Al enkele jaren kunnen de bezoekers van de vaderlandse podia genieten van de Nederlandstalige rock’n’roll van het Thijs Boontjes Dans- en Showorkest, een muzikale kruisbestuiving tussen Andre Hazes en Herman Brood. Bandleider, zanger en hoogbegaafd toetsenist is de in 1987 geboren Thijs Boontjes. Het energieke orkest verkocht al vele zalen uit en speelde reeds de festivalweides van The Great Wide Open, Down The Rabbit Hole en De Zwarte Cross plat.

De uit Schagen afkomstige Thijs Boontjes maakte van 2006 tot 2012 furore met de rockband King Jack waarvan de single ‘Sunrise’ de Top 100 bereikte en de songs ‘Take Me Home’ en ‘Lose It’ voor commercials van resp. Vodafone en Bavaria gebruikt werden. Samen met mede-bandlid bassist Boaz Kroon speelde Boontjes in de band van Anouk. Zijn debuut tijdens een clubtour in de Oosterpoort in Groningen ging niet over rozen toen er tijdens een rustig nummer niet alleen een brommend geluid maar ook rook uit zijn Hammond orgel kwam. In 2009 stapte Thijs uit Anouk’s begeleidingsband. Wel deed hij in maart 2012 weer mee toen de Haagse zangeres optrad in de Arnhemse Gelredome en al haar ex-bandleden mee liet doen. In 2010 deed Thijs Boontjes mee op het album ‘Coexist’ van de Ruben Hoeke Band. Ook speelt hij bij Douwe Bob.

In 2015 kwam in eigen beheer de eerste EP ‘Niet van steen’ van het Thijs Boontjes Dans- en Showorkest uit. Een jaar later volgde de single ‘Ambiance’. In 2017 nam Thijs de single ‘Ballade van de moord’ op, een duet met Roxanne Hazes. Niet veel later tekende hij bij het bekende Hiphop-label Top Notch waar de single ‘Casablanca’ uitkwam. Een absoluut hoogtepunt in de carrière van het Thijs Boontjes Dans- en Showorkest was op 15 februari 2019 waar in een uitverkochte Amsterdamse Melkweg de releaseparty van het debuutalbum ‘Geen achttien meer’ plaatsvond.

Thijs Boontjes is een graag geziene gast in diverse TV-programma’s. Hij deed vijfmaal mee aan het TV-programma ‘De Slimste Mens’ en haalde begin 2018 zelfs de finale. Regelmatig is hij te gast in De Wereld Draait Door. In het eerste seizoen van de talkshow van Margriet van der Linden was Thijs Boontjes Dans- en Showorkest de huisband. Dat Thijs over een brede muzieksmaak beschikt (tot zijn favoriete toetsenisten behoren o.a. Billy Preston en Jon Lord van Deep Purple) bleek wel in de vaste rubriek van het programma M waarin hij wekelijks een cover speelde van een al dan niet obscure plaat die hij ergens in een tweedehands platenzaak had gescoord. Zo deed hij zeer verdienstelijke versies van o.a. de Drafi Deutscher-hit ‘Marmor, Stein und Eisen bricht’ maar ook van de destijds uit de handel genomen single ‘Nooit meer terug naar die rotschool’ van Sjefke van Oekel en Herman Brood. Op de single ‘Dansen met jou’ wordt een sample van de Rob de Nijs-hit ‘Zondag’ gebruikt.

Op Record Store Day in april 2019 trok Thijs met zijn orkest door het land om in diverse platenzaken een instore optreden te verzorgen. Na afloop van het optreden in Delft vertelde hij vol enthousiasme over zijn favoriete song, een nummer van Nederlands enige echte rock’n’roll-held.

Luister hieronder naar het interview:

 

youtubelogo

Met de charismatische zanger, gitarist, producer en songschrijver Torre Florim behoort De Staat al 10 jaar tot de absolute top van de alternatieve muziek in Nederland, maar timmert ook buiten onze landsgrenzen flink aan de weg. Het debuutalbum ‘Wait For Evolution’, dat begin 2009 uitkwam bij Excelsior Recordings, was een regelrechte sensatie. Het stond maar liefst 23 weken in de Album Top 100. Het bracht de band op festivals als Pinkpop, Parkpop en Lowlands. Ook speelde men op het Dour festival in Wallonië en mochten zij aantreden op Sziget in Boedapest. Het nummer ‘The Fantastic Journey Of The Underground Man’ werd zelfs gebruikt voor de populaire videogame ‘Colin McRae: DiRT 2’.

In 2010 verzorgde De Staat het voorprogramma voor The Stereophonics in de HMH in Amsterdam, tourde door Europa, USA en Canada met als één van de hoogtepunten een optreden op Engelands grootste festival Glastonbury. Een jaar later verscheen het tweede album ‘Machinery’, dat de 4e plek in de Album Top 100 bereikte en daar 24 weken in stond. In 2013 was de release van het derde album ‘I_CON’, hierop staat het nummer ‘Witch Doctor‘. Opvallend is dat de video hiervan pas twee jaar later verscheen en inmiddels al meer dan 4,8 miljoen keer bekeken is en onlangs door 3voor12 uitgeroepen werd tot beste Nederlandse Videoclip aller tijden. De vierde plaat ‘O’ kwam begin 2016. De Staat ontving hiervoor een 3FM-award in de categorie beste album. Na het afzeggen van de Zweedse metalband Ghost speelde De Staat zelfs tweemaal in één weekend op Pinkpop. In november 2016 verscheen de eerste live plaat ‘Live In Utrecht’, opgenomen in Tivoli, Utrecht.

Op 5 mei 2017 vloog de band als ambassadeur van de vrijheid met een helikopter langs een aantal bevrijdingsfestivals. Tevens speelde men in het voorprogramma van het Europese deel van de tournee van Muse en waren zij in de Johan Cruyff Arena de opwarmer voor The Rolling Stones. Tevens ontvingen zij de Gouden Notekraker, een prijs voor de meest opvallende, artistieke dan wel smaakmakende uitingen van het afgelopen seizoen. Begin dit jaar verscheen het laatste album ‘Bubble Gum’. De band staat dit jaar o.a. op Paaspop, Rock Werchter, Down The Rabbit Hole en De Zwarte Cross. In 1985 werd Torre geboren in Nijmegen. Na de middelbare school voltooide hij in 2008 de studie HKU Composition and Music Production. Buiten De Staat speelt hij ook mee op platen van Elle Bandita, Perquite en Baskerville. In 2009 maakte Torre samen met Roos Rebergen (bekend van Roosbeef) de EP ‘Speeldoos’, gebaseerd op gedichten van mensen met een verstandelijk beperking. Vier jaar later maakten zij samen het vervolg ‘De Tweede Speeldoos’. Behalve dat Torre diverse albums van De Staat produceerde, deed hij dit ook voor het album ‘Ponzo’ van zijn toenmalige vriendin Janne Schra dat in 2015 uitkwam.

Aangezien De Staat op 13 april 2019 de ambassadeur van Record Store Day was en in diverse platenzaken in het land een optreden gaf, sloten zij de dag af op het buitenpodium van Velvet Delft. Vlak voor het optreden nam Torre Florim even de tijd om over zijn favoriete song te vertellen.

Luister hieronder naar het interview:

 

youtubelogo

 

Dankzij de schrijvers C. Buddingh en Johnny van Doorn kunnen de kijkers van Nederlands populairste talkshow ‘De Wereld Draait Door’ sinds 2008 iedere woensdagavond genieten van de messcherpe gedichten van Nico Dijkshoorn. Die twee zijn namelijk de grootste inspiratiebronnen van de schrijver, dichter, columnist maar zeker ook de muzikant Dijkshoorn, die zijn schrijversloopbaan begon als internetcolumnist onder de pseudoniemen Doordevil, P. Kouwes en C. Adriaanse. Zijn eerste 1000 gedichten verschenen in oktober 2008 als de gedichtenbundel ‘Daar schrik je toch van’. Zijn unieke kijk op mens, dier en gebeurtenissen weet hij perfect te beschrijven.

Als columnist schrijft hij voor o.a. de Volkskrant, Voetbal International, Muziekkrant OOR en staan zijn verhalen regelmatig in het literaire voetbaltijdschrift ‘Hard Gras’. Voor de boekenreeks Literaire Juweeltjes maakte hij ‘Lou Reed en andere goede vrienden’ (2013). Ook leverde Nico teksten voor de satirische animatieserie ‘Café de Wereld’, de Talpa soapserie ‘Samen’, ‘Draadstaal’ en ‘Dit was het nieuws’. Inmiddels zijn er vier prachtige romans verschenen: ‘De Tranen van Kuif den Dolder'(2009), ‘Nooit ziek geweest’ (2012), ‘In zijn nabijheid’ (2014) en de nieuwste ‘Ooit gelukkig’ (2019). Nico Dijkshoorn is tevens een fervent twitteraar met meer dan een half miljoen volgers.

In de theaters is Nico Dijkshoorn een graag geziene gast. In 2010 ging de geboren Amsterdammer samen met zijn band The Hank Five, journalist Leon Verdonschot en The Spades-frontman Denvis op tournee onder de noemer ‘Ook voor vrouwen’. Drie jaar later was er de voorstelling ‘Matenaaiers’ met Ronald Giphart. De eerste solo theatertour van Nico Dijkshoorn ‘Vuig’ startte in 2015. Een jaar later gaf hij een aantal spraakmakende voorstellingen met de legendarische Belgische schrijver Herman Brusselmans. Dijkshoorn reisde ook enkele seizoenen mee met het theaterfestival De Parade waar hij o.a. een show gaf met Tim Knol en Wilfried de Jong. Vaak was Nico de afsluiter op Puur Gelul in de Haagse poptempel Paard van Troje.

Als muzikant timmert muziekliefhebber Nico Dijkshoorn nogal aan de weg. Met zijn geweldige band The Hank Five maakt hij regelmatig de poppodia onveilig. Ook neemt hij iedere woensdag zijn gitaar mee om voor de uitzending van DWDD even met de muzikale gasten te jammen. In de videoclip ‘Hoopla‘ van Sven Hammond Soul featuring Patt Riley speelt Nico een prominente en hilarische rol. Nico heeft een brede muzieksmaak, hij struint wekelijks de Leidse platenzaken af om zijn collectie uit te breiden.

Op de eerste zaterdag van de boekenweek 2019 verscheen Nico Dijkshoorn in een boekenzaak in het historische centrum van Delft om daar zijn nieuwste roman ‘Ooit gelukkig’ te promoten. Na de signeersessie vertelde hij uitgebreid over zijn favoriete nummer van een van zijn absolute muzikale helden.

Luister hieronder naar het interview:

 

 

youtubelogo

 

De in 1950 in Brooklyn, New York geboren Frank Carillo is zoals de Amerikanen het noemen een ‘musician’s musician’. De begenadigde zanger, gitarist en songwriter wordt al sinds begin jaren ’70 door diverse grootheden in de popmuziek gevraagd voor zijn muzikale bijdrage. Hij werkte o.a. met Peter Frampton, Tom Petty, Van Halen, Michael Bolton, Cheap Trick, Carly Simon, maar ook met Anouk en Golden Earring.

Al op 11-jarige leeftijd speelde hij in een schoolbandje en deden zij Rock’n’Roll-klassiekers. Het succes begon in 1972 toen hij naar Engeland afreisde om mee te spelen op het debuutalbum ‘Wind Of Change’ van Peter Frampton, waarop ook Billy Preston en Ringo Starr meededen. Een jaar later speelde hij ook op Peter’s tweede plaat ‘Frampton’s Camel’. Ook kreeg hij toen een platencontract bij Atlantic Records en richtte de band Doc Holliday op waarvan datzelfde jaar het debuutalbum verscheen, geproduceerd door Chris Kimsey (producer van de Rolling Stones-klassieker ‘Sticky Fingers’). Tijdens de opnames van dit album maakte de band gretig gebruik van de apparatuur van The Rolling Stones. De leden van Led Zeppelin, die op dat moment in de naastgelegen studio hun album ‘Houses Of The Holy’ aan het mixen waren, kwamen in de nachtelijke uren nog weleens langs voor een jamsessie.

In 1978 verscheen Carillo’s eerste solo-album ‘Rings Around The Moon’, een bijzondere gastbijdrage op deze LP is die van zangeres Yvonne Elliman, bekend van o.a. de hits ”Love Pains’ en ‘If I Can’t Have You’. Carillo werd door Led Zeppelin gevraagd om tijdens hun US-tour het voorprogramma te verzorgen, maar de tournee werd afgeblazen omdat de zoon van Robert Plant overleed. Tegen het einde van de jaren ’70 tourde Carillo met o.a. Tom Petty & The Heartbreakers, Cheap Trick, The J. Geils Band en Van Halen. Tussendoor schreef hij samen met Carly Simon het nummer ‘Pure Sin’ voor haar album ‘Spy’. In 1979 verscheen zijn tweede LP ‘Street Of Dreams’ waarop Michael Bolton een vocale bijdrage leverde. Na de release deed Carillo met zijn band het voorprogramma voor Bad Company.

Voor het meervoudige platinum album ‘Up Your Alley’ van Joan Jett & The Blackhearts schreef Frank samen met Joan Jett en haar gitarist Ricky Byrd het nummer ”Play That Song Again’. In de jaren ’90 werkte Frank Carillo nauw samen met Annie Golden, vooral bekend als zangeres van The Shirts. In 1992 verscheen hun eerste album ‘A Fire In A New Town’, ook werd er een song gebruikt voor de film ‘Prelude To A Kiss’, waarin het duo ook te zien is. Later maakten zij nog twee platen. Ook tourde het duo onder de naam Golden-Carillo regelmatig door Nederland.

Frank Carillo is al jarenlang bevriend met George Kooymans. De Amerikaan was dan ook in nauw betrokken bij het door Kooymans en Hay geproduceerde debuutalbum ‘Together Alone’ van Anouk. Hij leverde de nummers ‘Pictures On Your Skin’ en ‘Time Is A Jailer’ en speelde ook enkele gitaarpartijen. In 2002 reisde de Golden Earring af naar Verenigde Staten om daar samen met Frank Carillo het album ‘Millbrook U.S.A.’ op te nemen. Ook werkte Carillo mee aan de Earring-plaat ‘Tits ’n Ass’ en stond hij in december 2015 op het podium bij het 50-jarig jubileumconcert van Golden Earring in de Ziggo Dome. In 2010 verscheen het veelgeprezen album ‘On Location’ van Kooymans/Carillo. Ook tourde het duo intensief door Nederland met als hoogtepunt het optreden op Europa’s grootste gratis festival Parkpop in Den Haag.

Ondanks dat Frank Carillo al tegen de 70 loopt, weet hij van geen ophouden. Onlangs verscheen de cd ‘Miles To Go’ van Frank Carillo And The Bandoleros. Met deze band werkt hij al sinds 2004 samen, toen zij vriend en vijand verrasten met het debuut ‘Bad Out There’. Vier jaar later kwam men met de opvolger ‘Someday’. Drummer op deze albums is multi-instrumentalist en songwriter Eddie Seville, die zelf ook een aantal uitstekende albums uitbracht. In maart 2019 tourden Frank Carillo en Eddie Seville door Nederland. Na een optreden in Leiden vertelde de sympathieke Frank Carillo wat zijn absolute favoriete nummer is.

Luister hieronder naar het interview:

 

youtubelogo

 

Al op zijn vijftiende had Tim Akkerman een baantje bij de Haagse muziekwinkel Rockpalace. Later werd hij gevraagd voor een beginnend bandje wat in korte tijd uitgroeide tot één van de populairste bands van Nederland: Di-Rect. In 2000 kreeg de Haagse groep het eerste platencontract. Het eerste album ‘Discover’ met daarop de hits ‘Just the Way I Do’en  ‘Inside My Head’ werd direct goud. Tot 2009 bleef Tim Akkerman zanger/gitarist van Di-Rect. In die hectische tijd stond de groep op nr. 1 in Indonesië, tourde voor het MTV-programma ‘Road Rally’ door de USA, maakte een nummer met Wibi Soerjadi, speelde op alle grote festivals en ontving diverse prijzen zoals de Edison en TMF Awards.

In 2009 stapte Tim uit de band om zijn eigen weg te gaan. In 2011 verscheen zijn eerste album ‘Anno’. Drie jaar later kwam hij met het americana-achtige ‘The Journey’. Intussen speelde hij met de originele band van Elvis, deed een theatertour met songs van Buddy Holly en kroop in de huid van Bruce Springsteen onder de noemer: ‘Tim Akkerman Sings The Boss’, waarmee in december 2018 de grote zaal van de Haagse poptempel Paard uitverkocht.

Aan de vooravond van een nieuw album ‘The Lion Don’t Cry’ (verschijnt begin  april 2019), midden tijdens een theatertour, maakte Tim tijd voor een uitgebreid interview dat hier op deze website te lezen is. Ook vertelde hij over zijn favoriete song, een bekende hit uit 1979.

Luister hieronder naar het interview:

 

 

youtubelogo

Voordat Harrie Jekkers als succesvol cabaretier bekend werd, was hij de zanger/gitarist en liedjesschrijver van Klein Orkest. Ontstaan uit een mislukt cabaretprogramma Groot Orkest, speelden zij hoofdzakelijk op krakersfeesten. De grote doorbraak volgde begin jaren ’80 toen als een ware revolutie de hitlijsten bestormd werden door nieuwe Nederlandstalige bands als Doe Maar, Het Goede Doel, Toontje Lager en natuurlijk Klein Orkest. Op de debuut LP ‘Het Leed Versierd’, die in de zomer van 1982 uitkwam, stonden de hits ‘Laat Mij Maar Alleen’ en ‘Koos Werkeloos’. Twee jaar later verscheen het album ‘Later Is Allang Begonnen’, hierop staat de bekendste song ‘Over De Muur’, deze grote hit bereikte de Top 10, werd na de val van de Berlijnse muur in 1989 weer een hit en staat jaarlijks bij de eerste honderd van de Top 2000.

Harrie Jekkers werd geboren in de Haagse Schilderwijk, maar groeide op in Moerwijk. Op de middelbare school sloot hij zich aan bij de toneelgroep, maar zijn muzikaliteit kwam echt naar boven toen hij in Groningen Engels ging studeren en hij daar in een schoolband kwam. In 1978 richtte hij Klein Orkest op. Het allereerste dat in mei 1979 op single verscheen, was het protest-nummer ‘Tivoli-Lied’ in de vorm van een split-single samen met met de R.K. Veulpoepers B.V. Vlak voor de doorbraak gaf het viertal optredens op het Flaterpop festival in Delft en later in Voorburg met Doe Maar, Het Goede Doel en Toontje Lager, maar het evenement bracht weinig mensen op de been. De hit ‘Laat Mij Maar Alleen’ zorgde echter voor Jekkers en kornuiten voor een grote ommekeer en alle zalen zaten ineens vol. In 1983 was er in Den Haag de grootste demonstratie ooit tegen de plaatsing van kruisraketten, waar meer dan een half miljoen mensen op afkwamen. Tijdens deze manifestatie op een overvol Malieveld bracht Klein Orkest het toepasselijke ‘Over De Muur’, dat veel indruk maakte.

Onder de naam Harry Klorkestein scoorde Jekkers een solo-hit met ‘O, O, Den Haag’, wat uitgroeide tot het volkslied van de Hofstad en bij iedere thuiswedstrijd van ADO Den Haag bij opkomst van de spelers gedraaid wordt. Toen Coldplay in 2012 op het Haagse Malieveld optrad, zong Chris Martin een stukje van de populaire Haagse song. Het nummer behaalde de Top 5. In 1985 verscheen de laatste plaat van Klein Orkest ‘Roltrap Naar De Maan’. Voor dit album vol met kinderliedjes ontving men een Edison en een aantal songs werd later voor het kinderprogramma Sesamstraat gebruikt. In september van dat jaar gaf Klein Orkest het laatste optreden.

Tussen 1988 en 1999 deed Harrie Jekkers zeer succesvolle theatershows waarin hij uitgroeide tot de populairste Nederlandse cabaretier. Uiteraard bleef hij ook liedjes schrijven waaronder ‘De kerstezel’ voor Kinderen Voor Kinderen 11. Ook maakte hij songs voor het populaire kindertheaterstuk ‘De snoepwinkel van Zevensloten’ dat in 2007 in premiere ging. Na een lange pauze ging de inmiddels op Ibiza wonende Jekkers in 2015 samen met Jeroen van Merwijk weer de theaters in.

Groot was de euforie toen in november 2016 bekend werd dat de legendarische Nederpopband Klein Orkest weer bijeen kwam voor een theater tour. De reünieshow ‘Later is allang begonnen en vroeger komt nog’ was in een recordtempo overal uitverkocht. Er werden zelfs extra shows toegevoegd en de tour zal in juni 2019 waardig eindigen in Theater Carré. Op sinterklaasavond 2018 speelde Harrie Jekkers met Klein Orkest in de Leidse Schouwburg. Na afloop kwam hij naar de foyer en vertelde was zijn favoriete nummer aller tijden was, een song van een artiest die maarliefst 53 hits in de Amerikaanse Billboard Hot 100 scoorde.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

 

De beste Nederlandse humoristische TV programma’s ooit gemaakt komen uit het brein van cabaretduo Kees van Kooten en Wim de Bie. Al in 1963 gingen zij bij de VPRO-radio aan de slag als ‘De Klisjeemannetjes’. Vanaf 1967 was dit legendarische duo ook op TV te zien in o.a. het muziekprogramma ‘Fenklub’ van Ralph Inbar en Sonja Barend, ‘Hadimassa’ (met Ton van Duinhoven) en in het spraakmakende programma ‘Het Gat van Nederland’, dat in 1972 de Zilveren Nipkowschijf won. In 1974 kwamen ‘heer Koot en heer Bie’ met Het Simplistisch Verbond wekelijks op de TV. Tot 1998 zond de VPRO programma’s uit onder de naam ‘Koot en Bie’, ‘Keek op de week’, ‘Krasse Knarren’, ‘In bed met van Kooten en de Bie’ en ‘Deksel van de Desk’.

Kees van Kooten speelde in zijn programma’s honderden typetjes waarvan F. Jacobse, Cor van der Laak, wethouder Tjolk Hekking, de vieze man, Koos Koets, Arie Temmes, Ralph Ternauw, Mehmet Pamuk, H.J. Bussink, Diana Charité, Prof. dr. ir. P. Akkermans, Jet Veenendaal en Carla van Putten de bekendsten zijn. Toen hij  een keer de Amsterdamse burgemeester Ed van Thijn persifleerde, kon de politicus niet meer in het openbaar spreken zonder dat er gelachen werd.

Van Kooten en de Bie maakten tussen 1967 en 1987 negen LP’s, waarvan ‘De eerste langspeelplaat van Het Simplistisch Verbond’, ‘Hengstenbal’, ‘Op hun pik getrapt’, ‘Mooie meneren’ en ‘Draaikonten’ de Album Top 10 haalden en de gouden status behaalden. Ook ontvingen zij tweemaal een Edison. De single ‘Stoont als een garnaal’ bereikte de 18e plaats in de Top 40 en ‘Zoek jezelf’ kwam zelfs in de Top 10. ‘Ballen in mijn buik’ van de Vieze man stond vijf weken in de Tipparade. Voor het programma ‘Het Gat van Nederland’ maakten Koot en Bie een Nederlandse vertaling van de Gilbert O’Sullivan-hit ‘Alone Again (Naturally)’. Het nummer ‘1948 – Toen was geluk heel gewoon’ werd later in 1972 een hit voor Gerard Cox.

Van Kooten en De Bie hebben de Nederlandse taal met vele woorden verrijkt, al deze vondsten zijn verzameld in het boek ‘Jemig de pemig’ uit 1998. Ook maakten zij jaarlijks de ‘Bescheurkalender’. Sinds de jaren ’60 is Kees van Kooten een bekend schrijver, eerst als columnist voor de Haagse Post, later zijn er vele boeken van zijn hand verschenen. Hiervoor ontving hij ook diverse literaire prijzen zoals CPNB publieksprijs (1987), de Groenman-taalprijs (2000) en in 2004 de Gouden Ganzeveer vanwege zijn betekenis voor het geschreven woord. In 2013 schreef de Hagenaar het Groot Dictee der Nederlandse Taal en het boekenweekgeschenk. Ter promotie van zijn nieuwste boek ‘Sterk Verdund’ (uitgeverij van Oorschot) was Kees van Kooten begin december 2018 te gast in een bekende Haagse boekenzaak. Tijdens het signeren maakte hij even tijd om enthousiast over zijn favoriete nummer te vertellen.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

Na het uiteengaan van de Sex Pistols startte John Lydon (alias Johnny Rotten) een nieuwe band: Public Image Ltd. (PiL). Jeugdvriend Jah Wobble werd de bassist. Hij was bepalend voor het bandgeluid door zijn opzwepende funkritme en diepe basgrooves in ‘dubstyle’. Jah Wobble speelde mee op het debuutalbum First Issue (1978) en een jaar later op Metal Box, deze kwam uit op drie twelve-inch singles om de extreem lage bastonen van Jah Wobble optimaal te laten klinken. De platen zaten in een echt filmblik waarop het fameuze PiL logo prijkte. Na de release van het live-album ‘Paris au Printemps’ in 1980 vond Jah Wobble het tijd om muzikaal op eigen benen te staan en begon een succesvolle solocarrière.

De echte naam van Jah Wobble is John Wardle en werd geboren in Oost-Londen. Tijdens zijn schooltijd zat hij al in een bandje met klasgenoot John Lydon en John Simon Ritchie, later beter bekend als Sid Vicious. Na zijn PiL periode begon hij de band The Human Condition, waarin ook de originele PiL-drummer Jim Walker zat. Hiermee toerde hij door de UK, Europa en de USA en bracht twee cassettes met live-opnames uit. Daarna zag het debuutalbum van Jah Wobble ‘The Legend Lives On… Jah Wobble in Betrayal’ het levenslicht. Ook werkte Jah samen met de Can-leden Holger Czukay en Jaki Liebezeit waarmee hij in 1981 een hit scoorde met ‘How Much Are They’ van het album ‘The Full Circle’. In 1982 formeerde Wobble weer een nieuwe band: Invaders of the Heart. In 1983 verscheen het album ‘Snake Charmer’, waar behalve Jah Wobble ook U2-gitarist The Edge aan meewerkte.

Halverwege de jaren ’80 eiste het gebruik van diverse genotsmiddelen en drank zijn tol en besloot hij halverwege de opnames van zijn album ‘Psalms’ zijn levenswijze drastisch te veranderen en sindsdien is hij geheelonthouder. In die periode nam hij ook ‘normale’ baantjes aan en werkte hij o.a. voor de London Underground. In 1987 kwam zijn band The Invaders of the Heart weer tot leven, twee jaar later stond hij hiermee op New York City’s New Music Seminar en was terug in de muziekbusiness.

Ook in de jaren ’90 bleef Jah Wobble muziek maken en beperkte zich niet tot een stijl maar verbreidde zijn horizon tot reggae, dub, wereldmuziek, postpunk,folk, ambient, pop, jazz en elektronische muziek. Zijn interesse kende geen grenzen want hij liet zich ook inspireren door muziek uit het Midden-Oosten en Japan. Hij werkte samen met vele bekende artiesten als Peter Gabriël, Sinéad O’Connor, Brian Eno, Dolores O’Riordan (The Cranberries), Primal Scream en The Orb.

In 2009 verscheen zijn autobiografie ‘Memoirs of a Geezer’. Sinds 2013 werkt hij mee aan het BBC 5 radioprogramma ‘Live’s Up All Night’. In 2018 verscheen zijn laatste cd ‘The Butterfly Effect’. In het najaar van 2018 tourde Jah Wobble door de USA en Canada en begon in New York aan opnames voor een nieuwe plaat met de wereldberoemde producer Bill Laswell, bekend van zijn werk met Mick Jagger, Ramones, Motörhead, Ramones, Iggy Pop, Yoko Ono en Sly & Robbie.

De laatste jaren maakt Jah Wobble ook schilderijen. Een inspiratiebron en terugkerend onderwerp op zijn werk zijn torenflats voor sociale huur, die hij in zijn jeugd in Oost Londen en ook wel in Noord Londen ineens zag opkomen. Begin november had Jah Wobble zijn eerste solo-expositie in de Haagse HOK Gallery, genaamd ‘Tower Blocks and other Symmetries’. Hij was bij de opening aanwezig en stapte daarna met een select gezelschap in een touringcar die in de hofstad op zoek ging naar ‘Tower Blocks’. Deze tour eindigde in het platenwinkeltje Any Record alwaar hij geïnterviewd werd en gedichten voordroeg.Hierna had hij tijd voor een kort interview en vertelde hij met een prachtige Cockney-accent wat zijn favoriete song aller tijden is.

 

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

Een absolute grootheid uit de Belgische rockscene is ongetwijfeld Arno Hintjens. De in 1949 in de Belgische kustplaats Oostende geboren zanger brak in de hoogtijdagen van de new wave door met T.C. Matic. De band had, mede door de legendarische gitarist Jean-Marie Aerts, een volstrekt uniek eigen geluid; een mix van new wave, funk, blues, rock en zelfs Franse chanson. Op de titelloze debuutplaat staat o.a. ‘Oh La La La’, een van de invloedrijkste nummers uit de Belgische muziekgeschiedenis. Arno maakte met deze groep nog drie albums: ‘l’Apache’ (1982), ‘Choco’ (1983, met ‘Putain Putain’) en ‘Yé Yé'(1985), waarop het prachtige ‘Elle Adore Le Noir’ staat. Men kende grote Europese successen, in 1983 stond T.C. Matic op Pinkpop, maar na een tournee met Simple Minds (1986) viel de band uiteen.

Voormalig kok Arno Hintjes speelde in de begintijd van zijn carrière rond 1970 veelal mondharmonica in groepen uit Oostende. Zijn eerste band was de bluesrockband Freckleface. Samen met gitarist Paul Decoutere richtte hij later Tjens Couter op. De debuutplaat ‘Who Cares’ kende niet echt veel succes maar zij waren wel de eerste Belgische band die in Toppop optrad. Na het vertrek van Decoutere werd de naam veranderd in T.C. Matic.

Na de T.C. Matic-periode begon voor Hintjens een succesvolle solocarrière. Op de debuutplaat onder de naam Arno zijn gastbijdragen van o.a. Kaz Lux en de latere The Scabs-gitarist Willie Willie. Behalve zijn eigen succesvolle albums waaronder ‘Charlatan’ (1988), ‘Ratata’ (1990), ‘European Cowboy’ (1999), deed Arno regelmatig andere projecten onder de naam Arno & the Subrovniks en het stevige  Charles and the White Trash European Blues Connection. Maar een absoluut muzikaal hoogtepunt mag zijn samenwerking met de Belgische gitarist/blueslegende Roland Van Campenhout genoemd worden, waarmee hij in 1991 het fantastische album ‘Charles et les Lulus’ uitbracht. Hun uitverkochte optreden in de piste van een heuze circustent op het Teatro Fantastico te Rotterdam mag met recht legendarisch worden genoemd.

In 2002 kende zijn geboorteplaats Oostende hem het ereburgerschap toe. Door een combinatie van factoren en een drukke agenda haalde de Belgische zanger de oorkonde pas 15 jaar later op. Arno’s glansrijke loopbaan bracht hem nog meer onderscheidingen: meermalen door het Vlaamse televisieblad verkozen tot ‘Zanger van het jaar’, de Franse onderscheiding ‘Ridder in de Kunsten en Letteren (Ordre des Arts et des Lettres) en werd hij opgenomen in de Belgische Radio 2-eregalerij. In het Vlaamse programma De Laatste Show deed Arno in 2010 een prachtig duet met Ray Davies (The Kinks). Ook was Arno ook als acteur te zien diverse films zoals ‘Préjudice’ uit 2015.

Toen Arno in 2017 de band Tjens Matic startte, waarmee hij songs van Tjens Couter en T.C. Matic wederom naar de podia bracht, was het aangekondigde optreden in de Brusselse poptempel Anciene Belgique (AB) binnen enkele minuten uitverkocht. Eind 2017 verscheen de single ‘Middlefinger’ van Tjens Matic en werkt men naar verluid aan een volledig album. In oktober 2018 speelde Tjens Matic in de Boerderij in Zoetermeer. Ruim voor het optreden had Arno tijd voor het korte interview voor deze website. Nog voordat de recorder aanstond noemde hij in zijn enthousiasme ‘Like A Rolling Stone’, echter toen het opnameapparaat aanstond en de vraag naar zijn favoriete song aller tijden gesteld werd, koos hij voor een song van de Nederlandse koningin van het levenslied. Later op de avond zou hij tijdens het optreden tussen de nummers door nog een stukje van dit prachtige lied zingen.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

 

 

Batmobile behoort zonder meer tot de meest enerverende vaderlandse rock’n’roll bands. Toch heeft dit trio in het buitenland veel meer succes dan in Nederland. Regelmatig speelt men in Duitsland, Engeland, USA, Zuid-Amerika en Japan. In Rusland is de Bredase/Rotterdamse groep zelfs regelmatig op TV. In februari 2014 baarde Batmobile opzien tijdens het optreden in het programma ‘De ideale muziekavond’, samengesteld door de populaire Rotterdamse kappers van Schorem met Matthijs van Nieuwkerk als presentator. Hierna was Batmobile regelmatig te gast in De Wereld Draait Door. In 2017 verscheen voor het eerst sinds jaren weer een nieuw album ‘Brand New Blisters’, misschien de beste uit hun carrière. 

Het begon allemaal in 1983 toen Batmobile werd opgericht door zanger/gitarist Jeroen Haamers, drummer Johnny Zuidhof en contrabassist Eric Haamers. Nadat men eerst covers van hun helden Elvis, Gene Vincent en Johnny Burnette speelden, schreven zij al vrij snel eigen songs wat in 1985 resulteerde in het debuutalbum ‘Batmobile’. Hierna begonnen de internationale successen en werden zij één van de grondleggers van de psychobilly. Regelmatig waren zij headliner in de legendarische Klub Foot in de Londense wijk Hammersmith, waar ook mede-genregenoten als The Meteors en Demented Are Go vaak speelden. In 1987 verscheen het tweede album ‘Bambooland’, een jaar later gevolgd door ‘Bail’s set at $ 6.000.000’ waarop het geweldige ‘Gorilla Rock’ en een prachtversie van de Motörhead-klassieker ‘Ace Of Spades’.

In 1990 verscheen er een heel aparte plaat: ‘Batmobile Is  Dynamite’, waarop hun versies staan van nummers van o.a. Mud, B.B. King, Brenda Lee, Cliff Richard en Scorpions met als titel ‘Dynamite’. Sinds 1997 noemt Batmobile hun muziek ‘B-music’, naar B-films en B-artiesten. Deze laatste term doet Batmobile echter geen eer aan, want de band behoort al jarenlang tot de absolute top van het genre. Niet voor niets verschenen er twee ‘Tribute To Batmobile’ albums waarvoor vele internationale bands Batmobile-nummers opnamen. In 2008 was er de release van ‘Cross Contamination’ waarop Batmobile vijf songs van Peter Pan Speedrock covert en het Eindhovense trio de nummers van Batmobile onder handen neemt.

Jeroen Haamers, die binnenkort solo als JJ’s Outlaw Country op de podia staat, speelt ook af en toe met de gelegenheidsformatie Jeroen Haamers and the Zorchmen, een psychobilly superband met bandleden van The Coffin Nails, The Klingonz en The Meteors. Batmobile was eind augustus 2018 headliner op het Haagse Wild Rooster festival, waar zij in een ouderwetse muziektent een overweldigende show gaven. Voordat hij dit podium betrad, vertelde hij wat zijn absolute favoriete nummer aller tijden is, een schitterend nummer van zijn grote held.

Luister hieronder naar het interview:

 

 

youtubelogo