Nederlands beroemdste artiestenmanager is zonder meer Koos ‘Coach’ van Dijk. De man die dankzij zijn tomeloze energie en flinke investeringen van Herman Brood de grootste rock’n’roll held van ons land maakte. Nadat Herman Brood een aantal keren in Koos zijn kroeg ’t Pleintje in Winschoten had opgetreden, werd van Dijk Herman’s manager. Hij verkocht zijn kroeg en kocht van de opbrengst een PA-installatie. Later leende hij geld van zijn vader voor de opnames van de debuutplaat ‘Street’ van Herman Brood & his Wild Romance. Op het sterfbed van Herman’s vader beloofde Koos plechtig dat hij op zijn zoon zou passen.    

Het had maar weinig gescheeld of oorlogskind Koos had nooit het daglicht gezien, aangezien zijn zwangere moeder ternauwernood een Duitse aanslag overleefde. De latere Brood-manager werd als nakomeling op 28 februari 1945 in Winschoten geboren. Na het voltooien van de Technische School ging hij werken. Koos wist van aanpakken, werkte bij diverse radio- en tv-zaken en had ‘s-avonds een bijbaan in een kegelbaan. Later gaf hij in de avonduren rijles. Het avontuur en het geld lonkten dus vertrok Koos naar Canada om daar silo’s te bouwen. In de weekenden toog hij met wat collega’s de grens over naar Detroit. Daar kreeg de rock’n’roll hem te pakken. Eenmaal terug in Nederland kocht hij van zijn zuur verdiende centen zijn eerste sportwagen. Geïnspireerd door wat hij in de USA gezien had, werd hij de eerste professionele Nederlandse dj, door ieder weekend in Bar Dancing De Barrage in Veendam plaatjes te draaien. Niet veel later begon hij samen met een kompaan een kroeg, ’t Pleintje in Winschoten waar op zondag bands optraden.

Het grote voorbeeld van Koos van Dijk is Colonel Parker (Dries van Kuik), de manager die Elvis Presley groot maakte. Na het redelijke succes van ‘Street’ volgde de grote doorbraak in 1978 door de single ‘Saturday Night’ en de LP ‘Shpritsz’ en werd Herman een nationaal popidool. Na de film ‘Cha Cha’ met Nina Hagen, volgde de populariteit in Duitsland.  In 1979 ging de band op tournee door de USA, waar ook het onderschatte album ‘Go Nutz’ werd opgenomen. Na deze tour viel de band deels uit elkaar en mede door ‘over-exposure’ in de pers was het succes tanende. Koos bleef echter met volle overgave de boel draaiende houden en met een nieuwe band ging Herman terug naar de kleine zalen. Dat resulteerde in een come-back in 1984 met het album ‘The Brood’ en de hit ‘Tattoo Song’. Na weer wat bandwisselingen kwamen in 1986 de Belgische meestergitarist Danny Lademacher en drummer Cees Meerman terug in de Wild Romance. Wat volgde was een succesvolle periode; in 1988 het album ‘Yada Yada’, de hitsingle ‘Sleepin’Bird’ en een memorabel optreden op Pinkpop.

In de jaren ’90 groeide Herman Brood uit tot Nederlands best verkopende kunstenaar. Mede door de connecties van Koos van Dijk verscheen Herman in menig tv-programma. Op 5 november 1996 bereikte Herman Brood de respectabele leeftijd van 50 jaar, Koos wist een keur aan artiesten als Nina Hagen, Trijntje Oosterhuis, Jules Deelder, Henny Vrienten, Gerard Joling, Linda, Roos & Jessica en Hans & Candy Dulfer naar het stijf uitverkochte Paradiso te halen. De periode 1998 tot 2000 was nogal hectisch, behalve de kunst en de Rock’n’roll maakte Herman Brood met een Big Band een jazz-album en deed met Deelder en Chabot een theatertour. In 2000 werd Herman ziek en een jaar later op 11 juli 2001 maakte de rockheld een einde aan zijn leven nadat hij van het Amsterdamse Hilton Hotel sprong. In een korte tijd wist Koos een imposante samenkomst in Paradiso te organiseren, waar velen bekende muzikale vrienden acte de présence gaven.

Na Herman’s dood werd Koos manager van Ellen ten Damme en Patty Brard, was hij de initiator achter de Luv-reünie en ging Burlesque-avonden organiseren. Het hoofdstuk Herman was echter nog niet afgesloten want er kwamen nog grote exposities in het Cobra Museum in Amstelveen en in het Groninger Museum en een film over het leven van Herman Brood: ‘Wild Romance’. In november 2016 verscheen de biografie ‘Koos’, een interessant boek geschreven door Robbert Tilli (broer van voormalig Moke-gitarist Phil Tilli).

De inmiddels 74-jarige Koos van Dijk denkt niet aan de geraniums want hij is de laatste jaren weer met volle overgave bezig met een hernieuwde Wild Romance, waarin oudgedienden als Danny Lademacher, David Hollestelle, Ge Carlsberg en Otto Kooymans, aangevuld met drummer Jan ’t Hoen en zanger Edgar Koelemeijer er weer een solide rock’n’roll machine van gemaakt hebben. De spraakmakende documentaire ‘Buying The Band’ zorgde voor een ongekende opleving, de zalen zijn weer vol en de band is een veelgevraagde festival-act. In juli 2019 speelde de Wild Romance op het Westerpop Festival in Delft. Hier deed Koos van Dijk een enerverend betoog over zijn favoriete nummer van een veelzijdig Amerikaans artiest die zowel in de blues, jazz, soul, rock’n’roll als country uitblonk.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

 

The Fatal Flowers bestonden tussen 1984 en 1990 en werden destijds in de media ‘de beste Nederlandse rockband ooit’ genoemd. De Amsterdamse gitaarband maakte vier platen waarvan er nooit één in Nederland opgenomen werd. Na de oprichting in september 1984 werd de eerste demo een maand later opgenomen in ‘De Inkfabriek’ in de hoofdstad. November van dat jaar was het allereerste optreden in de Tagrijn in Hilversum. In de lente van 1985 kreeg men een platencontract bij WEA en in de Londense Britannia Row Studio’s werd de eerste mini-lp ‘Fatal Flowers’ opgenomen. Producer was  de beroemde Craig Leon die eerder werkte met o.a. Ramones, Blondie, Suicide en Talking Heads. Het debuutalbum kreeg lovende kritieken en in november 1985 staat de band op hetzelfde podium als The Cult, Butthole Surfers en Sonic Youth tijdens het prestigieuze Pandora’s Music Box in de Rotterdamse Doelen.

Zanger, gitarist, songschrijver maar bovenal charismatische frontman Richard Janssen zat dan al sinds zijn zestiende in bandjes. In de punkband Scrambeld Eric (1979) maakte hij zijn debuut. Bij één van de eerste optredens zat Eric de Jong (Spinvis) achter de drums. In 1980 verhuisde Richard naar Amsterdam om te studeren aan de de Nederlandse Film en Televisie Academie en speelde daar in de band The Pilots. Janssen ging met een aantal bandleden verder onder de naam Midnight To Six met latere Fatal Flowers-drummer Henk Jonkers en een nog heel jonge achtergrondzangeres Monique Klemann (Lois Lane). In 1984 richtte Richard Janssen samen met bassist Marco Braam, Erwin Wolters en Henk Jonkers The Fatal Flowers op.

Na het bescheiden succes van het debuutalbum en veel optredens in het clubcircuit toog men in september 1986 naar de ICP-studio’s in Brussel om daar onder de bezielende leiding van producer Vic Maile (eerder betrokken bij opnames van o.a. The Who, Fleetwood Mac, Jimi Hendrix, Led Zeppelin, Eric Clapton, The Kinks en Small Faces) het tweede album ‘Younger Days’ op te nemen. Na de release in 1986 kreeg het lovende recencies en stond acht weken in de album Top 75. De hitsingle ‘Younger Days’ behaalde de 36 plaats in de Top 40. Het album kwam ook in de USA uit en verkocht daar in de eerste maand 15.000 exemplaren. Op 3 april 1987 ontving de band voor de LP een Edison. Het programma werd gepresenteerd door Ivo Niehe en speciaal voor de uitreiking had men Urbanus uit België laten overkomen. Tegen het einde van het geplaybackte ‘Well Baby‘ zorgde Richard Janssen voor een opvallend TV-moment: hij liep van het podium, pakte het Edison-beeldje en de band verdween achter de coulissen. Wat resulteerde in zure gezichten bij de presentator en de Vlaamse komiek.

Na het geweldige Pinkpop optreden op 8 juni 1987 dat ook op TV werd uitgezonden, steeg de populariteit van The Fatal Flowers. Datzelfde jaar volgde nog een 2 meter sessie voor de Vara en een optreden in Countdown. Aan het einde van dit succesvolle jaar deed men een uitgebreide tournee door Duitsland en Scandinavië. In maart 1988 vertrok het viertal naar Woodstock, USA voor de opnames van de LP ‘Johnny D. Is Back’ met de wereldberoemde Mick Ronson als producer. Ronson was de gitarist van David Bowie in de ‘Ziggy Stardust’ periode, zat in de begeidingsband The Spiders From Mars en speelde gitaar op o.a. de hit ‘The Jean Genie’. Tevens produceerde hij o.a. Lou Reed, Morrissey en Ellen Foley. Het bleek een gouden combinatie want ‘Johnny D. Is Back’ werd de beste Nederpopplaat uit de jaren ’80. In september 1989 was het wederom Mick Ronson die voor het vierde album ‘Pleasure Gound’ achter de knoppen zat, plaats van handeling de Powerplay Studio in Zurich. Begin van  dat jaar werd een optreden in het Zwitserse Romande live door Radio Suisse uitgezonden waardoor de Flowers werden uitgenodigd voor het grote Rock en l’Air festival.

In de lente van 1990 kwam ‘Pleasure Ground’ uit. Wat volgde was een uitgebreide gelijknamige tournee dat eindigde op 24 juni op Parkpop in Den Haag. Dit bleek het laatste optreden van The Fatal Flowers want niet lang hierna kondigde Richard Janssen het einde van de band aan. Een schok ging door rockminnend Nederland en muziekblad OOR schreef een uitgebreid requiem. Hierna produceerde Richard Janssen het debuutalbum van Spo Dee O Dee. Niet veel later werkte hij aan een nieuwe band Shine, waarvan in 1993 het eerste album ‘Boys’ uitkwam. Twee jaar later verschenen er drie fraai vormgegeven EP’s gevolgd door het tweede album ‘Modern Popmusic’. In 1996 kwam Richard Janssen met een nieuw project Rex. Hiermee speelde hij op Noorderslag in Groningen en er was de release van het mini-album ‘Love Baby Love’. In 2001 verscheen het album ‘I Am Here’ van Ellen ten Damme. Zowel op de plaat als tijdens de tournee speelde Richard Janssen gitaar.

Op 3 juli 2002 was er ter gelegenheid van de release van de verzamel-cd ‘Younger Days-The Definitive Fatal Flowers’ een eenmalig, besloten optreden van The Fatal Flowers in Het Blauwe Theehuis in het Vondelpark in Amsterdam. Voor een select gezelschap en presentator Jan Douwe Kroeske werden acht songs ten gehore gebracht. Hierna werd het stil rond Richard Janssen.

Inmiddels woont hij al jaren in Berlijn waar hij een goedbetaalde job heeft met geluidsontwerpen voor theaterproducties. In februari 2018 kwam Janssen even terug naar Amsterdam om daar ter gelegenheid van de vinylrelease van het Rex-album ‘Love Baby Love’ een optreden in de Roode Bioscoop te doen. Misschien kreeg hij toen weer de smaak te pakken, want later dat jaar kwam Richard speciaal over uit Berlijn om samen met o.a. gitarist Phil Tilli een aantal Fatal Flowers-songs te doen op de 60e verjaardag van voormalig Tröckener Kecks-toetsenist Rob van Zandvoort. De enthousiaste reacties van het publiek en herhaaldelijk aandringen van Dauwpop-programmeur Frank Santink om op 30 mei 2019 op het 25-jarig jubileum van dit festival in Hellendoorn te komen spelen, deden Richard Janssen en mede-bandleden Robin Berlijn, Geert de Groot en Henk Jonkers besluiten om nog eenmaal met The Fatal Flowers op tournee te gaan. De bekendmaking van de reunie in januari 2019 sloeg in als een bom en de kaartverkoop liep als een trein. Van de veertien shows waren tien volledig uitverkocht. De allerlaatste show was op 28 juni in een bomvol Paradiso. Het afsluitende nummer ‘Dear Friends’ met de toepasselijke tekst ‘Let’s say goodbye dear friends ‘cause today the story ends…’ kreeg halverwege een verrassende wending toen de bandleden één voor één vervangen werden door kinderen die de song tot groot genoegen van het publiek vloeiend overnamen. De scepter werd overgedragen aan een nieuwe generatie muzikanten. Wat een eind! Er kwam onlangs zelfs een speciaal album uit: ‘Radio Sessions 1985-1990’ dat op nummer 1 binnenkwam in de Mania Top 30.

Na het optreden tijdens de reunie-tournee in de Haagse poptempel Het Paard vertelde Richard Janssen wat zijn favoriete song is.

Luister hieronder naar zijn toepasselijke keuze:

youtubelogo

 

In 1988 maakte Nederland ineens kennis met een totaal nieuw geluid: de hectische jazz-punk van De Raggende Manne. Het debuutalbum ‘Vijf Sessies’, waarop de klassieker ‘Lullen bij de bus’, kwam tot stand door spontane improvisatie en werd in eigen beheer uitgebracht. Frontman/zanger en gangmaker van de spraakmakende band is Bob Fosko. Zijn echte naam is Geert Timmers, geboren in 1955 te Baarn. Fosko heeft vele talenten, behalve tekstschrijver is hij ook presentator, programmamaker, recensent, programmamaker en acteur.

Als zanger maakte Geert Timmers in 1977 voor het eerst furore met de band Scratch waarin ook gitarist David Hollestelle zat. Later zong hij in De Steile Wand waarvan in 1983 en 1984 drie singles verschenen. In deze band zaten o.a. drummer Anthony Delmonte Lyon (die daarvoor in de Wild Romance speelde) en de latere Raggende Manne-gitarist Theo Slagter. Deze band was eigenlijk de voorloper van De Raggende Manne.

Het succes van De Raggende Manne kwam vooral door de chaotische, geïmproviseerde optredens met keiharde ‘in-your-face’-teksten als ‘Sodemieter op’, ‘3x daags een nekschot’ en de publieksfavoriet ‘Ik vind je leuk’ met als romantisch refrein: ‘Ik vind je leuk, ik vind je aardig, maar je stinkt uit je bek als een beer uit z’n reet’. De zes seconden durende single ‘Nee’s niks’ van het tweede album ‘Knuppelhout’ werd een groot succes maar mocht niet in de hitlijst omdat een nummer minimaal een minuut moet duren. In 1992 won de band de CJP-Podiumprijs.

De bekendste song van de Raggende Manne is ‘Poep in je hoofd’ van het album ‘Rooie Pap’ uit 1995. Het begint met de onvergetelijke tekst ‘Zal ik jou eens effe lekker in je bek schijten of heb je al poep, poep in je hoofd’. Met dit nummer verscheen de band ook in een aflevering van De Lullo’s in het populaire VPRO-programma Jiskefet. In 1999 stopte de band.

In 1992 scoorde Fosko een hitje met de gelegenheidsformatie Blunt Axe. De single ‘Ben D’r Helemaal Klaar Voor!’ bereikte de 17e positie in de Top 40.  Het grootste succes kwam in 1996 toen hij de nr.1-positie behaalde met ‘Gabbertje’ onder de naam Hakkûhbar en ontving hiervoor een platina plaat. In de door Martin Koolhoven geregisseerde videoclip speelde acteur Ruben van der Meer de hoofdrol. In de periode 1999-2004 speelde Fosko samen met Pierre van Duijl en multi-instrumentalist Jean-Paul van der Meij de band Gorelev.

Dat de Raggende Manne de zanger nooit helemaal losliet bleek wel toen in 2001 het door Bob Fosko geschreven boek ‘Sodemieter Op! De Roemruchte Jaren van de Raggende Manne’ uitkwam. In 2011 vertolkte hij met een groot orkest Raggende Manne-liedjes op De Zwarte Cross. Een reünie kon niet uitblijven. In 2014 kwam de groep ijzersterk terug met de LP ‘Het is niet wat je denkt, het is veel erger’, men beklom weer de podia en zij gaven o.a. een memorabele show op Baroeg Open Air in het Rotterdamse Zuiderpark.

Ongeveer 30 jaar na het ontstaan verscheen in 2019 het album ‘Alles Kleeft’. Helaas werd er begin van dit jaar bij Bob Fosko slokdarmkanker geconstateerd. Hij bleef niet bij de pakken neerzitten want vol adrenaline stortte hij zich op een succesvolle, veelal uitverkochte clubtour. Bij ieder optreden waren er andere gastzangers zoals Beatrice vd Poel, Ryanne van Dorst, Frederique Spigt, Ro Krom, Theo Wesselo, Jim de Groot en Hans Vandenburg. Het waarschijnlijk allerlaatste optreden gaven De Raggende Manne op zaterdag 1 juni op Kaderock in Den Haag. Het werd een legendarische show met gastmuzikanten Bernd Ganzebev (De Kraaien), saxofonist Benjamin Herman en Earring-gitarist George Kooymans. Voor dit optreden sprak Bob Fosko rake teksten over zijn favoriete song.

Luister hieronder naar het interview:

youtubelogo

 

De in Londen geboren jazzmuzikant Benjamin Herman kreeg op zijn twaalfde zijn eerste saxofoon. Een jaar later trad hij al op in het clubcircuit. Niet veel later reisde hij de wereld over met verschillende groepen en op zeventienjarige leeftijd stond hij op het North Sea Jazz Festival. In 1991 studeerde hij cum laude af aan het Hilversumse conservatorium. Tevens studeerde Benjamin aan de Manhattan School Of Music in New York. In 1993 richtte hij New Cool Collective op, waarmee hij sindsdien tot ver buiten de landsgrenzen furore maakt. In 1997 verscheen het veelgeprezen eerste album ‘Soul Jazz Latin Flavours Nineties Vibe’.

In 2000 won New Cool Collective de Edison Jazz award. Twee jaar later speelde men op diverse Bevrijdingsfestivals. In 2005 gaf het gezelschap acte de présence op zowel Roskilde, Lowlands als het Sziget-festival. Ook trad men vaak als Big Band op. Het album ‘Big Band Live’ kwam in 2007 ook in Japan uit. In 2013 verscheen de film ‘Toegetakeld door de liefde’, hierin speelde men onder de naam De Euromasters. Later dat jaar ontvingen zij op het Nederlands Film Festival een Gouden Kalf in de catagorie Beste Film Muziek. De nummers uit de film verschenen op het album ‘Chin Chin’. Een jaar later maakte de band ‘Hollandse Meesters’ met Guus Meeuwis wat resulteerde in de eerste plaats in de Album Top 100. In 2018 won de groep weer een Edison in het genre Jazz/World.

In 2018 werd de veelzijdige Benjamin 50 jaar en bracht twee totaal verschillende albums uit: de Easy Listening plaat ‘Project S’ en een pure, rauwe punkjazz-plaat ‘Bughouse’.  Sinds begin 2019 heeft Benjamin zijn eigen radioprogramma ‘Benjamin’s Lijst’ op NPO Soul & Jazz.

Benjamin Herman is een veelgevraagd saxofonist, zo speelde hij met o.a. Jan Akkerman, Candy Dulfer, de Gigantjes, Hans Teeuwen, Lois Lane, Chef’Special en voormalig The Jam en The Style Council frontman Paul Weller. Op 1 juni 2019 behoorde Benjamin Herman, samen met o.a. Earring-gitarist George Kooymans, tot de speciale gasten bij het voorlopig laatste optreden van De Raggende Manne op Kaderock in Den Haag. Vlak voor het optreden vertelde hij vol passie over zijn favoriete nummer.

Luister hieronder naar het interview:

 

youtubelogo

 

 

Erwin Java

Gitaarvirtuoos Erwin Java werd in 1978 bekend met de band White Honey, waarin ook zangeres Hanneke Kappen (later ook bekend als presentatrice van het KRO-radioprogramma ‘Stampij’ en het televisieprogramma ‘Je ziet maar’) en de latere Wild Romance-drummer Peter Walrecht zaten. Het stevige debuutalbum ‘Some Kinda Woman’, met daarop de single ‘Nothing Going On In The City‘, verkocht in een week 8000 exemplaren. De band uit het ‘Groninger Springtij’ speelde in die tijd ook nog in het voorprogramma van Talking Heads. In 1980 stopte de groep, maar vanaf die tijd was Java ook actief als studio- en sessiegitarist voor artiesten als Daniel Sahuleka, Kaz Lux en Bertus Borgers.

In 1981 werd de in Assen geboren gitarist gevraagd om bij Herman Brood & his Wild Romance te komen. Na een hectisch jaar verliet hij het ‘circus’. Vervolgens speelde hij in bands als AA and the Doctors, Second Skin en Dutch Concert. Nadat hij meedeed op de tweede plaat van Muskee Gang ‘Rimshots In The Dark’ (1986) werd hij de gitarist van Cuby & The Blizzards.

In 1996 verscheen de cd ‘Tracks From The Past’ – A Meyer/Java Project met bijdragen van Herman Brood, Eelco Gelling, Tineke Schoemaker en Alvin Lee (Ten Years After). In dit jaar was Erwin Java mede-oprichter van het Noorder Muziek Instituut waar hij sindsdien ook als docent werkzaam is. In 2006 en 2008 maakt Erwin deel uit van de theatertour Five Great Guitars waaraan o.a. ook de gitaarlegendes Jan Akkerman en Larry Carlton (Steely Dan, Joni Mitchell, The Crusaders) meededen.

In 2012 richtte Erwin Java de band King Of The World op waarvan een jaar later de debuut-cd ‘Can’t Go Home’ verscheen. Met deze band maakte hij ook de albums ‘KOTW’ (2014), ‘Live At Paradiso’ (2015) en ‘Cincinnati’ (2016). Hierna richtte de topgitarist zich op zijn eerste eigen album ‘Keepin’ It Real……’ dat in 2017 verscheen. Vanaf 2018 maakt Erwin deel uit van de theatertour ‘Keepin’ The Blues Alive’ van Johan Derksen.

Eind mei 2019 nam Erwin Java samen met David Hollestelle deel aan de ‘Six String Sessions’ van acteur/presentator/schrijver en muzikant Joris Lutz in de Dordrechtse poptempel Bibelot. Na afloop van dit optreden vertelde Erwin Java over zijn favoriete song van een groot artiest die zowel in de Blues, Rock’n’Roll als Country uitblonk.

Luister hieronder naar het interview:

 

youtubelogo

 

Al enkele jaren kunnen de bezoekers van de vaderlandse podia genieten van de Nederlandstalige rock’n’roll van het Thijs Boontjes Dans- en Showorkest, een muzikale kruisbestuiving tussen Andre Hazes en Herman Brood. Bandleider, zanger en hoogbegaafd toetsenist is de in 1987 geboren Thijs Boontjes. Het energieke orkest verkocht al vele zalen uit en speelde reeds de festivalweides van The Great Wide Open, Down The Rabbit Hole en De Zwarte Cross plat.

De uit Schagen afkomstige Thijs Boontjes maakte van 2006 tot 2012 furore met de rockband King Jack waarvan de single ‘Sunrise’ de Top 100 bereikte en de songs ‘Take Me Home’ en ‘Lose It’ voor commercials van resp. Vodafone en Bavaria gebruikt werden. Samen met mede-bandlid bassist Boaz Kroon speelde Boontjes in de band van Anouk. Zijn debuut tijdens een clubtour in de Oosterpoort in Groningen ging niet over rozen toen er tijdens een rustig nummer niet alleen een brommend geluid maar ook rook uit zijn Hammond orgel kwam. In 2009 stapte Thijs uit Anouk’s begeleidingsband. Wel deed hij in maart 2012 weer mee toen de Haagse zangeres optrad in de Arnhemse Gelredome en al haar ex-bandleden mee liet doen. In 2010 deed Thijs Boontjes mee op het album ‘Coexist’ van de Ruben Hoeke Band. Ook speelt hij bij Douwe Bob.

In 2015 kwam in eigen beheer de eerste EP ‘Niet van steen’ van het Thijs Boontjes Dans- en Showorkest uit. Een jaar later volgde de single ‘Ambiance’. In 2017 nam Thijs de single ‘Ballade van de moord’ op, een duet met Roxanne Hazes. Niet veel later tekende hij bij het bekende Hiphop-label Top Notch waar de single ‘Casablanca’ uitkwam. Een absoluut hoogtepunt in de carrière van het Thijs Boontjes Dans- en Showorkest was op 15 februari 2019 waar in een uitverkochte Amsterdamse Melkweg de releaseparty van het debuutalbum ‘Geen achttien meer’ plaatsvond.

Thijs Boontjes is een graag geziene gast in diverse TV-programma’s. Hij deed vijfmaal mee aan het TV-programma ‘De Slimste Mens’ en haalde begin 2018 zelfs de finale. Regelmatig is hij te gast in De Wereld Draait Door. In het eerste seizoen van de talkshow van Margriet van der Linden was Thijs Boontjes Dans- en Showorkest de huisband. Dat Thijs over een brede muzieksmaak beschikt (tot zijn favoriete toetsenisten behoren o.a. Billy Preston en Jon Lord van Deep Purple) bleek wel in de vaste rubriek van het programma M waarin hij wekelijks een cover speelde van een al dan niet obscure plaat die hij ergens in een tweedehands platenzaak had gescoord. Zo deed hij zeer verdienstelijke versies van o.a. de Drafi Deutscher-hit ‘Marmor, Stein und Eisen bricht’ maar ook van de destijds uit de handel genomen single ‘Nooit meer terug naar die rotschool’ van Sjefke van Oekel en Herman Brood. Op de single ‘Dansen met jou’ wordt een sample van de Rob de Nijs-hit ‘Zondag’ gebruikt.

Op Record Store Day in april 2019 trok Thijs met zijn orkest door het land om in diverse platenzaken een instore optreden te verzorgen. Na afloop van het optreden in Delft vertelde hij vol enthousiasme over zijn favoriete song, een nummer van Nederlands enige echte rock’n’roll-held.

Luister hieronder naar het interview:

 

youtubelogo

Met de charismatische zanger, gitarist, producer en songschrijver Torre Florim behoort De Staat al 10 jaar tot de absolute top van de alternatieve muziek in Nederland, maar timmert ook buiten onze landsgrenzen flink aan de weg. Het debuutalbum ‘Wait For Evolution’, dat begin 2009 uitkwam bij Excelsior Recordings, was een regelrechte sensatie. Het stond maar liefst 23 weken in de Album Top 100. Het bracht de band op festivals als Pinkpop, Parkpop en Lowlands. Ook speelde men op het Dour festival in Wallonië en mochten zij aantreden op Sziget in Boedapest. Het nummer ‘The Fantastic Journey Of The Underground Man’ werd zelfs gebruikt voor de populaire videogame ‘Colin McRae: DiRT 2’.

In 2010 verzorgde De Staat het voorprogramma voor The Stereophonics in de HMH in Amsterdam, tourde door Europa, USA en Canada met als één van de hoogtepunten een optreden op Engelands grootste festival Glastonbury. Een jaar later verscheen het tweede album ‘Machinery’, dat de 4e plek in de Album Top 100 bereikte en daar 24 weken in stond. In 2013 was de release van het derde album ‘I_CON’, hierop staat het nummer ‘Witch Doctor‘. Opvallend is dat de video hiervan pas twee jaar later verscheen en inmiddels al meer dan 4,8 miljoen keer bekeken is en onlangs door 3voor12 uitgeroepen werd tot beste Nederlandse Videoclip aller tijden. De vierde plaat ‘O’ kwam begin 2016. De Staat ontving hiervoor een 3FM-award in de categorie beste album. Na het afzeggen van de Zweedse metalband Ghost speelde De Staat zelfs tweemaal in één weekend op Pinkpop. In november 2016 verscheen de eerste live plaat ‘Live In Utrecht’, opgenomen in Tivoli, Utrecht.

Op 5 mei 2017 vloog de band als ambassadeur van de vrijheid met een helikopter langs een aantal bevrijdingsfestivals. Tevens speelde men in het voorprogramma van het Europese deel van de tournee van Muse en waren zij in de Johan Cruyff Arena de opwarmer voor The Rolling Stones. Tevens ontvingen zij de Gouden Notekraker, een prijs voor de meest opvallende, artistieke dan wel smaakmakende uitingen van het afgelopen seizoen. Begin dit jaar verscheen het laatste album ‘Bubble Gum’. De band staat dit jaar o.a. op Paaspop, Rock Werchter, Down The Rabbit Hole en De Zwarte Cross. In 1985 werd Torre geboren in Nijmegen. Na de middelbare school voltooide hij in 2008 de studie HKU Composition and Music Production. Buiten De Staat speelt hij ook mee op platen van Elle Bandita, Perquite en Baskerville. In 2009 maakte Torre samen met Roos Rebergen (bekend van Roosbeef) de EP ‘Speeldoos’, gebaseerd op gedichten van mensen met een verstandelijk beperking. Vier jaar later maakten zij samen het vervolg ‘De Tweede Speeldoos’. Behalve dat Torre diverse albums van De Staat produceerde, deed hij dit ook voor het album ‘Ponzo’ van zijn toenmalige vriendin Janne Schra dat in 2015 uitkwam.

Aangezien De Staat op 13 april 2019 de ambassadeur van Record Store Day was en in diverse platenzaken in het land een optreden gaf, sloten zij de dag af op het buitenpodium van Velvet Delft. Vlak voor het optreden nam Torre Florim even de tijd om over zijn favoriete song te vertellen.

Luister hieronder naar het interview:

 

youtubelogo

 

Dankzij de schrijvers C. Buddingh en Johnny van Doorn kunnen de kijkers van Nederlands populairste talkshow ‘De Wereld Draait Door’ sinds 2008 iedere woensdagavond genieten van de messcherpe gedichten van Nico Dijkshoorn. Die twee zijn namelijk de grootste inspiratiebronnen van de schrijver, dichter, columnist maar zeker ook de muzikant Dijkshoorn, die zijn schrijversloopbaan begon als internetcolumnist onder de pseudoniemen Doordevil, P. Kouwes en C. Adriaanse. Zijn eerste 1000 gedichten verschenen in oktober 2008 als de gedichtenbundel ‘Daar schrik je toch van’. Zijn unieke kijk op mens, dier en gebeurtenissen weet hij perfect te beschrijven.

Als columnist schrijft hij voor o.a. de Volkskrant, Voetbal International, Muziekkrant OOR en staan zijn verhalen regelmatig in het literaire voetbaltijdschrift ‘Hard Gras’. Voor de boekenreeks Literaire Juweeltjes maakte hij ‘Lou Reed en andere goede vrienden’ (2013). Ook leverde Nico teksten voor de satirische animatieserie ‘Café de Wereld’, de Talpa soapserie ‘Samen’, ‘Draadstaal’ en ‘Dit was het nieuws’. Inmiddels zijn er vier prachtige romans verschenen: ‘De Tranen van Kuif den Dolder'(2009), ‘Nooit ziek geweest’ (2012), ‘In zijn nabijheid’ (2014) en de nieuwste ‘Ooit gelukkig’ (2019). Nico Dijkshoorn is tevens een fervent twitteraar met meer dan een half miljoen volgers.

In de theaters is Nico Dijkshoorn een graag geziene gast. In 2010 ging de geboren Amsterdammer samen met zijn band The Hank Five, journalist Leon Verdonschot en The Spades-frontman Denvis op tournee onder de noemer ‘Ook voor vrouwen’. Drie jaar later was er de voorstelling ‘Matenaaiers’ met Ronald Giphart. De eerste solo theatertour van Nico Dijkshoorn ‘Vuig’ startte in 2015. Een jaar later gaf hij een aantal spraakmakende voorstellingen met de legendarische Belgische schrijver Herman Brusselmans. Dijkshoorn reisde ook enkele seizoenen mee met het theaterfestival De Parade waar hij o.a. een show gaf met Tim Knol en Wilfried de Jong. Vaak was Nico de afsluiter op Puur Gelul in de Haagse poptempel Paard van Troje.

Als muzikant timmert muziekliefhebber Nico Dijkshoorn nogal aan de weg. Met zijn geweldige band The Hank Five maakt hij regelmatig de poppodia onveilig. Ook neemt hij iedere woensdag zijn gitaar mee om voor de uitzending van DWDD even met de muzikale gasten te jammen. In de videoclip ‘Hoopla‘ van Sven Hammond Soul featuring Patt Riley speelt Nico een prominente en hilarische rol. Nico heeft een brede muzieksmaak, hij struint wekelijks de Leidse platenzaken af om zijn collectie uit te breiden.

Op de eerste zaterdag van de boekenweek 2019 verscheen Nico Dijkshoorn in een boekenzaak in het historische centrum van Delft om daar zijn nieuwste roman ‘Ooit gelukkig’ te promoten. Na de signeersessie vertelde hij uitgebreid over zijn favoriete nummer van een van zijn absolute muzikale helden.

Luister hieronder naar het interview:

 

 

youtubelogo

 

De in 1950 in Brooklyn, New York geboren Frank Carillo is zoals de Amerikanen het noemen een ‘musician’s musician’. De begenadigde zanger, gitarist en songwriter wordt al sinds begin jaren ’70 door diverse grootheden in de popmuziek gevraagd voor zijn muzikale bijdrage. Hij werkte o.a. met Peter Frampton, Tom Petty, Van Halen, Michael Bolton, Cheap Trick, Carly Simon, maar ook met Anouk en Golden Earring.

Al op 11-jarige leeftijd speelde hij in een schoolbandje en deden zij Rock’n’Roll-klassiekers. Het succes begon in 1972 toen hij naar Engeland afreisde om mee te spelen op het debuutalbum ‘Wind Of Change’ van Peter Frampton, waarop ook Billy Preston en Ringo Starr meededen. Een jaar later speelde hij ook op Peter’s tweede plaat ‘Frampton’s Camel’. Ook kreeg hij toen een platencontract bij Atlantic Records en richtte de band Doc Holliday op waarvan datzelfde jaar het debuutalbum verscheen, geproduceerd door Chris Kimsey (producer van de Rolling Stones-klassieker ‘Sticky Fingers’). Tijdens de opnames van dit album maakte de band gretig gebruik van de apparatuur van The Rolling Stones. De leden van Led Zeppelin, die op dat moment in de naastgelegen studio hun album ‘Houses Of The Holy’ aan het mixen waren, kwamen in de nachtelijke uren nog weleens langs voor een jamsessie.

In 1978 verscheen Carillo’s eerste solo-album ‘Rings Around The Moon’, een bijzondere gastbijdrage op deze LP is die van zangeres Yvonne Elliman, bekend van o.a. de hits ”Love Pains’ en ‘If I Can’t Have You’. Carillo werd door Led Zeppelin gevraagd om tijdens hun US-tour het voorprogramma te verzorgen, maar de tournee werd afgeblazen omdat de zoon van Robert Plant overleed. Tegen het einde van de jaren ’70 tourde Carillo met o.a. Tom Petty & The Heartbreakers, Cheap Trick, The J. Geils Band en Van Halen. Tussendoor schreef hij samen met Carly Simon het nummer ‘Pure Sin’ voor haar album ‘Spy’. In 1979 verscheen zijn tweede LP ‘Street Of Dreams’ waarop Michael Bolton een vocale bijdrage leverde. Na de release deed Carillo met zijn band het voorprogramma voor Bad Company.

Voor het meervoudige platinum album ‘Up Your Alley’ van Joan Jett & The Blackhearts schreef Frank samen met Joan Jett en haar gitarist Ricky Byrd het nummer ”Play That Song Again’. In de jaren ’90 werkte Frank Carillo nauw samen met Annie Golden, vooral bekend als zangeres van The Shirts. In 1992 verscheen hun eerste album ‘A Fire In A New Town’, ook werd er een song gebruikt voor de film ‘Prelude To A Kiss’, waarin het duo ook te zien is. Later maakten zij nog twee platen. Ook tourde het duo onder de naam Golden-Carillo regelmatig door Nederland.

Frank Carillo is al jarenlang bevriend met George Kooymans. De Amerikaan was dan ook in nauw betrokken bij het door Kooymans en Hay geproduceerde debuutalbum ‘Together Alone’ van Anouk. Hij leverde de nummers ‘Pictures On Your Skin’ en ‘Time Is A Jailer’ en speelde ook enkele gitaarpartijen. In 2002 reisde de Golden Earring af naar Verenigde Staten om daar samen met Frank Carillo het album ‘Millbrook U.S.A.’ op te nemen. Ook werkte Carillo mee aan de Earring-plaat ‘Tits ’n Ass’ en stond hij in december 2015 op het podium bij het 50-jarig jubileumconcert van Golden Earring in de Ziggo Dome. In 2010 verscheen het veelgeprezen album ‘On Location’ van Kooymans/Carillo. Ook tourde het duo intensief door Nederland met als hoogtepunt het optreden op Europa’s grootste gratis festival Parkpop in Den Haag.

Ondanks dat Frank Carillo al tegen de 70 loopt, weet hij van geen ophouden. Onlangs verscheen de cd ‘Miles To Go’ van Frank Carillo And The Bandoleros. Met deze band werkt hij al sinds 2004 samen, toen zij vriend en vijand verrasten met het debuut ‘Bad Out There’. Vier jaar later kwam men met de opvolger ‘Someday’. Drummer op deze albums is multi-instrumentalist en songwriter Eddie Seville, die zelf ook een aantal uitstekende albums uitbracht. In maart 2019 tourden Frank Carillo en Eddie Seville door Nederland. Na een optreden in Leiden vertelde de sympathieke Frank Carillo wat zijn absolute favoriete nummer is.

Luister hieronder naar het interview:

 

youtubelogo

 

Al op zijn vijftiende had Tim Akkerman een baantje bij de Haagse muziekwinkel Rockpalace. Later werd hij gevraagd voor een beginnend bandje wat in korte tijd uitgroeide tot één van de populairste bands van Nederland: Di-Rect. In 2000 kreeg de Haagse groep het eerste platencontract. Het eerste album ‘Discover’ met daarop de hits ‘Just the Way I Do’en  ‘Inside My Head’ werd direct goud. Tot 2009 bleef Tim Akkerman zanger/gitarist van Di-Rect. In die hectische tijd stond de groep op nr. 1 in Indonesië, tourde voor het MTV-programma ‘Road Rally’ door de USA, maakte een nummer met Wibi Soerjadi, speelde op alle grote festivals en ontving diverse prijzen zoals de Edison en TMF Awards.

In 2009 stapte Tim uit de band om zijn eigen weg te gaan. In 2011 verscheen zijn eerste album ‘Anno’. Drie jaar later kwam hij met het americana-achtige ‘The Journey’. Intussen speelde hij met de originele band van Elvis, deed een theatertour met songs van Buddy Holly en kroop in de huid van Bruce Springsteen onder de noemer: ‘Tim Akkerman Sings The Boss’, waarmee in december 2018 de grote zaal van de Haagse poptempel Paard uitverkocht.

Aan de vooravond van een nieuw album ‘The Lion Don’t Cry’ (verschijnt begin  april 2019), midden tijdens een theatertour, maakte Tim tijd voor een uitgebreid interview dat hier op deze website te lezen is. Ook vertelde hij over zijn favoriete song, een bekende hit uit 1979.

Luister hieronder naar het interview:

 

 

youtubelogo