De ‘koning van de Australische rockabilly-scene’ is ongetwijfeld Chris Cheney, zanger/gitarist van The Living End. Het bekendste nummer van het legendarische punkabilly-trio is ‘Prisoner Of Society’, een Top 5-hit in de Australische hitlijst in 1997. De song (een dubbele a-kant met ‘Second Solution’) stond maarliefst 47 weken in de Australische top 50. Ook in Engeland en de US bereikte het de hitlijsten. Het nummer werd later ook gebruikt in het computerspel Guitar Hero World Tour. Het titelloze debuutalbum uit 1998, waarop ook geweldige songs als ‘Second Solution’, ‘West End Riot’ en ‘Monday’ staan, zorgde voor wereldwijde bekendheid.

Het begon voor Chris in 1994 toen hij de latere contrabassist Scott Owen ontmoette. Als groot fan van de Stray Cats begonnen zij een coverband: The Runaway Boys. Behalve Stray Cats deden zij ook songs van o.a. Batmobile. Op singles en ep’s verschenen later ook regelmatig geweldige covers in een ‘Living End’-uitvoering zoals ’10:15 Saturday Night’ (The Cure) en ‘Tainted Love’ (origineel van Gloria Jones, bekender van Soft Cell).

Het eerste succes kwam toen zij een demo stuurden naar Green Day-frontman Billy Joe Armstrong, waardoor zij als voorprogramma mee mochten met de Australische tour. Niet lang daarna deden zij ook de support van The Offspring en doken zij de studio voor de eerste EP ‘Hellbound’ (1995).

In 2000 verscheen het album ‘Roll On’, in de pers vaak vergeleken met The Clash. In 2001 raakte Chris Cheney gewond bij een auto-ongeluk waardoor men een tijdje niet optrad. Twee jaar later kwam The Living End, inmiddels met een nieuwe drummer Andy Strachan, ijzersterk terug met het rock-achtige ‘Modern Artillery’, waarvan het nummer ‘End Of The World’ werd gebruikt in de skateboardgame ‘Tony Hawk’s Underground 2’. Hierna verschenen nog de albums ‘State of Emergency’ (2006), ‘White Noise’ (2008), ‘The Ending Is Just the Beginning Repeating’ en ‘Shift’ (2016).

Aan de vooravond van het verschijnen van de in Berlijn opgenomen plaat ‘Wunderbar’ (september 2018) kwam The Living End in de zomer eindelijk weer eens naar Europa voor een festival-tour waarin zij ook wat clubs aandeden. Zij speelden o.a. op de Lokerse feesten met Bad Religion, Suicidal Tendencies, Turbonegro en Dropkick Murphys. Eind augustus gaf The Living End een optreden voor een uitverkocht Rotown in Rotterdam. Na afloop vertelde een enthousiaste Chris Cheney wat zijn absolute favoriete nummer aller tijden was, een wereldhit uit 1963.

Luister hieronder naar het interview:

 

 

youtubelogo

 

De beroemdste Europese saxofoniste is ongetwijfeld Candy Dulfer. Al op 11-jarige leeftijd speelde dit supertalent mee op een plaat van haar vader Hans Dulfer. Ook op jonge leeftijd speelde zij al op North Sea Jazz en deed mee aan diverse jamsessies met o.a. Herman Brood. De in 1969 in de hoofdstad geboren muzikante kan inmiddels terugkijken op een glansrijke carrière, met shows over de hele wereld, gastoptredens met de groten der aarde en won zij een aantal belangrijke muziekprijzen.

In 1987 deed Candy met haar band de support van Madonna in de Rotterdamse Kuip. Prince had het talent inmiddels ook ontdekt en liet Candy tijdens zijn show in de Kuip meedoen en vroeg haar later naar zijn Paisley Park Studios in Minneapolis te komen voor wat projecten. Zo speelde Candy o.a. mee in de Prince-videoclip ‘Partyman’. Twee jaar later scoorde zij samen met Eurythmics-gitarist Dave A. Stewart een nummer 1-hit met ‘Lily Was Here’. Ook deed zij in 1990 een gastoptreden met Pink Floyd op het Engelse Knebworth festival waar zij deze wereldberoemde band bijstond in de nummers ‘Shine On You Crazy Diamond’ en ‘Money’. Ook werkte Candy Dulfer met beroemdheden als Van Morrison, Aretha Franklin, Lionel Richie, Chaka Khan, Beyoncé, Maceo Parker, Mavis Staples, Sheila E. en vele anderen.

Haar internationale faam bracht de saxofoniste ook in TV-programma’s als ‘The Tonight Show’ bij Jay Leno, ‘Saturday Night Live’, ‘Good Morning America’ en ‘Rockpalast’. In Candy’s prijzenkast prijken o.a. de Conamus Exportprijs, de Gouden Harp en kreeg zij een Grammy-nominatie voor haar debuutalbum ‘Saxuality’ (uit 1990). Ook latere albums zoals ‘Sax-A-Go-Go’ (1993), ‘Big Girl’ (1995), ‘For The Love Of You’ (1996) kende internationale successen. Tot op heden verkocht Candy Dulfer meer dan 2,5 miljoen platen wereldwijd.

Sinds 2014 is Candy prominent lid van de gelegenheidsformatie Ladies Of Soul met Glennis Grace, Berget Lewis en Edsilia Rombley. Ook Trijntje Oosterhuis maakte een tijdje deel uit van deze formatie die in 2014 moeiteloos de Ziggo Dome vulde. In 2017 kwam zowel haar nieuwste album ‘Together’ als de langverwachte, enerverende biografie ‘Sax, Candy & Rock-‘n-Roll’ uit.

Tijdens Candy’s Europese toernee in de zomer van 2018, die haar langs vele, grote (Jazz)festivals bracht, speelde Candy ook op het Delftse Westerpop. Daar vertelde zij over haar grootste inspiratiebron, tevens haar favoriete nummer aller tijden.

Luister hier naar het interview:

 

youtubelogo

 

Topgitarist Mark Boon is vooral bekend van de rockband Diesel, die hij in 1978 vormde met zanger/gitarist Rob Vunderink, bassist Frank Papendrecht en Kayak-drummer Pim Koopman. De eerste hit scoorde deze Haagse groep in 1979 met ‘Going Back To China’ van het geweldige debuutalbum ‘Watts In A Tank’. Van deze plaat kwamen ook de hits ‘Down In The Silvermine’ en ‘Sausolito Summernight’. Laatstgenoemde single kwam in de Nederlandse Top 40 niet hoger dan de 35e plek. Echter in Noord Amerika ging het plaatje 600.000 keer over de toonbank, bereikte de 25e plaats in De Billboard Hot 100 en werd in Canada zelfs een nummer 1 hit.

Door het succes van ‘Sausolito Summernight’ kreeg Diesel de kans om zeven weken door de USA en Canada te touren, men speelde in veertig steden, veel eigen shows maar ook als voorprogramma van Triumph en Grand Funk Railroad. In 1985 stopte de band om het vervolgens in 1988 (met de hit ‘Samantha’) en 2007 weer te proberen. In 2009 overleden kort achter elkaar Frank Papendrecht en Pim Koopman. In 2017 kwam de band in nieuwe bezetting met Mark Boon en Rob Vunderink weer bij elkaar en speelde op het Haagse festival Night At The Park waar o.a. ook Level 42 en Paul Young aantraden.

Voor Diesel speelde Mark Boon in bands als Smyle, Stamp ’n Go en The Hammer. In 1975 speelde hij als gast op de LP ‘Polyandri’ van Group 1850. Later maakten veel artiesten gebruik van de diensten van de begenadigde gitarist. Zijn gitaarspel is te horen op platen van Alides Hidding, Maywood, Freek de Jonge, Robert Jan Stips en Powerplay. Ook speelde hij een tijdje in Vitesse. Het bekende country-riedeltje van de Pussycat-hit ‘Mississippi’ is ook van Mark Boon.

In juli 2018 speelde Diesel, veertig jaar na de oprichting, op het Haagse Zeehelden festival. Daar sprak Mark Boon zich uit over zijn favoriete nummer aller tijden, uit de tijd dat hij als kind nog in de Verenigde Staten woonde.

Luister hier naar het interview:

youtubelogo

Tijdens de hoogtijdagen van de Nederpop met bands als Herman Brood & his Wild Romance, Gruppo Sportivo, New Adventures, The Meteors en Vitesse eind jaren ‘70 was er ineens de geweldige Haagse band Urban Heroes met o.a. gitarist Jaap de Jonckheere, drummer Ad van der Ree en als zanger/frontman Evert Nieuwstede. De eerste twee platen ‘Who Said….. Urban Heroes’ en ‘The Age Of Urban Heroes’ bereikten de album Top 50 en werden in vele landen uitgebracht. Ook scoorden de Hagenezen enkele grote hits met ‘Get It’, ‘Not Another Worldwar’ en ‘Habadaba Riwikidi’.

Na deze succesvolle periode werd in 1985 door een aantal Urban Heroes-leden Boom Boom Mancini opgericht. Het misschien wel beste nummer dat Evert Nieuwstede met Jaap de Jonckheere ooit schreef, ‘Red Skies’ (geproduceerd door Golden Earring), werd een hit. Niet lang hierna verliet Nieuwstede de band en ging aan zijn eigen carrière werken. Ook trad hij op met Billy Preston, die zowel The Beatles als The Rolling Stones begeleidde. In 1986 verscheen de single ‘In America’ van City And State. Evert had voor de opnames zowel Herman Brood als Candy Dulfer te gast. Ook deed hij enkele legendarische sessies met deze Nederpopiconen. Tevens maakte Evert een nummer met Neerlands bekendste acteur Rutger Hauer onder de naam Rutger Hauer’s Starfish. Nieuwstede is nog steeds recordhouder met optredens op Parkpop waar hij zeven maal optrad (waarvan 5x met Urban Heroes).

Sindsdien is singer/songwriter Evert Nieuwstede tevens actief als producer, arrangeur, vocal coach en begeleidt hij jonge bands voor zijn label It’s Your Record! Enkele jaren geleden verscheen er van Evert’s hand het boek ‘R’N’R Snapshots’. Tijdens een radioshow met de Nederpop Top 40 (RtwFm), waar vele bekende vaderlandse artiesten aanwezig waren, vertelde Evert Nieuwstede wat zijn absolute nummer 1 is.

Luister hier naar het interview:

youtubelogo

 

Al sinds 1983 maakt de Amsterdamse band Claw Boys Claw de vaderlandse podia onveilig mede door de charismatische frontman Peter Te Bos. In 1984 verscheen het eerste album ‘Shocking Shades Of Claw Boys Claw’ waarop behalve geweldige garagepunkrock songs als ‘Hippy On The Highway’, ‘Shake It On The Rocks’ ook een cover van de Shocking Blue-klassieker ‘Venus’. Enkele jaren later zong Mariska Veres met Claw Boys Claw dit mee in Paradiso. 

Mede door de singles ‘So Mean’ en ‘Indian Wallpaper’ en het album ‘With Love From The Boys’ stond men in 1986 voor het eerst op Pinkpop. Een jaar later ontving de band de BV Popprijs uit handen van staatssecretaris Elco Brinkman, Te Bos kuste de politicus na de uitreiking boven op de mond. In 1988 verscheen het cover-album ‘Hitkillers’, waarop eigen versies van Nederpopklassiekers als ‘Down Man’ (Brainbox), ‘Back Home’ (Earring) en ‘Dracula’ (ZZ & de Maskers). Als extra voor de cd-versie werden oude successen opnieuw opgenomen en kwam als album ‘The Beast Of Claw Boys Claw’ uit in Duitsland en Australië.

In de jaren ‘90 scoorde de band van Te Bos de hit ‘Rosie’, men stond weer op Pinkpop en deed het voorprogramma van U2 in de Rotterdamse Kuip. Na een lange radiostilte verscheen in 2008 het goed ontvangen ‘Pajama Day’ en speelde Claw Boys Claw op Lowlands waar Peter Te Bos (in het dagelijks leven ook grafisch ontwerper) al sinds jaar en dag de huisstijl voor ontwierp. In 2013 verscheen het fantastische album ‘Hammer‘. In februari 2018 zal er weer een nieuwe plaat uitkomen.

In december 2017 gaf Claw Boys Claw een verrassingsoptreden in de legendarische Amsterdamse bluesclub Maloe Melo. Na afloop vertelde Peter te Bos, nippend aan een glas Jack Daniels, wat zijn favoriete nummer is. Een zeer verrassende keuze uit zijn kinderjaren.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

Gitaarheld Warner E. Hodges staat behalve zijn fabuleuze gitaarspel ook bekend om zijn unieke podium performance. Tijdens optredens gooit hij regelmatig zijn gitaar over zijn schouder om vervolgens snel weer verder te spelen. Hij werd geboren in het Duitse Wurzburg alwaar zijn vader in de US Army diende. Terug in Nashville speelde Warner drums in de band van zijn ouders. De opkomst van de punk bracht Warner tot de gitaar. Niet veel later was hij de gitarist van Jason & The Scorchers, de band die punkrock combineerde met wilde rock’n’roll en country muziek ook wel cowpunk genoemd. Zij waren de eersten die ‘the Americana Hall of Fame Lifetime Achievement Award’ ontvingen.

In 2009 trad Warner toe tot Dan Baird & The Homemade Sin. Dan Baird scoorde in 1992 een wereldhit met ‘I Love You Period’ maar had daarvoor al een muzikaal leven achter de rug met Georgia Satellites, o.a. bekend van ‘Keep Your Hands To Yourself’. Met Dan Baird & The Homemade Sin maakte Warner de geweldige albums ‘Circus Life’, ‘Get Loud’ en het dit jaar verschenen ‘Rollercoaster’. In 2015 tourde Hodges met de Southern Rock formatie Drivin’n’Cryin.

Warner E. Hodges maakte ook al een aantal soloplaten. Onlangs verscheen zijn laatste cd ‘Right Back Were I Started’ waarop Cheap Trick-bassist Tom Petersson meespeelt. Begin november 2017 speelde Warner met The Homemade Sin in TivoliVredenburg in Utrecht, zonder Dan Baird die herstellende is van leukemie maar met Joe Blanton als waardig invaller. Na afloop van dit optreden was hij resoluut over zijn favoriete nummer.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

Al sinds zijn tienerjaren maakt Racoon-zanger Bart van de Weide muziek met zijn compaan Dennis Huige. In 2000 verscheen het Racoon-debuutalbum ‘Till Monkeys Fly’, geproduceerd door voormalig De Div en Urban Dance Squad-drummer Michel Schoots. Zowel de singles ‘Feel Like Flying’ als ‘Blue Days’werd 3FM megahit. Twee jaar later verbrak platenmaatschappij Sony het contract met Racoon en stond Bart tijdelijk op de vuilniswagen omdar er toch brood op de plank moest komen. Racoon kwam sterker dan ooit terug en 2004 kwam de grote doorbraak met het album ‘Another Day’ (bleef anderhalf jaar in de hitlijsten) en de single ‘Love You More’. “Het kan verkeren”, sprak Bredero ooit.

Racoon won met hun aanstekelijke popmuziek al heel wat prijzen. In 2011 kregen zij de Edison en 3FM award voor het album ‘Liverpool Rain’. Een jaar later ontvingen de Zeeuwen de Popprijs en de Gouden Harp. Het nieuwe Racoon-album ‘Look Ahead and See the Distance’ staat inmiddels al weer hoog in de hitlijsten en op 28 april 2018 staan zij in de Amsterdamse Ziggo Dome.

Ook Nederlandstalig gaat Bart erg goed af, de single ‘Oceaan’ voor de film/kaskraker ‘Alles is familie’ wordt een Top 10-hit en in maart 2017 deed Bart In DWDD een prachtige versie van ‘Ik hou van mij’ van Harrie Jekkers.

Het favoriete nummer van Bart komt uit het land (de USA) waar Racoon in 2007 een tournee deed samen met The Lemonheads.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

Al op vijfjarige leeftijd speelde Dennis Huige op een ukelele en verzon hij zijn eigen liedjes. Op zijn achtste kreeg hij klassiek gitaarles. In zijn pubertijd ging hij over op de elektrische gitaar. Hij ontmoette Bart van der Weide en richtte het muzikaal onafscheidelijke duo de stevige rockband Vict’em op, waar zij samen de nummers voor schreven. Later vormde Dennis met Bart een akoestisch duo wat later uitgroeide tot Racoon, de Zeeuwse band dat inmiddels tot de bekendste Nederlandse bands behoort.

De carrière van de veelzijdige gitarist kent vele hoogtepunten. Van de demo ‘It’s An Ice Cream Day’uit 1997 tot het onlangs uitgekomen album ‘Look Ahead And See the Distance’. Zo speelde Racoon in 1999 al op het Groningse Noorderslag-festival en een jaar later op Parkpop en Lowlands. In 2002 deed de band de Marlboro Flashback tour en speelden zij nummers van Faith No More. Ook stonden zij in 2005 met grootheden als Lenny Kravitz, R.E.M. en Queens Of The Stone Age op Rockin’ Park in het Nijmeegse Goffertpark. Een jaar later was Racoon zelfs de meest geboekte act op festivals. Maarliefst viermaal stonden zij op Pinkpop.

Kenmerkend is Dennis zijn ‘fingerstyle’ techniek in het gitaarspel. Vandaar dat hij ook een favoriete song koos dat voor hem zeer veel inspiratie bracht.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

Wie heeft ze niet live gezien? The Amazing Stroopwafels, in 1979 opgericht, hebben er sindsdien meer dan 7000 optredens opzitten. Niet alleen in café’s, popzalen en theaters, maar ook in huiselijke kring. Ook waren zij regelmatig te zien tijdens ‘straatoptredens’ in het centrum van Rotterdam. Een echte hit heeft het trio nooit gehad, maar zij hebben wel degelijk bekende nummers zoals ‘Oude Maasweg’ (een Nederlandstalige versie van de Leon Russell-song ‘Manhattan Island Serenade’), de Stroopwafels-versie bereikte in 2007 nog de 16e plaats in de Top 2000. Andere bekende nummers zijn o.a. ‘Ome Kobus’ en het vaak op Radio Tour De France gedraaide ‘Ik ga naar Frankrijk’.

Zanger Wim Kerkhof speelt toetsen en contrabas. Hij heeft bijna alle 300 nummers geschreven. De band, die verder bestaat uit Rien de Bruin (gitaar, accordeon en zang) en Arie van der Graaf (elektrische gitaar) maakte 22 albums, 42 singles, 3 dvd’s en het nieuwe album ‘Hiero’ verschijnt begin november 2017 en een theatertour is aanstaande. De in Vlaardingen woonachtige Kerkhof presenteerde jarenlang het programma ‘Country en Omstreken’ op radio Rijnmond en is een ware wereldreiziger die meer dan 200 verschillende landen heeft bezocht. Ook heeft hij 47 Amerikaanse staten bezocht. Het is niet verwonderlijk dat zijn favoriete nummer van een band uit dit land afkomstig is.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

Den Haag kent al sinds begin jaren ’60 een rijke traditie van bands zoals Golden Earring(s), Q65, Shocking Blue, Livin’Blues en later Earth & Fire, Gruppo Sportivo, Anouk, Kane en natuurlijk Di-rect. Niet voor niets wordt de Hofstad ook wel het mekka van de Nederlandse popmuziek genoemd. De bekendste (hedendaagse) Haagse gitarist is Spike van Zoest, die in 2001 doorbrak met Di-rect. Hij  stond met zijn band op alle grote festivals als Pinkpop, Lowlands, Parkpop en scoorde zelfs een nummer 1-hit in Indonesië. Nadat in 1999 zanger Tim Akkerman Di-rect verliet en Marcel Veenendaal via het BNN programma ‘Wie is Di-rect’ de microfoon overnam, is de band alleen nog maar populairder geworden. Met hun laatste plaat ‘Daydreams In A Blackout’ stonden zij voor het eerst sinds 2005 weer bovenaan in de Album Top 100 en zullen zij op 3 november a.s. in de Afas Live in Amsterdam spelen.

De andere band van Spike, The Deaf, maakt geweldige onvervalste 60’s beat en garagerock en bracht  twee uitstekende albums uit: ‘Toot Whistle Plunk Boom!’(2011) en ‘The Deaf’(2014). Ook deze band speelde in alle uithoeken van het land en maakte indruk op South By South West Festival in Austin, Texas. Blondie-drummer Clem Burke zag het optreden en noemde Spike ‘een combinatie van Hives-zanger Pelle Almqvist en supergitaristen Wilko Johnson en Pete Townshend’.

De muzikaliteit van Spike van Zoest kent geen grenzen want behalve dat hij in het verleden ook furore maakte als DJ, won hij in 2014 als dirigent het  AVROTROS programma ‘Maestro’. Onlangs was van Zoest met The Deaf te gast in het programma ‘Tijl B op Volle Toeren’ waar de band het bijna onmogelijke presteerde om van het klassieke stuk de ‘Enigmavariaties’ van Edward Elgar een eigen versie maakte.

Spike van Zoest was als bezoeker aanwezig op het Haagse Kaderock-festival. Op de in zijn ogen ‘rotvraag’ wat zijn favoriete nummer was, gaf hij een meer dan 5 minuten durende muziekles waar popkenner Leo Blokhuis nog een puntje aan zou kunnen zuigen. Het is een in 1958 uitgekomen song dat Bob Dylan ooit ‘the best instrumental ever’ noemde en ook in de filmklassieker ‘Pulp Fiction’ te horen is.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo