Na het uiteengaan van de Sex Pistols startte John Lydon (alias Johnny Rotten) een nieuwe band: Public Image Ltd. (PiL). Jeugdvriend Jah Wobble werd de bassist. Hij was bepalend voor het bandgeluid door zijn opzwepende funkritme en diepe basgrooves in ‘dubstyle’. Jah Wobble speelde mee op het debuutalbum First Issue (1978) en een jaar later op Metal Box, deze kwam uit op drie twelve-inch singles om de extreem lage bastonen van Jah Wobble optimaal te laten klinken. De platen zaten in een echt filmblik waarop het fameuze PiL logo prijkte. Na de release van het live-album ‘Paris au Printemps’ in 1980 vond Jah Wobble het tijd om muzikaal op eigen benen te staan en begon een succesvolle solocarrière.

De echte naam van Jah Wobble is John Wardle en werd geboren in Oost-Londen. Tijdens zijn schooltijd zat hij al in een bandje met klasgenoot John Lydon en John Simon Ritchie, later beter bekend als Sid Vicious. Na zijn PiL periode begon hij de band The Human Condition, waarin ook de originele PiL-drummer Jim Walker zat. Hiermee toerde hij door de UK, Europa en de USA en bracht twee cassettes met live-opnames uit. Daarna zag het debuutalbum van Jah Wobble ‘The Legend Lives On… Jah Wobble in Betrayal’ het levenslicht. Ook werkte Jah samen met de Can-leden Holger Czukay en Jaki Liebezeit waarmee hij in 1981 een hit scoorde met ‘How Much Are They’ van het album ‘The Full Circle’. In 1982 formeerde Wobble weer een nieuwe band: Invaders of the Heart. In 1983 verscheen het album ‘Snake Charmer’, waar behalve Jah Wobble ook U2-gitarist The Edge aan meewerkte.

Halverwege de jaren ’80 eiste het gebruik van diverse genotsmiddelen en drank zijn tol en besloot hij halverwege de opnames van zijn album ‘Psalms’ zijn levenswijze drastisch te veranderen en sindsdien is hij geheelonthouder. In die periode nam hij ook ‘normale’ baantjes aan en werkte hij o.a. voor de London Underground. In 1987 kwam zijn band The Invaders of the Heart weer tot leven, twee jaar later stond hij hiermee op New York City’s New Music Seminar en was terug in de muziekbusiness.

Ook in de jaren ’90 bleef Jah Wobble muziek maken en beperkte zich niet tot een stijl maar verbreidde zijn horizon tot reggae, dub, wereldmuziek, postpunk,folk, ambient, pop, jazz en elektronische muziek. Zijn interesse kende geen grenzen want hij liet zich ook inspireren door muziek uit het Midden-Oosten en Japan. Hij werkte samen met vele bekende artiesten als Peter Gabriël, Sinéad O’Connor, Brian Eno, Dolores O’Riordan (The Cranberries), Primal Scream en The Orb.

In 2009 verscheen zijn autobiografie ‘Memoirs of a Geezer’. Sinds 2013 werkt hij mee aan het BBC 5 radioprogramma ‘Live’s Up All Night’. In 2018 verscheen zijn laatste cd ‘The Butterfly Effect’. In het najaar van 2018 tourde Jah Wobble door de USA en Canada en begon in New York aan opnames voor een nieuwe plaat met de wereldberoemde producer Bill Laswell, bekend van zijn werk met Mick Jagger, Ramones, Motörhead, Ramones, Iggy Pop, Yoko Ono en Sly & Robbie.

De laatste jaren maakt Jah Wobble ook schilderijen. Een inspiratiebron en terugkerend onderwerp op zijn werk zijn torenflats voor sociale huur, die hij in zijn jeugd in Oost Londen en ook wel in Noord Londen ineens zag opkomen. Begin november had Jah Wobble zijn eerste solo-expositie in de Haagse HOK Gallery, genaamd ‘Tower Blocks and other Symmetries’. Hij was bij de opening aanwezig en stapte daarna met een select gezelschap in een touringcar die in de hofstad op zoek ging naar ‘Tower Blocks’. Deze tour eindigde in het platenwinkeltje Any Record alwaar hij geïnterviewd werd en gedichten voordroeg.Hierna had hij tijd voor een kort interview en vertelde hij met een prachtige Cockney-accent wat zijn favoriete song aller tijden is.

 

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo