinig tegen. Op you tube is zijn eerste soloplaat niet te horen, maar is het tweede soloalbum in het geheel te vinden. Blijkbaar niet populair, want dit is ‘slechts’ zo’n 800x bekeken. Een nog goed, eigenlijk te goed, bewaard geheim dus, afkomstig uit een bijzondere omgeving.

Eenmaal you tube afstruinend trof ik de echt oude opname ‘I Wish’ van T. Mathews aan op het Convoy label en heeft hij een aandeel in smoelschuiver Louis Myers prima album ‘I’m a Southern man’ uit 1978, maar beide zijn wat mij betreft niet zo bijzonder als z’n funky blues.
Erik Bevaart

– – – – – – –

 

‘Second’ best
garymoore_collage
Op jonge leeftijd kwam ik door twee oudere neven in contact met verschillende muziekstijlen, waarvan de jazz-rock toen de meeste indruk op mij maakte. Mijn middelbare schooltijd van 1977 tot 1983 bracht Disco, opkomst van de Punk/New Wave, the NWOBHM en vele Doe Maar meisjes in de klas. Het is in deze periode dat ik voor het eerst met deze gitaarvirtuoos in aanraking kwam. Op een solo album van de toenmalige Rainbow drummer (Over the Top-Cozy Powell)  hoorde ik een instrumentaal nummer ‘Killer’, met Jack Bruce op bas en een ontketende Gary Moore op gitaar. Dit nummer gaat van een tour de force over in een onvervalste blues door merg en been, met zijn latere Midnight Blues Band bracht diezelfde blues hem grote successen. Datzelfde jaar bracht Thin Lizzy het album Black Rose uit met Gary Moore als vervanger van Brian Robertson op gitaar, en het nummer ‘Do Anything You Want’  was een regelmatig gedraaid nummer in het Beton Uur van Alfred Lagarde.

Op een Rock festival in Brugge in 1982, met o.a. Uriah Heep , Anvil en Golden Earring, zag ik hem voor het eerst in levende lijve.  Als Deep Purple fan sprak zijn line-up me zeer aan met Ian Paice  drums, Neil Murray(Whitesnake) bas en Don Airey(Rainbow) toetsen. Zijn verwantschappen met de Deep Purple stamboom zijn altijd nadrukkelijk aanwezig geweest. Bij dit optreden ontsnapte hij aan een wisse dood omdat een volgspot vlak naast hem op het podium neerstortte, hetgeen helaas het einde van ’t optreden betekende.

Een jaar later was zijn roem aardig gestegen en verzorgde hij een optreden op Pink Pop, met o.a. een prachtige ‘ Tulpen uit Amsterdam ‘ versie. Zijn instrument beheersing is dusdanig goed dat het steeds meer gaat blijken dat zijn stem niet echt geschikt is voor het harde gedeelte van zijn repertoire. Zijn optreden in 1985 in Ahoy tijdens zijn ‘Run for Cover’-tour was wederom een bevestiging hiervan, muzikaal: als een huis, zang technisch: twijfelachtig. Wellicht heeft hem dit doen besluiten, na wat verkeerde keuzes van zangers voor de live shows en o.a. de weigering van Glenn Hughes om met hem te touren na zijn  briljante vocale bijdragen aan het ‘Run for Cover’-album, om zich op de Blues te storten.

garymoorecollage2

In 1990 zag ik hem weer in het voorprogramma van Tina Turner in Utrecht met zijn Midnight Blues Band. Zijn bijna anderhalf uur durende optreden was magistraal, dat had Tina waarschijnlijk ook gezien en deed die avond ook haar naar ongekende hoogtes stijgen. Als opstap of voorprogramma is Gary Moore voor iedere artiest een uitdaging. Verdere projecten die de moeite waard zijn: G Force bijvoorbeeld en in 1994 speelt hij wederom met Jack Bruce (en Ginger Baker) in BBM, wat een alleraardigst album tot gevolg heeft. In 1999 werd zijn optreden bij het Northsea Jazz Festival op het laatste moment afgelast en miste ik hem.

Na een machtig Phil Lynott Tribute concert in Dublin in 2005,  prachtige DVD, zag ik hem voor het laatst met voormalig Thin Lizzy drummer Brian Downey op Bospop 2007. Hij haalde buiten zijn Blues die avond wat oude Lizzy-krakers van stal en was die avond wederom, in de stromende regen overigens, en geweldige opmaat voor afsluiter John Fogerty die net als Gary, Weert en omstreken liet schudden met een lichte aardbeving tot gevolg. Dit vernamen wij na het weekeinde in de plaatselijke krant.

Eigenlijk heeft Gary Moore altijd als een rode draad door mijn muziekleven gelopen, zijn eerste noten bij Colloseum (jazz-rock),  Skid Row (rock), natuurlijk zijn korte doch krachtige Thin Lizzy bijdrage, voor de massa gelukkig redelijk succesvol geweest maar nooit helemaal de erkenning gekregen die hij verdiende. Gary Moore overleed 6 februari 2011, op 58-jarige leeftijd.

Check out: G-Force – ‘G-Force’, Gary Moore – ‘Corridors of Power’, Don Airey – ‘K2’, BBM – ‘Around the Next Dream’  en boven vernoemde albums.

Ed van Schijndel, muziekliefhebber en uitbater ’t Proeflokaal in Delft.

– – – – – – –

 

Na 42 jaar nog altijd ‘rock ‘n’ ro-ho-ho-ho-ho-hoooolll’

heavy-metal-kidsweb

Nooit zo overtuigend iemand ‘’rock ‘n’ ro-ho-ho-ho-ho-hoooolll’ horen krijsen als Gary Holton dat ruim vier decennia geleden voor het eerst deed in ‘Rock ‘N’ Roll Man’. Het nummer staat op het album Heavy Metal Kids, het debuut van de gelijknamige Engelse band. Een plaat met een verhaal, waarin ik onbedoeld een kleine rol speel.

youtubelogo

We schrijven 1974 en een bandnaam als Heavy Metal Kids heeft in die dagen beduidend meer impact dan je je nu kunt voorstellen. ‘Heavy metal’, het begrip zoals het later in de encyclopedie is terechtgekomen, bestond gewoon nog niet. Het album zelf – vond ik toen en vind ik nu nog – is een buitenbeentje met zijn haast onmogelijke mengeling van hardrock, glamrock, reggae en, zo kun je het nu uitleggen, early punkrock. Dat alles geproduceerd door sixties pop-icoon Dave Dee, in later dagen platenbons bij het Atlantic-label.

HMK mag het in 1975, na een tweede album, in Amerika gaan proberen waar de band toert met onder anderen Alice Cooper, Rush en Kiss. Ze noemen zich inmiddels The Kids om, verlost van dat ‘heavy metal’, de Amerikaanse markt in te palmen. De relatie met Kiss komt overigens al snel tot een eind nadat zanger Holton en toetsenist Danny Peyronel gillend van de lach over het podium rollen als ze vanaf de zijkant er getuige van zijn hoe bij een vuurspuwact de haardos van Kiss-bassist Gene Simmons in de fik vliegt. Na diverse personeelswisselingen – Peyronel bijvoorbeeld vertrekt naar UFO – en een derde album is het in 1978 met de band gedaan. Frontman Holton is kort invaller bij The Damned en wimpelt, naar verluidt, een aanbod van AC/DC af om opvolger te worden van de overleden Bon Scott!

Hij keert weer terug in zijn oorspronkelijk metier als acteur en speelt in diverse Engelse tv-series, waaronder het populaire Auf Wiedersehen Pet. Tegelijk vecht de notoire innemer Holton met wisselend succes tegen zijn drugs- en alcoholverslaving. In 1985 overlijdt hij op 33-jarig leeftijd aan een fatale combi van alcohol en morfine.

Het album HMK blijft me door de jaren heen intrigeren. Vooral omdat het klereding maar niet als cd wordt uitgebracht (alleen het derde album Kitsch is verkrijgbaar). Ik heb zelfs de lp niet, bezit alleen een cassettebandje van een kwart eeuw oud en belabberde kwaliteit. Ik blijf zoeken, tegen beter weten in. Totdat op zeker moment een promotor van een Nederlandse distributeur me verrast met… een splinternieuw album van Heavy Metal Kids, ‘Hit The Right Button’. Drie leden van de oorspronkelijke bezetting, onder wie Peyronel die nu de zang doet, besloten dat het na ‘the longest teabreak in rockhistory’ tijd was voor een comeback. Wie niet bekend is met de voorgeschiedenis, beschouwt het album van een band met zo’n naam op voorhand als ‘goed fout’. Ik oordeel milder en heb er een positieve review aan gewijd. Wat meespeelde was dat dankzij deze nieuweling, het eerste album weer in het vizier kwam.

Vriend J, wiens ex ooit de gewraakte lp heeft meegenomen, meldt dat hij via via een vinylversie heeft geleend en die wel even op cd zal zetten. Kort daarna volgt een sombere boodschap: het eerste nummer was doorzeefd met krassen en niet te repareren. Maar als hij nu mijn oude cassettebandje met de hele elpee even mag lenen, dan…

Enige tijd later een nóg somberder bericht: het bandje is opgevreten. Aangedaan door dit onbeschrijfelijke verlies, wend ik me tot mijn Engelse contactpersoon bij de nieuwe HMK. De bewuste promotiedame heeft met deze fan van het eerste uur te doen. ‘Het punt is,’ reageert ze, ‘dat wij ons best doen om de eerste twee albums op cd uit te brengen. Het vergt echter nogal wat onderhandelingen met het Atlantic-label.’ Maarrr… belooft ze, ze zal kijken wat ze voor me kan doen.

Goed twee weken later landt er een envelop uit Engeland. Daarin, losjes verpakt in een maffe opblaasgitaar, een cd-rom met de tekst: Heavy Metal Kids – For Bram. Plus de mededeling dat ze inmiddels het als haar persoonlijke missie heeft opgevat dit album officieel op cd uit te brengen. Dat is uiteindelijk ook gebeurd.

Inmiddels hebben we YouTube en daar vind je de weinige tot nu toe bekende live-registraties van de oorspronkelijke HMK uit 1974. Plus de albums. Luisteren is geheel voor eigen risico en ik sluit niet uit dat je, net als mij overkwam in 1974, wordt gegrepen door the late & great Gary Holton en zijn onweerstaanbare ‘rock ‘n’ ro-ho-ho-ho-ho-hoooolll’.
(Dit is een geactualiseerde versie van het artikel dat in 2003 was te lezen in UP Magazine.)

Bram van Schaik, journalist-tekstschrijver

– – – – – – –

 

A Song for Leon
leonrussellcollage

Vorige week zondag 13 november is Leon Russell gestorven en dat is zelfs in Nederland niet geheel onopgemerkt gebleven. Berichten op o.a. Nu.nl en Telegraaf en een mooie in memoriam is te lezen op Classic Rock Mag, waarin ook tweets staan van o.a. Brian Wilson, Slash, Eric Burdon en Robbie Robertson.

Eerbetoon
Ook Billboard en Vintage Vinyl News verzamelden een aantal van deze reacties, afkomstig van generatiegenoten als Eric Clapton, Ringo Starr, Cat Stevens en Brian May, maar ook van Chaka Khan, Beth Hart, Lucie Silvas, Sheryl Crow, Julian Lennon, Bootsy Collins en acteurs LeVar Burton en Whoopie Goldberg. Al met al een fraai eerbetoon. De afgelopen jaren hebben Elton John en Elvis Costello zich al eerder zeer lovend uitgelaten over Leon Russell. New York Times besteedde grote artikelen aan zijn dood en CNN maakte een muzikaal overzicht.

Niet bekend in Nederland
Dat het overlijden van Russell in Amerika en Engeland meer dan hier aandacht kreeg, is op zich niet verwonderlijk. In Nederland heeft hij immers geen hits gekregen en dook hij slechts als songwriter een paar keer op in de Top 40. ‘Delta Lady’ van Joe Cocker bereikte in 1969 de 15de plek, ‘Superstar’ van The Carpenters in 1971 de 21ste positie, Oscar Harris had met ‘Back to the Island’, een B-kantje van ‘I’m still in love with you’, een hit uit 1977 (25ste plek). ´Time for love’ was een B-kantje van ‘Rainy Night in Georgia’ van Randy Crawford en behaalde in 1981 de 17de plaats. Toch zal de Nederlandse bewerking van ´Manhattan Island Serenade´ als ´Oude Maasweg´ van de Amazing Stroopwafels het bekendst zijn, al heeft juist dit nummer geen hitnotering. In 2013 verraste de onbekende Steffen Morrison tijdens The Voice of Holland met een goede uitvoering van ‘A Song for You’ en kwam hiermee op 1 op iTunes. Op 22 maart 2012 trad Russell na vele jaren eindelijk weer eens in Nederland op. Paradiso was echter niet uitverkocht. Bluesmagazine maakte hiervan een concertverslag.

Volstrekt uniek
De dood van Leon Russell is niet van ‘zo maar weer een muzikant’. Hij maakte een bijzondere mix van rock ’n roll met country en gospel, maar er zijn meer redenen om nog eens Russell op juiste waarde te schatten.

Zie hier zeven redenen waarom Leon Russell zo’n unieke plek in de muziekindustrie inneemt:

1-Russell is een van de weinige muzikanten die meerdere facetten van de muziekentertainment vervuld heeft: als performer, studiomuzikant, begeleider tv-orkest, songwriter, arrangeur, producer, talentontdekker en platenbaas. Hij is opgenomen in zowel de Rock ‘n’ Roll Hall of Fame als Songwriters Hall of Fame en won een Grammy Award. Met zes albums die in de VS de status goud gehaald hebben.

2-Russell heeft een belangrijke rol gespeeld in zelfs vier genres: rock, blues, country en singer/songwriter. Joe Cocker, BB King, Willie Nelson en JJ Cale maakten gebruik van de capaciteiten van Russell.

3-Russell heeft voor drie gitarist/zangers een enorme betekenis gehad. Zo stond hij aan de wieg van singer/songwriter JJ Cale´s carrière (wiens eerste soloplaten op Shelter waren), was verantwoordelijk voor de herwaardering van bluesgitarist Freddie King (met enkele platen op Shelter) en voor jazzgitarist George Benson, wiens eerste single als zanger ‘This Masquerade’ , een compositie van Russell, single van het jaar in 1976 in de VS werd. Het was de eerste hit in de geschiedenis die nummer 1 werd zowel in de pop, jazz als R & B-charts.

4-Russell heeft met een groot gedeelte van de muziekgeschiedenis op het podium gestaan, waaronder The Beatles, The Rolling Stones, Bob Dylan, Eric Clapton, Ray Charles en Elton John, maar ook studiowerk voor/met o.a. Phil Spector, Frank Sinatra, Stevie Wonder, The Beach Boys en The Byrds. De muziekfilms ‘Mad Dogs & Englishmen’ en ‘Concert for Bangla Desh’ waren en zijn unieke documenten.

5-Zijn songs zijn door vele beroemde muzikanten vertolkt, veelal de top binnen hun genre o.a. door zangeressen Amy Winehouse, Aretha Franklin, Whitney Houston, Shirley Bassey, Barbra Streisand, Peggy Lee, Dusty Springfield, Helen Reddy en Betty Wright en zangers als Donny Hathaway, Andy Williams, Billy Eckstine, Kenny Rogers, Bob Seger, Ray Charles, John Mayall en Joe Cocker. Ook uiteenlopende bands als Nazareth, Simply Red, Toots & the Maytals en Sergio Mendes & Brazil 77 namen iets op van Russell. The Black Crowes speelden een tour zelfs met op de achtergrond een grote afbeelding van Russell. ‘Poor Elijah / Tribute to Johnson’  is een aan Russell schatplichtige opname. LINK

6-Beroemde artiesten als The Temptations, The Carpenters, Bill Medley alsmede jazzbassist Ron Carter hebben zelfs een album naar een nummer van Leon Russell genoemd: ‘A Song for You’. Ondanks de minder flatteuze titel van een album van Russell, ‘Stop all that jazz’, hebben ook veel top jazz- en fusionmuzikanten ‘This Masquerade’ opgenomen, waaronder Toots Thielemans, Phil Woods, Carmen McRae, David Sanborn, Rahsaan Roland Kirk, Houston Person, Joe Pass en Pat Metheny. Uiteraard zijn andere composities, waaronder Bluebird en A Song for You, ook veel gecoverd. Bluesartiesten waagden zich nog al eens aan ‘Palace of the king’ en het met Clapton geschreven Blues Power. Dit laatste stond ook op het live-repertoire van Herman Brood.

7-Russell heeft 60 jaar als muzikant op het podium gestaan. In 1956 begonnen in nachtclubs (als 14-jarige!) tot aan z’n optredens dit jaar.

You Tube
Zijn gezondheid ging de laatste jaren achteruit en al helemaal dit jaar. Er zijn op you tube veel opnamen te vinden van Leon Russell spelend met vele bekenden waaronder Neil Young, Bonnie Raitt, John Mayer en Sheryl Crow. Neem eens de moeite wat andere, oude opnamen te beluisteren en herdenk Leon Russell…

Een vrij onbekende is uit 1983 met Ronnie Milsap: LINK

Een bijzonder duet is van Karen Carpenter – Ella Fitzgerald: LINK

De in een vrouwengevangenis opgenomen gospeluitvoering van A Song for You van Myrna Summers: LINK 

Live in 1971 in een kasteel in Baarn LINK

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

Een vergeten band…

sunnyjimbandcollage

Nu het stemmen op de Lokale Top 40 achter de rug is en de definitieve lijst binnenkort gepubliceerd wordt, viel mijn oog op artiesten die niet ene stem wisten te vergaren. Van die 159 bekende acts die in de gemeente Pijnacker-Nootdorp hebben opgetreden, zijn er meerdere op wie niet gestemd werd. In dit illustere rijtje bevinden zich Vader Abraham, Rene Froger en Dennie Christian en dat is wat mij betreft zeker positief te noemen. Echter bands als Livin’ Blues en Time Bandits konden ook niet rekenen op enige steun. Dat geldt tevens voor een band die op geen enkele populariteit kon teren: de Sunny Jim Band. En dat is dan weer niet vreemd, want je zou het een ‘vergeten’ band kunnen noemen. Zelfs niet terug te vinden in een Oor-encyclopedie.

 

De Sunny Jim Band heeft in 1979 een optreden in jongerencentrum De Trucker gegeven en was daarmee een van de eerste buitenlandse popgroepen in Pijnacker. Hoewel deze voornamelijk Engelse band enige successen wist te boeken, was een hitnotering niet voor hen weggelegd. De mix van new wave en powerpop en een vleugje reggae was bepaald niet slecht gedaan. In Duitsland had de viermansgroep meer succes dan in Engeland en Nederland. Er volgde een tour met de Boomtown Rats en kwam in 1980 op tv in Rockpalast, een contract met platenmaatschappij Vertigo, waar twee lp’s voor werden afgeleverd: ‘Maximum Pain’ en ‘Jay’. Voor de in Hamburg opgenomen single ‘Mixed Up’ werd Robert Jan Stips gevraagd, n.a.v zijn rol als producer bij Gruppo Sportivo.

Het grote succes bleef uit en er is weinig meer van de band vernomen. Bassist John C. Barry is later nog wel op drie soloplaten van wijlen Nikki Sudden te vinden. Misschien had de Sunny Jim Band meer succes verdiend, oordeel zelf:

youtubelogo

Erik Bevaart

– – – – – – –

 

Off The Wall

Een de van de eerste lp’s die ik kocht, was “Off The Wall” van Michael Jackson. Deze plaat heeft altijd een grote aantrekkingskracht gehad. Niet alleen op mij maar ook bij het wereldwijde publiek (meer dan 20 miljoen verkochte exemplaren) . De plaats stamt uit 1979. De tijd dat Michael Jackson nog de Prince of Pop was. Vrij van roddels en achterklap. Vrij van rechtszaken en excentriek gedrag. Vrij van de druk van de torenhoge verwachtingen, die elke plaat daarna met zich meebracht.

michaeljacksonoffthewallcol

En dat is goed te horen. Michael klinkt losjes en zingt alsof hij niets hoeft te bewijzen. Ook de hoesfoto toont een ontspannen Michael. Klaar om zich los te weken van zijn broers en muzikaal een andere richting op de gaan. Klaar om de wereld te veroveren. Drie jaar later zou hij “Thriller” loslaten op de wereld. “Off The Wall” doet echter niet onder voor “Thriller”. Sterker nog, ik vind “Off The Wall” Michael Jackson’s beste album.

Toen ik als kind de plaat beluisterde was ik direct dol op nummers als ‘She’s Out Of My Life’ en ‘Rock With You’. Nummers die iedereen kent en twee van de vier liedjes die de Amerikaanse top-10 behaalden. “Off The Wall” is een discoplaat. Kant A is gevuld met dansnummers en dat zet zich door met de titeltrack op kant B. Totdat de plaat tot rust komt met ‘Girlfriend’ (een Paul McCartney compositie) en ‘She’s Out Of My Life’.

Naar mijn smaak is het echte diamantje op de LP een van de songs, wat geen single is geworden. Een track die in de loop der tijd steeds meer grip op mij begon te krijgen. Want wat krijg je als je de talenten van Stevie Wonder, Michael Jackson en producer Quincy Jones met elkaar vermengt? Dan kunnen er hele mooie dingen ontstaan. ‘I Can’t Help It’ werd geschreven door Stevie Wonder en Susaye Greene, een van de laatste leden van The Supremes. Het liedje zou in de loop der jaren op verschillende B-kanten verschijnen van de singles “Don’t Stop (‘Til You Get Enough)’ en ‘Bad’.

‘I Can’t Help It’ heeft een jazzy sfeer en het geheimzinnige geluid van de synthesizer op de achtergrond maakt het lichtvoetige liedje een opvallende verschijning, tussen de andere nummers van de LP. Er zijn tijden dat ik er geen genoeg van kan krijgen. Want er is vrijwel niets aan het liedje wat tegen gaat staan. Alles lijkt te kloppen. Michael zingt loepzuiver en de productie van Quincy Jones is zoals altijd vlekkeloos. In de Michael Jackson documentaire “From Motown to Off The Wall” vertelt Stevie Wonder dat ‘I Can’t Help It’ oorspronkelijk was bedoeld voor “Songs in the key of life”, zijn meesterwerk uit 1974. Overigens wordt in die documentaire het liedje volkomen terecht geprezen.

Het staat absoluut in mijn top -10 van favoriete Michael Jackson tracks. Hij zingt sensueel en relaxed. Een groot verschil met de soms overgeproduceerde nummers die hij later zou uitbrengen. Dit is de Michael Jackson die ik wil horen. Iemand die vooral plezier had in het maken van platen, zonder de grote druk van buitenaf. Het album “Off The Wall” en in het bijzonder “I Can’t Help It” doen terugdenken aan die tijd.

Christian Roos, auteur  van de boeken ‘Perspectief’ en ‘Een hemel vol woorden’.

– – – – – – –

 

The Rise and Fall of my Idol……

Het zal in het jaar 1976 óf 1977 geweest zijn dat ik voor het eerst kennis maakte met Rory. Er was een nieuw bedrijf begonnen met als lokkertje een aanbieding: 3 LP’s voor 10 guldens. Ik meteen besteld: 461 Ocean Boulevard van Clapton, Takin’ it to the streets van de Doobies én Live in Europe van Rory Gallagher. Die laatste blies me helemaal uit m’n sportsokken: een rauw zingende, vreselijk goed gitaar spelende langharige vent, alles wad ik als jong ventje wou zijn! Edoch, de eerste teleurstelling diende zich al snel aan: m’n Hondo II Strat over een  buizenradio klonk absoluut niet zoals Rory’s Strat over een Vox AC30…….. Om nog maar te zwijgen over het totáál ontbreken van enig talent qua gitaar spelen!

rorycollection

Dankzij mijn vakantiebaantje was ik in staat om het nodige werk van de man te kunnen kopen, stuk voor stuk pareltjes, waarbij, naar mate de jaren verstreken, het accent steeds meer op de rock kwam te leggen, dat was voor deze jongen géén probleem!

Ik had om diverse redenen (lees: geldgebrek, te ver weg) geen kans om ‘m ergens te zien optreden maar via het legendarische programma Rockpalast kreeg ik m’n portie Rory live wel binnen. Met als absoluut hoogtepunt: de eerste dag van het  Loreley festival 1982, waar naast Rory ook nog eens Eric Burdon en Frankie Fuckin’ Miller op het programma stonden. Ik zou in de zevende hemel moeten zijn, ware het niet dat ik een zware griepaanval had. Dus met een deken helemaal om me heen gewikkeld bibberend voor de TV, hopende dat ik het vol zou houden tot het einde, en reken maar dát ik het gehaald heb! Na een ietwat aarzelend begin kwam Rory op stoom en ik ging volledig uit m’n deken! Ik heb het concert gelukkig op DVD,  zet het nog regelmatig op .

Enter het memorabele jaar 1995: Rory komt in Nighttown in Rotterdam!! Daar moest en zou ik bij zijn, dát moge duidelijk zijn. Kon een kaartje scoren en kon m’n geluk niet op…… tót ik een paar vrienden sprak die hem de avond er voor (7 januari ’95) in Paradiso gezien hadden. ‘Het was slecht, zijn halverwege maar weggegaan’ en woorden van dergelijke strekking. Maar ‘mijn’ concert was op de 10e, tijd genoeg om zich te herpakken dus, leek mij tenminste. ’s Avonds in de kou naar Rotterdam, in de rij voor Nighttown, ging het woord ook rond over de slechte prestatie in Amsterdam. Eenmaal in de zaal was het voorprogramma al begonnen: ze hadden héél goed naar Rory geluisterd, het lag er duimendik boven op! Enfin, voorprogramma klaar, hun instrumenten en versterkers weg gehaald, en het wachten was op mijn idool. Na een klein uur(!) betrad hij het podium, met een totaal andere bassist dan degene die ik kende, Gary McAvoy. ‘Continental Op’ werd ingezet: na een paar (valse) noten moest Rory een andere gitaar hebben, z’n zang was onvast, hij liet z’n bottleneck steeds vallen (hij wou ‘m in z’n jaszak doen maar die kon hij op de tast niet zo snel vinden) en als overmaat van ramp wees hij naar de bassist als er gesoleerd moest worden, dat hij dat maar moest doen. Dit heeft zich nog een paar maal herhaald die avond, toen hij de onvrede in het publiek merkte begon hij met kreten als ‘If you think you’re tough, come to Belfast!!’ en ‘If you think you’re a better Player then me, come up here!!’. Nodeloos te zeggen dat na een aantal nummers de zaal al half leeg was, het resterende publiek stond nog steeds vol ongeloof te kijken naar wat hier gebeurde. Het voor mij nog meest memorabele moment van de avond was toen hij z’n akoestische gitaar pakte en ‘Out on the Western Plain’ speelde. Vlekkeloos, alsof de geest van Lead Belly himself afgedaald was om z’n handen besturen!  Na krap een uur was het concert afgelopen, er werd niet eens meer om een toegift gevraagd! Naar wat ik achteraf hoorde is hij in de kleedkamer onderuit gegaan en naar het ziekenhuis in Amsterdam gebracht, vervolgens is hij over gebracht naar een ziekenhuis in Londen. Hier kreeg hij een geslaagde levertransplantatie maar hij overleed op 14 juni aan een longontsteking. Zijn broer (tevens manager) riep tegen iedereen die het maar wou horen dat Rory eigenlijk te ziek was om te spelen, maar ik kon me niet onttrekken aan de indruk dat hier ook alcohol in het spel was……..

We zijn inmiddels 21 jaar verder, heb samen met mijn goede vriend Hans (wellicht nog een grotere Rory fan dan ik!) vorig jaar voor het eerst het Rory Gallagher Festival in Ballyshannon bezocht.  In elke bar die je binnen kwam speelde er óf een DVD van Rory, óf er klonk muziek van ‘m óf er trad een band op die nummers van hem speelde, geweldig! Daarnaast ook de nodige keren The Band of Friends gezien, hierin spelen de oude drummer en bassist van Rory, aangevuld met een Nederlandse zanger/gitarist. Prima band, maar je mist iets. Ik ga Irish Tour maar weer eens opzetten, en verzucht: Rory: They don’t make them like you anymore!!

Ed Mul, Bekend popquizzer

– – – – – – –

 

My favorite song:

Planet Of Love van Lemming

‘Legendarisch’ wordt te pas en vooral te onpas verward met ‘succesvol’, dat zal menigeen met me eens zijn dus ik hoef daar niet verder over door te fulmineren. Een van de, naar mijn bescheiden mening, zeer weinige echt legendarische Nederlandse bands is Lemming. In het midden van de jaren zeventig hadden ze een paar hitjes en zanger Wally ‘McKey’ Slot is tot op de de dag van vandaag bezig met (re)releasen van materiaal van die band. Begin van de eeuw had hij zelfs nog een hitje.

 

lemmingplanetofloveweb

Een paar jaar geleden wilde ik met mijn bandje mijn favoriete Lemmingsong Planet Of Love coveren, maar omdat de tekst op de plaat niet zo duidelijk was, mailde ik Wally of hij die voor me kon uitschrijven. Binnen een dag kreeg ik een enthousiast mailtje terug met eerst de tekst en vervolgens aanmoedigingen voor mijn bandje:
Zoiets dacht ik (over de tekst!) en ‘t kan er niet veel naast zitten he, nee ik vind dit veeeels te gaaf wat jullie doen EN….. Glamrock is nog het enige waar je kans mee hebt dat het terug komt. Beloof jij dat je het me laat weten wanneer jullie een optreden hebben en PLANET gaan spelen live, want dan wil ik graag langskomen bij jullie optreden. Rebel Rebel van Bowie is ook al zo gaaf en iets van Slade DAT WAS LIVE OOK ZO N SPEKTAKEL!

Hartelijk groet van Wally & Co

Helaas was mijn bandje niet zo goed als Wally’s enthousiasme doet vermoeden, want na het eerste optreden viel het al van teleurstelling uit elkaar. Een optreden met de legende is er dus nooit van gekomen.

Nu neemt dit verhaal een vreemde wending, want Wally vertelde me ook dat hij na de dood van zijn vrouw, een jaar of tien geleden, in een diep dal terechtkwam en daarom een aanbieding van een Belgisch management met beide handen aangreep. Het management wilde Lemming in Belgie opnieuw van de grond krijgen, maar zag al gauw in dat dat een zinloze missie was en stelde toen voor om Wally op de ‘Nedervlaamse’ schlagermarkt te gooien. Dat vond Wally een stuitend idee maar met een volkomen lege agenda had hij weinig keus. Hij had meteen succes en ontmoette ook al snel zijn nieuwe liefde Karla, die een label in Belgie runt en sindsdien zijn belangen behartigt. Ik ben een keer bij ze wezen kletsen in Rotterdam en dat was een leuke middag. Hij kon nog vol vuur vertellen over die succesperiode van Lemming. Hoe ze in 75 of 76 een keer dachten headliner te zijn op een festivalletje in de Achterhoek. Maar toen ze met een tevreden gevoel over hun professionele act het podium afstapten, werd er een vrachtwagen voor het podium gereden waaruit een enorme PA werd geladen. In een mum van tijd stond het zaakje en begonnen er een paar boeren in het Achterhoeks te rocken. Volgens Wally klonk dat zo goed dat Lemming weken later nog bibberend het podium betrad. Maar met Bennie Jolink kon hij het meteen goed vinden: ‘Die zei altijd dat ik de mayonaise op de patat was!’

O ja, Planet Of Love is nog geeneens op Youtube te vinden, dus begin maar te zoeken op platenbeurzen en Marktplaats – het is de moeite waard!

Roland Wetzels
alias Ola Carbona, gitarist The Stiff

– – – – – – –

 

Een Drie O-hit
(Over Onverwachte, Onderscheidende en Onlogische Hits)

Eind jaren 60 kreeg ik m’n eerste singletjes van m’n oudste broer en zus. Zij kochten inmiddels elpees en dan waren die kleine 45 toerenplaatjes overbodig. Van m’n broer kreeg ik o.a. ‘White Room’ van Cream en van m’n zus ‘Universal Soldier’ van Donovan. M’n eerste zelf gekochte singletje was ‘Hang on to a dream’ van The Nice bij de lampenzaak Radio Notenboom in Pijnacker (tegenwoordig café Het Hoofdkantoor). Afgeprijsd. Ik moest er aan denken toen in maart dit jaar het nieuws naar buiten kwam dat toetsenman Keith Emerson overleden is. Zijn muziek draaide ik al jaren niet meer, hoewel ik de elpee ‘Five Bridges suite’ van The Nice nog steeds weet te waarderen. In het Hoofdkantoor klinkt regelmatig ‘Lucky Man’ van Emerson, Lake & Palmer, waarin het enorme talent van Emerson goed naar voren komt met z’n toen unieke synthesizersolo. Het is een krachtig voorbeeld van -wat ik noem- een Drie O-hit: een onverwachte, onderscheidende en onlogische hit. Artiesten die zich niet met hits bezigden en met eigenzinnige, onderscheidende nummers, de gangbare commerciële opbouw tartend, desondanks de hitladder wisten te bestijgen.


Een goed eerder voorbeeld van zo’n Drie O-hit was ‘America’ van The Nice (uit 1968) en wel bij uitstek door het instrumentale karakter, een parodie-achtige bewerking van een bekende West Side Story film – en musical-hit en door de lengte van de single, ruim 7 minuten! Schitterend hoesje!

De alternatieve, progressieve popmuziek (progrock later genoemd) maakte na een voorzichtige start eind jaren 60 echt furore in de jaren 70. Met symfonische rock had ik dan weer niks. Met jazzrock zeker wel, maar dat terzijde. De popmuzikanten uit de jaren 60 waren vaak middelmatige muzikanten, die nog al eens in de studio vervangen werden. Rond 1970 kwam daar verandering in met Focus en -op gepaste afstand- Solution, waarmee popmusici vakmensen bleken. ‘Hocus Pocus’ van Jan Akkerman en consorten is ook zo’n onverwachte onlogische hit, niet in de laatste plaats door het jodelen van Thijs van Leer.

Ook in Pijnacker, dat overwegend wat ‘achter’ lag op maatschappelijke ontwikkelingen, had je begin jaren 70 ‘progressieve bands’ als Ombepuz met o.a. Ton van der Quast en Ypsilon, de band van m’n oudste broer Peter. Voor de platenmaatschappij Negram maakte deze viermansgroep een instrumentale single “Hector’ met als b-kant ‘Chemical’ Ik was aanwezig bij het afscheidsconcert van Ypsilon in de zomer van 1973 in het nog vrij nieuwe jongerencentrum De Trucker in Pijnacker. Dit was -nog als 13-jarige- het eerste concert dat ik bijwoonde. In januari 1975 werd ik er actief met organiseren van bandjes; het eerste optreden was van Hans Dulfer (toen nog autohandelaar) met o.a. gitarist John Schuursma (bekend van Rob Hoeke en Brainbox).

Een band die ook voor een echte Drie O-hit gezorgd heeft, was Supersister met ‘She was naked’ uit 1970. Dit was zelfs hun doorbraak en toetsenman Robert-Jan Stips, zou na Golden Earring, Sweet d’Buster en The Nits met Stips Freek de Jonge begeleiden en in 1997 zelfs een nummer 1-hit krijgen met de Dylan-bewerking ‘Leven na de dood’. Daar humor in muziek een rol speelde bij Supersister is het niet verwonderlijk geweest dat Stips gevraagd werd als producer van Gruppo Sportivo.

Supersister speelde -evenals o.a. Focus- in juni 1970 al op het Holland Popfestival, waar nog geen jaar na het legendarische Woodstock-festival ook enkele van die acts, zoals Jefferson Airplane, Santana, Canned Heat en Country Joe McDonald, Kralingen in Rotterdam aandeden. Verder waren o.a. Pink Floyd en The Byrds op dit financieel niet al te best verlopen spektakel. Zowel mijn broer Peter als Ton van der Quast was getuige van dit muziekfestijn. In het door mij samengestelde boekje ‘Muziekliefhebber’ vertelt Ton op komische wijze welke herinnering hem nog zo goed bijstaat: niet kunnen pissen bij het concert van The Byrds. Sowieso is dit boekje een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in memorabele concerten. Bij mij te koop voor maar 4,50 euro.

Ook ‘Radio’ van Supersister was geen typische commerciële hit, maar zo onverwacht en onlogisch was dit natuurlijk niet meer sinds ‘She was naked’. Toen in 1973 de aparte, maar minder ‘weirde’ single Bagoas  uitgebracht werd met een andere bezetting (met o.a. jazzsaxofonist Charlie Mariano) werd dit geen hit. Verzin het maar eens om een nummer te noemen naar een gecastreerde machtswellusteling uit de tijd van Alexander de Grote.

Supersister* had iets intellectueels over zich. Zo werd er soms een frase in Latijn gezongen. Robert Jan Stips is nog steeds actief en treedt vaak solo op. Hij is nooit ‘weggeweest’ en zit niet in het Johan Derksen-circuit. In 2008 nam hij de cd/dvd ‘Rond’ op, waarbij hij repertoire van o.a. Supersister, Transister en de Nits solo speelt. Natuurlijk ontbreken ‘She was naked’ en ‘Radio’ niet. Merkwaardig genoeg niets van Sweet d’Buster. Het is even wennen om ‘In the Dutch mountains’ in het Nederlands te horen met als titel ‘Dankzij de duinen’. Er staan ook twee verrassende covers op, nl. Twilight Zone (niet zo fraai, mijns inziens) en een langzame, Leonard Cohen-achtige bewerking van Una Paloma Blanca.

Een Drie O-hit zal het niet worden. Pijnig je hersenen eens en denk eens na welke Drie O-hits jij weet te noemen en meld het de redactie!

*Jimmy Tigges had drie jaar geleden een goed interview in Delft met Stips, waarin hij uit de doeken doet waarom Delft belangrijk is geweest voor Supersister.

Erik Bevaart
Drummer Old Cocks on the Block, Auteur van het boek: 50 Jaar Pophistorie, Blunders, Jatwerk & Frustratie (MullBrull boeken 2004)