Nederlands beroemdste artiestenmanager is zonder meer Koos ‘Coach’ van Dijk. De man die dankzij zijn tomeloze energie en flinke investeringen van Herman Brood de grootste rock’n’roll held van ons land maakte. Nadat Herman Brood een aantal keren in Koos zijn kroeg ’t Pleintje in Winschoten had opgetreden, werd van Dijk Herman’s manager. Hij verkocht zijn kroeg en kocht van de opbrengst een PA-installatie. Later leende hij geld van zijn vader voor de opnames van de debuutplaat ‘Street’ van Herman Brood & his Wild Romance. Op het sterfbed van Herman’s vader beloofde Koos plechtig dat hij op zijn zoon zou passen.    

Het had maar weinig gescheeld of oorlogskind Koos had nooit het daglicht gezien, aangezien zijn zwangere moeder ternauwernood een Duitse aanslag overleefde. De latere Brood-manager werd als nakomeling op 28 februari 1945 in Winschoten geboren. Na het voltooien van de Technische School ging hij werken. Koos wist van aanpakken, werkte bij diverse radio- en tv-zaken en had ‘s-avonds een bijbaan in een kegelbaan. Later gaf hij in de avonduren rijles. Het avontuur en het geld lonkten dus vertrok Koos naar Canada om daar silo’s te bouwen. In de weekenden toog hij met wat collega’s de grens over naar Detroit. Daar kreeg de rock’n’roll hem te pakken. Eenmaal terug in Nederland kocht hij van zijn zuur verdiende centen zijn eerste sportwagen. Geïnspireerd door wat hij in de USA gezien had, werd hij de eerste professionele Nederlandse dj, door ieder weekend in Bar Dancing De Barrage in Veendam plaatjes te draaien. Niet veel later begon hij samen met een kompaan een kroeg, ’t Pleintje in Winschoten waar op zondag bands optraden.

Het grote voorbeeld van Koos van Dijk is Colonel Parker (Dries van Kuik), de manager die Elvis Presley groot maakte. Na het redelijke succes van ‘Street’ volgde de grote doorbraak in 1978 door de single ‘Saturday Night’ en de LP ‘Shpritsz’ en werd Herman een nationaal popidool. Na de film ‘Cha Cha’ met Nina Hagen, volgde de populariteit in Duitsland.  In 1979 ging de band op tournee door de USA, waar ook het onderschatte album ‘Go Nutz’ werd opgenomen. Na deze tour viel de band deels uit elkaar en mede door ‘over-exposure’ in de pers was het succes tanende. Koos bleef echter met volle overgave de boel draaiende houden en met een nieuwe band ging Herman terug naar de kleine zalen. Dat resulteerde in een come-back in 1984 met het album ‘The Brood’ en de hit ‘Tattoo Song’. Na weer wat bandwisselingen kwamen in 1986 de Belgische meestergitarist Danny Lademacher en drummer Cees Meerman terug in de Wild Romance. Wat volgde was een succesvolle periode; in 1988 het album ‘Yada Yada’, de hitsingle ‘Sleepin’Bird’ en een memorabel optreden op Pinkpop.

In de jaren ’90 groeide Herman Brood uit tot Nederlands best verkopende kunstenaar. Mede door de connecties van Koos van Dijk verscheen Herman in menig tv-programma. Op 5 november 1996 bereikte Herman Brood de respectabele leeftijd van 50 jaar, Koos wist een keur aan artiesten als Nina Hagen, Trijntje Oosterhuis, Jules Deelder, Henny Vrienten, Gerard Joling, Linda, Roos & Jessica en Hans & Candy Dulfer naar het stijf uitverkochte Paradiso te halen. De periode 1998 tot 2000 was nogal hectisch, behalve de kunst en de Rock’n’roll maakte Herman Brood met een Big Band een jazz-album en deed met Deelder en Chabot een theatertour. In 2000 werd Herman ziek en een jaar later op 11 juli 2001 maakte de rockheld een einde aan zijn leven nadat hij van het Amsterdamse Hilton Hotel sprong. In een korte tijd wist Koos een imposante samenkomst in Paradiso te organiseren, waar velen bekende muzikale vrienden acte de présence gaven.

Na Herman’s dood werd Koos manager van Ellen ten Damme en Patty Brard, was hij de initiator achter de Luv-reünie en ging Burlesque-avonden organiseren. Het hoofdstuk Herman was echter nog niet afgesloten want er kwamen nog grote exposities in het Cobra Museum in Amstelveen en in het Groninger Museum en een film over het leven van Herman Brood: ‘Wild Romance’. In november 2016 verscheen de biografie ‘Koos’, een interessant boek geschreven door Robbert Tilli (broer van voormalig Moke-gitarist Phil Tilli).

De inmiddels 74-jarige Koos van Dijk denkt niet aan de geraniums want hij is de laatste jaren weer met volle overgave bezig met een hernieuwde Wild Romance, waarin oudgedienden als Danny Lademacher, David Hollestelle, Ge Carlsberg en Otto Kooymans, aangevuld met drummer Jan ’t Hoen en zanger Edgar Koelemeijer er weer een solide rock’n’roll machine van gemaakt hebben. De spraakmakende documentaire ‘Buying The Band’ zorgde voor een ongekende opleving, de zalen zijn weer vol en de band is een veelgevraagde festival-act. In juli 2019 speelde de Wild Romance op het Westerpop Festival in Delft. Hier deed Koos van Dijk een enerverend betoog over zijn favoriete nummer van een veelzijdig Amerikaans artiest die zowel in de blues, jazz, soul, rock’n’roll als country uitblonk.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

 

The Fatal Flowers bestonden tussen 1984 en 1990 en werden destijds in de media ‘de beste Nederlandse rockband ooit’ genoemd. De Amsterdamse gitaarband maakte vier platen waarvan er nooit één in Nederland opgenomen werd. Na de oprichting in september 1984 werd de eerste demo een maand later opgenomen in ‘De Inkfabriek’ in de hoofdstad. November van dat jaar was het allereerste optreden in de Tagrijn in Hilversum. In de lente van 1985 kreeg men een platencontract bij WEA en in de Londense Britannia Row Studio’s werd de eerste mini-lp ‘Fatal Flowers’ opgenomen. Producer was  de beroemde Craig Leon die eerder werkte met o.a. Ramones, Blondie, Suicide en Talking Heads. Het debuutalbum kreeg lovende kritieken en in november 1985 staat de band op hetzelfde podium als The Cult, Butthole Surfers en Sonic Youth tijdens het prestigieuze Pandora’s Music Box in de Rotterdamse Doelen.

Zanger, gitarist, songschrijver maar bovenal charismatische frontman Richard Janssen zat dan al sinds zijn zestiende in bandjes. In de punkband Scrambeld Eric (1979) maakte hij zijn debuut. Bij één van de eerste optredens zat Eric de Jong (Spinvis) achter de drums. In 1980 verhuisde Richard naar Amsterdam om te studeren aan de de Nederlandse Film en Televisie Academie en speelde daar in de band The Pilots. Janssen ging met een aantal bandleden verder onder de naam Midnight To Six met latere Fatal Flowers-drummer Henk Jonkers en een nog heel jonge achtergrondzangeres Monique Klemann (Lois Lane). In 1984 richtte Richard Janssen samen met bassist Marco Braam, Erwin Wolters en Henk Jonkers The Fatal Flowers op.

Na het bescheiden succes van het debuutalbum en veel optredens in het clubcircuit toog men in september 1986 naar de ICP-studio’s in Brussel om daar onder de bezielende leiding van producer Vic Maile (eerder betrokken bij opnames van o.a. The Who, Fleetwood Mac, Jimi Hendrix, Led Zeppelin, Eric Clapton, The Kinks en Small Faces) het tweede album ‘Younger Days’ op te nemen. Na de release in 1986 kreeg het lovende recencies en stond acht weken in de album Top 75. De hitsingle ‘Younger Days’ behaalde de 36 plaats in de Top 40. Het album kwam ook in de USA uit en verkocht daar in de eerste maand 15.000 exemplaren. Op 3 april 1987 ontving de band voor de LP een Edison. Het programma werd gepresenteerd door Ivo Niehe en speciaal voor de uitreiking had men Urbanus uit België laten overkomen. Tegen het einde van het geplaybackte ‘Well Baby‘ zorgde Richard Janssen voor een opvallend TV-moment: hij liep van het podium, pakte het Edison-beeldje en de band verdween achter de coulissen. Wat resulteerde in zure gezichten bij de presentator en de Vlaamse komiek.

Na het geweldige Pinkpop optreden op 8 juni 1987 dat ook op TV werd uitgezonden, steeg de populariteit van The Fatal Flowers. Datzelfde jaar volgde nog een 2 meter sessie voor de Vara en een optreden in Countdown. Aan het einde van dit succesvolle jaar deed men een uitgebreide tournee door Duitsland en Scandinavië. In maart 1988 vertrok het viertal naar Woodstock, USA voor de opnames van de LP ‘Johnny D. Is Back’ met de wereldberoemde Mick Ronson als producer. Ronson was de gitarist van David Bowie in de ‘Ziggy Stardust’ periode, zat in de begeidingsband The Spiders From Mars en speelde gitaar op o.a. de hit ‘The Jean Genie’. Tevens produceerde hij o.a. Lou Reed, Morrissey en Ellen Foley. Het bleek een gouden combinatie want ‘Johnny D. Is Back’ werd de beste Nederpopplaat uit de jaren ’80. In september 1989 was het wederom Mick Ronson die voor het vierde album ‘Pleasure Gound’ achter de knoppen zat, plaats van handeling de Powerplay Studio in Zurich. Begin van  dat jaar werd een optreden in het Zwitserse Romande live door Radio Suisse uitgezonden waardoor de Flowers werden uitgenodigd voor het grote Rock en l’Air festival.

In de lente van 1990 kwam ‘Pleasure Ground’ uit. Wat volgde was een uitgebreide gelijknamige tournee dat eindigde op 24 juni op Parkpop in Den Haag. Dit bleek het laatste optreden van The Fatal Flowers want niet lang hierna kondigde Richard Janssen het einde van de band aan. Een schok ging door rockminnend Nederland en muziekblad OOR schreef een uitgebreid requiem. Hierna produceerde Richard Janssen het debuutalbum van Spo Dee O Dee. Niet veel later werkte hij aan een nieuwe band Shine, waarvan in 1993 het eerste album ‘Boys’ uitkwam. Twee jaar later verschenen er drie fraai vormgegeven EP’s gevolgd door het tweede album ‘Modern Popmusic’. In 1996 kwam Richard Janssen met een nieuw project Rex. Hiermee speelde hij op Noorderslag in Groningen en er was de release van het mini-album ‘Love Baby Love’. In 2001 verscheen het album ‘I Am Here’ van Ellen ten Damme. Zowel op de plaat als tijdens de tournee speelde Richard Janssen gitaar.

Op 3 juli 2002 was er ter gelegenheid van de release van de verzamel-cd ‘Younger Days-The Definitive Fatal Flowers’ een eenmalig, besloten optreden van The Fatal Flowers in Het Blauwe Theehuis in het Vondelpark in Amsterdam. Voor een select gezelschap en presentator Jan Douwe Kroeske werden acht songs ten gehore gebracht. Hierna werd het stil rond Richard Janssen.

Inmiddels woont hij al jaren in Berlijn waar hij een goedbetaalde job heeft met geluidsontwerpen voor theaterproducties. In februari 2018 kwam Janssen even terug naar Amsterdam om daar ter gelegenheid van de vinylrelease van het Rex-album ‘Love Baby Love’ een optreden in de Roode Bioscoop te doen. Misschien kreeg hij toen weer de smaak te pakken, want later dat jaar kwam Richard speciaal over uit Berlijn om samen met o.a. gitarist Phil Tilli een aantal Fatal Flowers-songs te doen op de 60e verjaardag van voormalig Tröckener Kecks-toetsenist Rob van Zandvoort. De enthousiaste reacties van het publiek en herhaaldelijk aandringen van Dauwpop-programmeur Frank Santink om op 30 mei 2019 op het 25-jarig jubileum van dit festival in Hellendoorn te komen spelen, deden Richard Janssen en mede-bandleden Robin Berlijn, Geert de Groot en Henk Jonkers besluiten om nog eenmaal met The Fatal Flowers op tournee te gaan. De bekendmaking van de reunie in januari 2019 sloeg in als een bom en de kaartverkoop liep als een trein. Van de veertien shows waren tien volledig uitverkocht. De allerlaatste show was op 28 juni in een bomvol Paradiso. Het afsluitende nummer ‘Dear Friends’ met de toepasselijke tekst ‘Let’s say goodbye dear friends ‘cause today the story ends…’ kreeg halverwege een verrassende wending toen de bandleden één voor één vervangen werden door kinderen die de song tot groot genoegen van het publiek vloeiend overnamen. De scepter werd overgedragen aan een nieuwe generatie muzikanten. Wat een eind! Er kwam onlangs zelfs een speciaal album uit: ‘Radio Sessions 1985-1990’ dat op nummer 1 binnenkwam in de Mania Top 30.

Na het optreden tijdens de reunie-tournee in de Haagse poptempel Het Paard vertelde Richard Janssen wat zijn favoriete song is.

Luister hieronder naar zijn toepasselijke keuze:

youtubelogo