De beste Nederlandse humoristische TV programma’s ooit gemaakt komen uit het brein van cabaretduo Kees van Kooten en Wim de Bie. Al in 1963 gingen zij bij de VPRO-radio aan de slag als ‘De Klisjeemannetjes’. Vanaf 1967 was dit legendarische duo ook op TV te zien in o.a. het muziekprogramma ‘Fenklub’ van Ralph Inbar en Sonja Barend, ‘Hadimassa’ (met Ton van Duinhoven) en in het spraakmakende programma ‘Het Gat van Nederland’, dat in 1972 de Zilveren Nipkowschijf won. In 1974 kwamen ‘heer Koot en heer Bie’ met Het Simplistisch Verbond wekelijks op de TV. Tot 1998 zond de VPRO programma’s uit onder de naam ‘Koot en Bie’, ‘Keek op de week’, ‘Krasse Knarren’, ‘In bed met van Kooten en de Bie’ en ‘Deksel van de Desk’.

Kees van Kooten speelde in zijn programma’s honderden typetjes waarvan F. Jacobse, Cor van der Laak, wethouder Tjolk Hekking, de vieze man, Koos Koets, Arie Temmes, Ralph Ternauw, Mehmet Pamuk, H.J. Bussink, Diana Charité, Prof. dr. ir. P. Akkermans, Jet Veenendaal en Carla van Putten de bekendsten zijn. Toen hij  een keer de Amsterdamse burgemeester Ed van Thijn persifleerde, kon de politicus niet meer in het openbaar spreken zonder dat er gelachen werd.

Van Kooten en de Bie maakten tussen 1967 en 1987 negen LP’s, waarvan ‘De eerste langspeelplaat van Het Simplistisch Verbond’, ‘Hengstenbal’, ‘Op hun pik getrapt’, ‘Mooie meneren’ en ‘Draaikonten’ de Album Top 10 haalden en de gouden status behaalden. Ook ontvingen zij tweemaal een Edison. De single ‘Stoont als een garnaal’ bereikte de 18e plaats in de Top 40 en ‘Zoek jezelf’ kwam zelfs in de Top 10. ‘Ballen in mijn buik’ van de Vieze man stond vijf weken in de Tipparade. Voor het programma ‘Het Gat van Nederland’ maakten Koot en Bie een Nederlandse vertaling van de Gilbert O’Sullivan-hit ‘Alone Again (Naturally)’. Het nummer ‘1948 – Toen was geluk heel gewoon’ werd later in 1972 een hit voor Gerard Cox.

Van Kooten en De Bie hebben de Nederlandse taal met vele woorden verrijkt, al deze vondsten zijn verzameld in het boek ‘Jemig de pemig’ uit 1998. Ook maakten zij jaarlijks de ‘Bescheurkalender’. Sinds de jaren ’60 is Kees van Kooten een bekend schrijver, eerst als columnist voor de Haagse Post, later zijn er vele boeken van zijn hand verschenen. Hiervoor ontving hij ook diverse literaire prijzen zoals CPNB publieksprijs (1987), de Groenman-taalprijs (2000) en in 2004 de Gouden Ganzeveer vanwege zijn betekenis voor het geschreven woord. In 2013 schreef de Hagenaar het Groot Dictee der Nederlandse Taal en het boekenweekgeschenk. Ter promotie van zijn nieuwste boek ‘Sterk Verdund’ (uitgeverij van Oorschot) was Kees van Kooten begin december 2018 te gast in een bekende Haagse boekenzaak. Tijdens het signeren maakte hij even tijd om enthousiast over zijn favoriete nummer te vertellen.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

Na het uiteengaan van de Sex Pistols startte John Lydon (alias Johnny Rotten) een nieuwe band: Public Image Ltd. (PiL). Jeugdvriend Jah Wobble werd de bassist. Hij was bepalend voor het bandgeluid door zijn opzwepende funkritme en diepe basgrooves in ‘dubstyle’. Jah Wobble speelde mee op het debuutalbum First Issue (1978) en een jaar later op Metal Box, deze kwam uit op drie twelve-inch singles om de extreem lage bastonen van Jah Wobble optimaal te laten klinken. De platen zaten in een echt filmblik waarop het fameuze PiL logo prijkte. Na de release van het live-album ‘Paris au Printemps’ in 1980 vond Jah Wobble het tijd om muzikaal op eigen benen te staan en begon een succesvolle solocarrière.

De echte naam van Jah Wobble is John Wardle en werd geboren in Oost-Londen. Tijdens zijn schooltijd zat hij al in een bandje met klasgenoot John Lydon en John Simon Ritchie, later beter bekend als Sid Vicious. Na zijn PiL periode begon hij de band The Human Condition, waarin ook de originele PiL-drummer Jim Walker zat. Hiermee toerde hij door de UK, Europa en de USA en bracht twee cassettes met live-opnames uit. Daarna zag het debuutalbum van Jah Wobble ‘The Legend Lives On… Jah Wobble in Betrayal’ het levenslicht. Ook werkte Jah samen met de Can-leden Holger Czukay en Jaki Liebezeit waarmee hij in 1981 een hit scoorde met ‘How Much Are They’ van het album ‘The Full Circle’. In 1982 formeerde Wobble weer een nieuwe band: Invaders of the Heart. In 1983 verscheen het album ‘Snake Charmer’, waar behalve Jah Wobble ook U2-gitarist The Edge aan meewerkte.

Halverwege de jaren ’80 eiste het gebruik van diverse genotsmiddelen en drank zijn tol en besloot hij halverwege de opnames van zijn album ‘Psalms’ zijn levenswijze drastisch te veranderen en sindsdien is hij geheelonthouder. In die periode nam hij ook ‘normale’ baantjes aan en werkte hij o.a. voor de London Underground. In 1987 kwam zijn band The Invaders of the Heart weer tot leven, twee jaar later stond hij hiermee op New York City’s New Music Seminar en was terug in de muziekbusiness.

Ook in de jaren ’90 bleef Jah Wobble muziek maken en beperkte zich niet tot een stijl maar verbreidde zijn horizon tot reggae, dub, wereldmuziek, postpunk,folk, ambient, pop, jazz en elektronische muziek. Zijn interesse kende geen grenzen want hij liet zich ook inspireren door muziek uit het Midden-Oosten en Japan. Hij werkte samen met vele bekende artiesten als Peter Gabriël, Sinéad O’Connor, Brian Eno, Dolores O’Riordan (The Cranberries), Primal Scream en The Orb.

In 2009 verscheen zijn autobiografie ‘Memoirs of a Geezer’. Sinds 2013 werkt hij mee aan het BBC 5 radioprogramma ‘Live’s Up All Night’. In 2018 verscheen zijn laatste cd ‘The Butterfly Effect’. In het najaar van 2018 tourde Jah Wobble door de USA en Canada en begon in New York aan opnames voor een nieuwe plaat met de wereldberoemde producer Bill Laswell, bekend van zijn werk met Mick Jagger, Ramones, Motörhead, Ramones, Iggy Pop, Yoko Ono en Sly & Robbie.

De laatste jaren maakt Jah Wobble ook schilderijen. Een inspiratiebron en terugkerend onderwerp op zijn werk zijn torenflats voor sociale huur, die hij in zijn jeugd in Oost Londen en ook wel in Noord Londen ineens zag opkomen. Begin november had Jah Wobble zijn eerste solo-expositie in de Haagse HOK Gallery, genaamd ‘Tower Blocks and other Symmetries’. Hij was bij de opening aanwezig en stapte daarna met een select gezelschap in een touringcar die in de hofstad op zoek ging naar ‘Tower Blocks’. Deze tour eindigde in het platenwinkeltje Any Record alwaar hij geïnterviewd werd en gedichten voordroeg.Hierna had hij tijd voor een kort interview en vertelde hij met een prachtige Cockney-accent wat zijn favoriete song aller tijden is.

 

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

Een absolute grootheid uit de Belgische rockscene is ongetwijfeld Arno Hintjens. De in 1949 in de Belgische kustplaats Oostende geboren zanger brak in de hoogtijdagen van de new wave door met T.C. Matic. De band had, mede door de legendarische gitarist Jean-Marie Aerts, een volstrekt uniek eigen geluid; een mix van new wave, funk, blues, rock en zelfs Franse chanson. Op de titelloze debuutplaat staat o.a. ‘Oh La La La’, een van de invloedrijkste nummers uit de Belgische muziekgeschiedenis. Arno maakte met deze groep nog drie albums: ‘l’Apache’ (1982), ‘Choco’ (1983, met ‘Putain Putain’) en ‘Yé Yé'(1985), waarop het prachtige ‘Elle Adore Le Noir’ staat. Men kende grote Europese successen, in 1983 stond T.C. Matic op Pinkpop, maar na een tournee met Simple Minds (1986) viel de band uiteen.

Voormalig kok Arno Hintjes speelde in de begintijd van zijn carrière rond 1970 veelal mondharmonica in groepen uit Oostende. Zijn eerste band was de bluesrockband Freckleface. Samen met gitarist Paul Decoutere richtte hij later Tjens Couter op. De debuutplaat ‘Who Cares’ kende niet echt veel succes maar zij waren wel de eerste Belgische band die in Toppop optrad. Na het vertrek van Decoutere werd de naam veranderd in T.C. Matic.

Na de T.C. Matic-periode begon voor Hintjens een succesvolle solocarrière. Op de debuutplaat onder de naam Arno zijn gastbijdragen van o.a. Kaz Lux en de latere The Scabs-gitarist Willie Willie. Behalve zijn eigen succesvolle albums waaronder ‘Charlatan’ (1988), ‘Ratata’ (1990), ‘European Cowboy’ (1999), deed Arno regelmatig andere projecten onder de naam Arno & the Subrovniks en het stevige  Charles and the White Trash European Blues Connection. Maar een absoluut muzikaal hoogtepunt mag zijn samenwerking met de Belgische gitarist/blueslegende Roland Van Campenhout genoemd worden, waarmee hij in 1991 het fantastische album ‘Charles et les Lulus’ uitbracht. Hun uitverkochte optreden in de piste van een heuze circustent op het Teatro Fantastico te Rotterdam mag met recht legendarisch worden genoemd.

In 2002 kende zijn geboorteplaats Oostende hem het ereburgerschap toe. Door een combinatie van factoren en een drukke agenda haalde de Belgische zanger de oorkonde pas 15 jaar later op. Arno’s glansrijke loopbaan bracht hem nog meer onderscheidingen: meermalen door het Vlaamse televisieblad verkozen tot ‘Zanger van het jaar’, de Franse onderscheiding ‘Ridder in de Kunsten en Letteren (Ordre des Arts et des Lettres) en werd hij opgenomen in de Belgische Radio 2-eregalerij. In het Vlaamse programma De Laatste Show deed Arno in 2010 een prachtig duet met Ray Davies (The Kinks). Ook was Arno ook als acteur te zien diverse films zoals ‘Préjudice’ uit 2015.

Toen Arno in 2017 de band Tjens Matic startte, waarmee hij songs van Tjens Couter en T.C. Matic wederom naar de podia bracht, was het aangekondigde optreden in de Brusselse poptempel Anciene Belgique (AB) binnen enkele minuten uitverkocht. Eind 2017 verscheen de single ‘Middlefinger’ van Tjens Matic en werkt men naar verluid aan een volledig album. In oktober 2018 speelde Tjens Matic in de Boerderij in Zoetermeer. Ruim voor het optreden had Arno tijd voor het korte interview voor deze website. Nog voordat de recorder aanstond noemde hij in zijn enthousiasme ‘Like A Rolling Stone’, echter toen het opnameapparaat aanstond en de vraag naar zijn favoriete song aller tijden gesteld werd, koos hij voor een song van de Nederlandse koningin van het levenslied. Later op de avond zou hij tijdens het optreden tussen de nummers door nog een stukje van dit prachtige lied zingen.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

 

 

Batmobile behoort zonder meer tot de meest enerverende vaderlandse rock’n’roll bands. Toch heeft dit trio in het buitenland veel meer succes dan in Nederland. Regelmatig speelt men in Duitsland, Engeland, USA, Zuid-Amerika en Japan. In Rusland is de Bredase/Rotterdamse groep zelfs regelmatig op TV. In februari 2014 baarde Batmobile opzien tijdens het optreden in het programma ‘De ideale muziekavond’, samengesteld door de populaire Rotterdamse kappers van Schorem met Matthijs van Nieuwkerk als presentator. Hierna was Batmobile regelmatig te gast in De Wereld Draait Door. In 2017 verscheen voor het eerst sinds jaren weer een nieuw album ‘Brand New Blisters’, misschien de beste uit hun carrière. 

Het begon allemaal in 1983 toen Batmobile werd opgericht door zanger/gitarist Jeroen Haamers, drummer Johnny Zuidhof en contrabassist Eric Haamers. Nadat men eerst covers van hun helden Elvis, Gene Vincent en Johnny Burnette speelden, schreven zij al vrij snel eigen songs wat in 1985 resulteerde in het debuutalbum ‘Batmobile’. Hierna begonnen de internationale successen en werden zij één van de grondleggers van de psychobilly. Regelmatig waren zij headliner in de legendarische Klub Foot in de Londense wijk Hammersmith, waar ook mede-genregenoten als The Meteors en Demented Are Go vaak speelden. In 1987 verscheen het tweede album ‘Bambooland’, een jaar later gevolgd door ‘Bail’s set at $ 6.000.000’ waarop het geweldige ‘Gorilla Rock’ en een prachtversie van de Motörhead-klassieker ‘Ace Of Spades’.

In 1990 verscheen er een heel aparte plaat: ‘Batmobile Is  Dynamite’, waarop hun versies staan van nummers van o.a. Mud, B.B. King, Brenda Lee, Cliff Richard en Scorpions met als titel ‘Dynamite’. Sinds 1997 noemt Batmobile hun muziek ‘B-music’, naar B-films en B-artiesten. Deze laatste term doet Batmobile echter geen eer aan, want de band behoort al jarenlang tot de absolute top van het genre. Niet voor niets verschenen er twee ‘Tribute To Batmobile’ albums waarvoor vele internationale bands Batmobile-nummers opnamen. In 2008 was er de release van ‘Cross Contamination’ waarop Batmobile vijf songs van Peter Pan Speedrock covert en het Eindhovense trio de nummers van Batmobile onder handen neemt.

Jeroen Haamers, die binnenkort solo als JJ’s Outlaw Country op de podia staat, speelt ook af en toe met de gelegenheidsformatie Jeroen Haamers and the Zorchmen, een psychobilly superband met bandleden van The Coffin Nails, The Klingonz en The Meteors. Batmobile was eind augustus 2018 headliner op het Haagse Wild Rooster festival, waar zij in een ouderwetse muziektent een overweldigende show gaven. Voordat hij dit podium betrad, vertelde hij wat zijn absolute favoriete nummer aller tijden is, een schitterend nummer van zijn grote held.

Luister hieronder naar het interview:

 

 

youtubelogo

De ‘koning van de Australische rockabilly-scene’ is ongetwijfeld Chris Cheney, zanger/gitarist van The Living End. Het bekendste nummer van het legendarische punkabilly-trio is ‘Prisoner Of Society’, een Top 5-hit in de Australische hitlijst in 1997. De song (een dubbele a-kant met ‘Second Solution’) stond maarliefst 47 weken in de Australische top 50. Ook in Engeland en de US bereikte het de hitlijsten. Het nummer werd later ook gebruikt in het computerspel Guitar Hero World Tour. Het titelloze debuutalbum uit 1998, waarop ook geweldige songs als ‘Second Solution’, ‘West End Riot’ en ‘Monday’ staan, zorgde voor wereldwijde bekendheid.

Het begon voor Chris in 1994 toen hij de latere contrabassist Scott Owen ontmoette. Als groot fan van de Stray Cats begonnen zij een coverband: The Runaway Boys. Behalve Stray Cats deden zij ook songs van o.a. Batmobile. Op singles en ep’s verschenen later ook regelmatig geweldige covers in een ‘Living End’-uitvoering zoals ’10:15 Saturday Night’ (The Cure) en ‘Tainted Love’ (origineel van Gloria Jones, bekender van Soft Cell).

Het eerste succes kwam toen zij een demo stuurden naar Green Day-frontman Billy Joe Armstrong, waardoor zij als voorprogramma mee mochten met de Australische tour. Niet lang daarna deden zij ook de support van The Offspring en doken zij de studio voor de eerste EP ‘Hellbound’ (1995).

In 2000 verscheen het album ‘Roll On’, in de pers vaak vergeleken met The Clash. In 2001 raakte Chris Cheney gewond bij een auto-ongeluk waardoor men een tijdje niet optrad. Twee jaar later kwam The Living End, inmiddels met een nieuwe drummer Andy Strachan, ijzersterk terug met het rock-achtige ‘Modern Artillery’, waarvan het nummer ‘End Of The World’ werd gebruikt in de skateboardgame ‘Tony Hawk’s Underground 2’. Hierna verschenen nog de albums ‘State of Emergency’ (2006), ‘White Noise’ (2008), ‘The Ending Is Just the Beginning Repeating’ en ‘Shift’ (2016).

Aan de vooravond van het verschijnen van de in Berlijn opgenomen plaat ‘Wunderbar’ (september 2018) kwam The Living End in de zomer eindelijk weer eens naar Europa voor een festival-tour waarin zij ook wat clubs aandeden. Zij speelden o.a. op de Lokerse feesten met Bad Religion, Suicidal Tendencies, Turbonegro en Dropkick Murphys. Eind augustus gaf The Living End een optreden voor een uitverkocht Rotown in Rotterdam. Na afloop vertelde een enthousiaste Chris Cheney wat zijn absolute favoriete nummer aller tijden was, een wereldhit uit 1963.

Luister hieronder naar het interview:

 

 

youtubelogo

 

De beroemdste Europese saxofoniste is ongetwijfeld Candy Dulfer. Al op 11-jarige leeftijd speelde dit supertalent mee op een plaat van haar vader Hans Dulfer. Ook op jonge leeftijd speelde zij al op North Sea Jazz en deed mee aan diverse jamsessies met o.a. Herman Brood. De in 1969 in de hoofdstad geboren muzikante kan inmiddels terugkijken op een glansrijke carrière, met shows over de hele wereld, gastoptredens met de groten der aarde en won zij een aantal belangrijke muziekprijzen.

In 1987 deed Candy met haar band de support van Madonna in de Rotterdamse Kuip. Prince had het talent inmiddels ook ontdekt en liet Candy tijdens zijn show in de Kuip meedoen en vroeg haar later naar zijn Paisley Park Studios in Minneapolis te komen voor wat projecten. Zo speelde Candy o.a. mee in de Prince-videoclip ‘Partyman’. Twee jaar later scoorde zij samen met Eurythmics-gitarist Dave A. Stewart een nummer 1-hit met ‘Lily Was Here’. Ook deed zij in 1990 een gastoptreden met Pink Floyd op het Engelse Knebworth festival waar zij deze wereldberoemde band bijstond in de nummers ‘Shine On You Crazy Diamond’ en ‘Money’. Ook werkte Candy Dulfer met beroemdheden als Van Morrison, Aretha Franklin, Lionel Richie, Chaka Khan, Beyoncé, Maceo Parker, Mavis Staples, Sheila E. en vele anderen.

Haar internationale faam bracht de saxofoniste ook in TV-programma’s als ‘The Tonight Show’ bij Jay Leno, ‘Saturday Night Live’, ‘Good Morning America’ en ‘Rockpalast’. In Candy’s prijzenkast prijken o.a. de Conamus Exportprijs, de Gouden Harp en kreeg zij een Grammy-nominatie voor haar debuutalbum ‘Saxuality’ (uit 1990). Ook latere albums zoals ‘Sax-A-Go-Go’ (1993), ‘Big Girl’ (1995), ‘For The Love Of You’ (1996) kende internationale successen. Tot op heden verkocht Candy Dulfer meer dan 2,5 miljoen platen wereldwijd.

Sinds 2014 is Candy prominent lid van de gelegenheidsformatie Ladies Of Soul met Glennis Grace, Berget Lewis en Edsilia Rombley. Ook Trijntje Oosterhuis maakte een tijdje deel uit van deze formatie die in 2014 moeiteloos de Ziggo Dome vulde. In 2017 kwam zowel haar nieuwste album ‘Together’ als de langverwachte, enerverende biografie ‘Sax, Candy & Rock-‘n-Roll’ uit.

Tijdens Candy’s Europese toernee in de zomer van 2018, die haar langs vele, grote (Jazz)festivals bracht, speelde Candy ook op het Delftse Westerpop. Daar vertelde zij over haar grootste inspiratiebron, tevens haar favoriete nummer aller tijden.

Luister hier naar het interview:

 

youtubelogo

 

Topgitarist Mark Boon is vooral bekend van de rockband Diesel, die hij in 1978 vormde met zanger/gitarist Rob Vunderink, bassist Frank Papendrecht en Kayak-drummer Pim Koopman. De eerste hit scoorde deze Haagse groep in 1979 met ‘Going Back To China’ van het geweldige debuutalbum ‘Watts In A Tank’. Van deze plaat kwamen ook de hits ‘Down In The Silvermine’ en ‘Sausolito Summernight’. Laatstgenoemde single kwam in de Nederlandse Top 40 niet hoger dan de 35e plek. Echter in Noord Amerika ging het plaatje 600.000 keer over de toonbank, bereikte de 25e plaats in De Billboard Hot 100 en werd in Canada zelfs een nummer 1 hit.

Door het succes van ‘Sausolito Summernight’ kreeg Diesel de kans om zeven weken door de USA en Canada te touren, men speelde in veertig steden, veel eigen shows maar ook als voorprogramma van Triumph en Grand Funk Railroad. In 1985 stopte de band om het vervolgens in 1988 (met de hit ‘Samantha’) en 2007 weer te proberen. In 2009 overleden kort achter elkaar Frank Papendrecht en Pim Koopman. In 2017 kwam de band in nieuwe bezetting met Mark Boon en Rob Vunderink weer bij elkaar en speelde op het Haagse festival Night At The Park waar o.a. ook Level 42 en Paul Young aantraden.

Voor Diesel speelde Mark Boon in bands als Smyle, Stamp ’n Go en The Hammer. In 1975 speelde hij als gast op de LP ‘Polyandri’ van Group 1850. Later maakten veel artiesten gebruik van de diensten van de begenadigde gitarist. Zijn gitaarspel is te horen op platen van Alides Hidding, Maywood, Freek de Jonge, Robert Jan Stips en Powerplay. Ook speelde hij een tijdje in Vitesse. Het bekende country-riedeltje van de Pussycat-hit ‘Mississippi’ is ook van Mark Boon.

In juli 2018 speelde Diesel, veertig jaar na de oprichting, op het Haagse Zeehelden festival. Daar sprak Mark Boon zich uit over zijn favoriete nummer aller tijden, uit de tijd dat hij als kind nog in de Verenigde Staten woonde.

Luister hier naar het interview:

youtubelogo

Tijdens de hoogtijdagen van de Nederpop met bands als Herman Brood & his Wild Romance, Gruppo Sportivo, New Adventures, The Meteors en Vitesse eind jaren ‘70 was er ineens de geweldige Haagse band Urban Heroes met o.a. gitarist Jaap de Jonckheere, drummer Ad van der Ree en als zanger/frontman Evert Nieuwstede. De eerste twee platen ‘Who Said….. Urban Heroes’ en ‘The Age Of Urban Heroes’ bereikten de album Top 50 en werden in vele landen uitgebracht. Ook scoorden de Hagenezen enkele grote hits met ‘Get It’, ‘Not Another Worldwar’ en ‘Habadaba Riwikidi’.

Na deze succesvolle periode werd in 1985 door een aantal Urban Heroes-leden Boom Boom Mancini opgericht. Het misschien wel beste nummer dat Evert Nieuwstede met Jaap de Jonckheere ooit schreef, ‘Red Skies’ (geproduceerd door Golden Earring), werd een hit. Niet lang hierna verliet Nieuwstede de band en ging aan zijn eigen carrière werken. Ook trad hij op met Billy Preston, die zowel The Beatles als The Rolling Stones begeleidde. In 1986 verscheen de single ‘In America’ van City And State. Evert had voor de opnames zowel Herman Brood als Candy Dulfer te gast. Ook deed hij enkele legendarische sessies met deze Nederpopiconen. Tevens maakte Evert een nummer met Neerlands bekendste acteur Rutger Hauer onder de naam Rutger Hauer’s Starfish. Nieuwstede is nog steeds recordhouder met optredens op Parkpop waar hij zeven maal optrad (waarvan 5x met Urban Heroes).

Sindsdien is singer/songwriter Evert Nieuwstede tevens actief als producer, arrangeur, vocal coach en begeleidt hij jonge bands voor zijn label It’s Your Record! Enkele jaren geleden verscheen er van Evert’s hand het boek ‘R’N’R Snapshots’. Tijdens een radioshow met de Nederpop Top 40 (RtwFm), waar vele bekende vaderlandse artiesten aanwezig waren, vertelde Evert Nieuwstede wat zijn absolute nummer 1 is.

Luister hier naar het interview:

youtubelogo

 

Al sinds 1983 maakt de Amsterdamse band Claw Boys Claw de vaderlandse podia onveilig mede door de charismatische frontman Peter Te Bos. In 1984 verscheen het eerste album ‘Shocking Shades Of Claw Boys Claw’ waarop behalve geweldige garagepunkrock songs als ‘Hippy On The Highway’, ‘Shake It On The Rocks’ ook een cover van de Shocking Blue-klassieker ‘Venus’. Enkele jaren later zong Mariska Veres met Claw Boys Claw dit mee in Paradiso. 

Mede door de singles ‘So Mean’ en ‘Indian Wallpaper’ en het album ‘With Love From The Boys’ stond men in 1986 voor het eerst op Pinkpop. Een jaar later ontving de band de BV Popprijs uit handen van staatssecretaris Elco Brinkman, Te Bos kuste de politicus na de uitreiking boven op de mond. In 1988 verscheen het cover-album ‘Hitkillers’, waarop eigen versies van Nederpopklassiekers als ‘Down Man’ (Brainbox), ‘Back Home’ (Earring) en ‘Dracula’ (ZZ & de Maskers). Als extra voor de cd-versie werden oude successen opnieuw opgenomen en kwam als album ‘The Beast Of Claw Boys Claw’ uit in Duitsland en Australië.

In de jaren ‘90 scoorde de band van Te Bos de hit ‘Rosie’, men stond weer op Pinkpop en deed het voorprogramma van U2 in de Rotterdamse Kuip. Na een lange radiostilte verscheen in 2008 het goed ontvangen ‘Pajama Day’ en speelde Claw Boys Claw op Lowlands waar Peter Te Bos (in het dagelijks leven ook grafisch ontwerper) al sinds jaar en dag de huisstijl voor ontwierp. In 2013 verscheen het fantastische album ‘Hammer‘. In februari 2018 zal er weer een nieuwe plaat uitkomen.

In december 2017 gaf Claw Boys Claw een verrassingsoptreden in de legendarische Amsterdamse bluesclub Maloe Melo. Na afloop vertelde Peter te Bos, nippend aan een glas Jack Daniels, wat zijn favoriete nummer is. Een zeer verrassende keuze uit zijn kinderjaren.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

Gitaarheld Warner E. Hodges staat behalve zijn fabuleuze gitaarspel ook bekend om zijn unieke podium performance. Tijdens optredens gooit hij regelmatig zijn gitaar over zijn schouder om vervolgens snel weer verder te spelen. Hij werd geboren in het Duitse Wurzburg alwaar zijn vader in de US Army diende. Terug in Nashville speelde Warner drums in de band van zijn ouders. De opkomst van de punk bracht Warner tot de gitaar. Niet veel later was hij de gitarist van Jason & The Scorchers, de band die punkrock combineerde met wilde rock’n’roll en country muziek ook wel cowpunk genoemd. Zij waren de eersten die ‘the Americana Hall of Fame Lifetime Achievement Award’ ontvingen.

In 2009 trad Warner toe tot Dan Baird & The Homemade Sin. Dan Baird scoorde in 1992 een wereldhit met ‘I Love You Period’ maar had daarvoor al een muzikaal leven achter de rug met Georgia Satellites, o.a. bekend van ‘Keep Your Hands To Yourself’. Met Dan Baird & The Homemade Sin maakte Warner de geweldige albums ‘Circus Life’, ‘Get Loud’ en het dit jaar verschenen ‘Rollercoaster’. In 2015 tourde Hodges met de Southern Rock formatie Drivin’n’Cryin.

Warner E. Hodges maakte ook al een aantal soloplaten. Onlangs verscheen zijn laatste cd ‘Right Back Were I Started’ waarop Cheap Trick-bassist Tom Petersson meespeelt. Begin november 2017 speelde Warner met The Homemade Sin in TivoliVredenburg in Utrecht, zonder Dan Baird die herstellende is van leukemie maar met Joe Blanton als waardig invaller. Na afloop van dit optreden was hij resoluut over zijn favoriete nummer.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo